|
V#63:
Omgaan met woede. We
bespraken woede in onze studiegroep en er werd geopperd dat, om woede te
ervaren, we die niet naar buiten moeten ‘uitdrukken’. In plaats daarvan moeten
we, zoals de Cursus ons aanmoedigt, “boven het slagveld” zijn: “Laat
je optillen en kijk er vanaf een hoger standpunt op neer” (T23.IV.5:1). Dat
klinkt in ieder geval beter dan iemand openlijk te belagen met onze woede. Maar
hoe zit het met het schreeuwen in een kussen of slaan tegen een boksbal? Moet
dat ook als een aanval worden beschouwd? Wat als mijn woede zo intens is dat ik
mij niet bereid voel om me te laten optillen en er vanaf een hoger standpunt op
neer te kijken? A: Je vraag wijst op verwarring die vaak voorkomt bij
studenten van de Cursus. De Cursus bekommert zich, net zoals de Heilige Geest,
slechts om inhoud (gedachte) en niet om vorm (gedrag). Als ik in conflict ben
en woede voel, ben ik niet langer in vrede, of ik nu naar die woede handel of
niet. Woede en aanval zijn in de denkgeest en dáár is correctie nodig. Gedisciplineerd
genoeg zijn om de woede niet uit te leven of die te richten op een levenloos
voorwerp (zoals een kussen of en boksbal) in plaats van op een persoon heeft wel
bepaalde voordelen. Het voorkomt dat een mogelijke serie van openlijke aanval
en vergelding op het niveau van gedrag op gang wordt gebracht. Dat zou
vrijwel zeker de schuld versterken in zowel jouw denkgeest als in de denkgeest
van de persoon die je aanvalt. Maar de aanval leeft nog steeds in jouw
denkgeest, en het probleem van de woede is pas opgelost als je het aanpakt bij
de bron ervan in de denkgeest. Dit brengt de herkenning met zich mee dat
woedegevoelens en aanvalgedachten niets te maken hebben met de persoon waar ze
naar gericht zijn en door wie ze lijken te zijn opgewekt. “Je
laten optillen en vanaf een hoger standpunt neerkijken” op je woede is je
herinneren dat je een denkgeest bent die de keuze heeft om naar het conflict te
kijken met óf het ego óf met de Heilige Geest als leraar. Wanneer je met het
ego kijkt zul je nog altijd geloven dat woede op de een of andere manier
gerechtvaardigd is, dat je op enig niveau oneerlijk behandeld bent en dat jouw
reactie redelijk is, zelfs als je ervoor kiest om er niet naar te handelen. Als
dat je waarneming blijft, heeft er geen genezing plaatsgevonden. Maar
wanneer je met de Heilige Geest kijkt zul je gaan begrijpen dat het probleem
niet de ander is, maar een keuze die je eerst in je eigen denkgeest gemaakt
hebt om jezelf als afgescheiden van liefde te zien. Die keuze brengt, zoals
altijd, schuld voort, die je ondraaglijk vindt. En dus moet de schuld buiten
jezelf geprojecteerd worden, op iemand anders. Je wilt die ander zien als
iemand die jou oneerlijk behandelt, bij wie dus de schuld kan liggen. En zo
lijken de gevoelens van conflict, die kwamen van jouw eigen beslissing om je in
je denkgeest af te scheiden van liefde, te worden veroorzaakt door wat deze
andere persoon jou heeft ‘aangedaan’. En toch zouden de woorden en daden absoluut
geen effect op jou hebben gehad, als je niet in eerste instantie gekozen had
voor schuld. Het feit dat ze dat wél lijken te hebben laat zien dat je had
besloten om je tot je ego te wenden en je af te keren van de liefde. Wanneer je
dit besef én de correctie van de Heilige Geest eenmaal hebt geaccepteerd - dat
je niet afgescheiden bent van liefde en dat je dat nooit bent geweest - dan
verdwijnt de schuld, en bovendien de woede en het conflict die alleen het
gevolg ervan waren. En dan heb je geen behoefte meer om iemand als je
tegenstander te zien die jouw aanval verdient (als zelfverdediging
natuurlijk!). Tussen
twee haakjes: hoewel de Cursus zegt: “woede is nooit gerechtvaardigd”
(T30.VI.1:1) – en waarom dat waar is zou nu duidelijk moeten zijn aan de
hand van wat we zojuist hebben besproken – zegt hij nooit dat we niet boos
mogen worden. In feite is veel van de Cursus erop gericht ons te vertellen wat
er gebeurt áls we boos worden en hoe het gecorrigeerd kan worden. Dit is alleen
maar omdat Jezus begrijpt dat we door zullen gaan met boos worden, en de
correctie nodig hebben die hij ons biedt. Soms zijn we in staat het uiten van
onze woede te remmen, en soms voelen we ons gedwongen er wél uiting aan te
geven. Maar het probleem - de schuld in onze denkgeest - en de oplossing -
de herkenning van de keuze van het doel dat we in dit alles hebben - blijven
hetzelfde. In plaats van onze woede te ontkennen wil Jezus dat we er met
hem naar kijken, zodat we haar werkelijke bron kunnen herkennen, in plaats van
te proberen haar te rechtvaardigen op basis van de onjuiste waarnemingen van
ons eigen slachtoffer zijn. Onze rechtvaardigingen zijn, heel eenvoudig, altijd
onterecht. |