|
V#629: Hoe kunnen
liefdevolle gedachten worden waargenomen in deze wereld? In de Cursus staat: “De liefdevolle gedachten die zijn (de
Zoon van Gods) denkgeest in deze wereld
waarneemt, vormen de enige werkelijkheid van de wereld” (T11.VII.2:2).
Als alle ogenschijnlijke vriendelijkheid in de wereld het resultaat is van
kwaadwillige manipulatie van de denkgeest, hoe kunnen hier dan liefdevolle
gedachten worden waargenomen? Ik kan niets in de wereld zien dat mij gelukkig
maakt. Anderen zien mij als gelukkig, vriendelijk en liefhebbend. Een
waarneming die ik niet deel. Ik ben er zeker van dat wanneer ik ooit leer wat
de Cursus onderwijst, ik echt zal weten wat geluk is. Maar in de tussentijd heb
ik het nodig om iets te zien dat liefde weerspiegelt. A: Binnen de illusoire wereld van
afscheidenheid van God, bestaat de denkgeest van Gods Zoon uit het deel dat het
egodenksysteem tot uitdrukking brengt (onjuiste-gerichtheid-van-denken) en het
deel dat het denksysteem van de Heilige Geest uitdrukt (juiste-gerichtheid-van-denken).
Daarnaast bezit de gespleten denkgeest een keuzemaker die altijd tussen deze
twee denksystemen kiest. Wat voortkomt uit de juiste-gerichtheid-van-denken
is liefhebbend, in tegenstelling tot wat voortkomt uit de
onjuiste-gerichtheid-denken. Dat laatste heeft de verschijning van liefde, maar
is altijd een of andere vorm van speciale liefde en daarom niet werkelijk
liefdevol. De wereld “getuigt van de staat van jouw denkgeest, de uiterlijke
weergave van een innerlijke toestand” (T21.in.1:5). Dit idee zegt dat onze
innerlijke toestand de oorzaak is van onze uiterlijke toestand. Het concept van
oorzaak en gevolg is een belangrijk onderdeel van het onderwijs van de Cursus.
Omdat dit precies het tegenovergestelde is van het onderwijs van de wereld, is het
een buitengewoon moeilijk concept voor ons om te bevatten, laat staan om het
naar de praktijk te vertalen. De kern van de boodschap van de Cursus wordt
verkeerd begrepen als dit idee wordt weggelaten. Daarom legt Jezus er door de gehele
Cursus heen zoveel nadruk op. En vooral in het begin van het Werkboek, waar hij
steeds opnieuw zegt dat onze innerlijke en uiterlijke wereld dezelfde zijn (Wdl.32.2:1). Wanneer je naar buiten
kijkt vanuit je juiste-gerichtheid-van-denken, dan kijk je samen met Jezus, wat
in de Cursus visie of ware waarneming wordt genoemd. Met ‘de ogen van Jezus’ zou je alleen
zien wat liefdevol is of wat vraagt om liefde, in jezelf en in anderen. Het
proces waarmee Jezus ons door de Cursus leidt, is een geleidelijke,
zachtaardige overgang. Van afhankelijkheid van wat je fysieke
zintuigen je vertellen over wie je bent en wat de wereld is, naar ware
waarneming onder leiding van je innerlijke leraar. |