|
V#598: Wat kan ik doen aan
dwangmatig seksueel gedrag? Ik ben verslaafd aan
masturberen. Ik praat hier veel over met Jezus maar het blijft voor mij toch
een probleem. Wat kan ik hieraan doen? A. Alleen het ego laat
ons geloven dat we een probleem hebben met wat we doen met ons lichaam. Maar
dat is nooit het probleem. Jezus moedigt ons herhaaldelijk
aan om onszelf over alles alleen deze vraag te stellen: “Waartoe dient het? Welk doel dient het?” (bijv. T4.V.6:6-11;
T17.VI.2:1-3; T24.VII.6:1-3; WdI.96:6). In feite zijn
we allemaal ook ‘verslaafd’ aan ademen, eten en drinken. Ons ego wil
graag dat we verschil maken tussen verscheidene soorten gedrag en deze
verschillen belangrijk vinden. Seks is een krachtig symbool van schuld binnen
de droom en zorgt ervoor dat de denkgeest volkomen in beslag wordt genomen door
de ‘zonden’ van het lichaam. Zo blijft de denkgeest in conflict, waardoor hij
nooit het onderliggende valse geloof in zonde ziet, dat zich in de denkgeest
bevindt – de zonde van de afscheiding. Alles wat ons plezier lijkt te geven, zo
vertelt het ego, is gewoon weer een bewijs dat we van God hebben gestolen wat
we niet werkelijk verdienen. Waarom denk je dat we in onze taal het woord pleziertje
vaak gebruiken in combinatie met beschrijvingen als geheim, schuldig, gestolen en verboden? Als dwangmatige gedrag –
seksueel of niet – je relaties verstoort of een belemmering vormt om een
normaal leven te leiden, is het een goed idee te kijken naar het doel van je
gedrag. Je gedrag kan een rechtvaardiging zijn om je onderliggende overtuiging
dat je ontoereikend, onwaardig en schuldig bent, te versterken. Maar nogmaals, niet het gedrag is het probleem, maar het doel dat
je het geeft in je denkgeest. Daar moet je dus beginnen. Als je eenmaal in
contact bent gekomen met het doel van je gedrag, en ziet dat het je je innerlijke
vrede kost, voel je misschien de motivatie om veranderingen aan te brengen op
het niveau van gedrag. Maar doe het niet uit schuldgevoel, angst of dwang, want
dat soort motivatie komt altijd van het ego. Jezus wil
ons geen enkele speciale relatie of klein genoegen ontnemen. Door middel van de
Cursus leert hij ons herkennen dat onze “werkelijke
genoegens voortkomen uit het doen van Gods Wil” (T1.VII.1:4).
En dat betekent in deze wereld: het beoefenen van vergeving van onszelf en
anderen. |