|
V#58: Een “roep om liefde”
zien. Toen ik pas geleden ruzie
had met mijn vrouw, wendde ik mij voor hulp tot de Cursus, en las de passage over
alles uitsluitend zien als ofwel een uiting van liefde ofwel een roep om
liefde. Later was ik in staat om op een liefdevolle manier met haar contact te
maken. Ik merk dat ik haar kleine uitbarstingen en vervelende irritaties niet
‘groot’ genoeg vind om ze als een roep om liefde te kwalificeren. Het lijkt het
beste om ze niet serieus te nemen, ofschoon ik het erg jammer vind dat ze het
gevoel van succes in het beoefenen van de Cursus wegnemen, wat ik had toen ik
de Cursus toepaste op de ruzie. Is het beter om deze kleine irritaties naast me
neer te leggen, of moet ik ze toch ook als een roep om liefde zien? A: De Cursus zegt
feitelijk dat alles ofwel een uiting
van liefde ofwel een roep om liefde is (zie
T14.X.7). Dus wanneer iemand een uitbarsting van enig soort heeft, klein of
groot, dan is het altijd een roep om liefde, en de Cursus vraagt ons om die
altijd te beantwoorden met liefde. Als onze reactie ook maar iets minder dan
liefde is, dan is het van het ego, en zijn we in dezelfde krankzinnige situatie
als de ander: dan roepen we zelf ook om liefde. Het is erg belangrijk bij de
beoefening van de Cursus, om waakzaam te zijn en te letten op elke onderliggende emotie of reactie
binnen onze ervaringen en relaties. Zelfs wanneer het lijkt alsof we dingen
naast ons neerleggen, of wachten tot een emotionele uitbarsting is overgewaaid,
dan nog is er waarschijnlijk enige ergernis, irritatie, of oordeel. Zoals de
Cursus zo helder zegt: ”De
hevigheidsgraad van de emotie die je ervaart doet niet ter zake. Je zult je er
steeds meer van bewust worden dat een lichte krimp van ergernis niets anders is
dan een sluier over intense woede” (WdI.21.2:4,5). Dit plaatst al onze
interacties in dezelfde categorie: er is geen onderscheid tussen ‘groot’ of
‘klein’, noch waar het gaat om de roep om hulp, noch waar het gaat om onze
reactie daarop. De Cursus vertelt ons dat een keuze om ons af te wenden van het
Licht van de Heilige Geest in onze denkgeest, en om onze vrede weg te gooien
door onze eenheid met God te ontkennen, voorafgaat aan de situatie of
interactie die onze reactie lijkt te veroorzaken. De schuld en pijn van die
keuze is de bron van wat verschijnt als woede, ergernis of irritatie.
Vervolgens doet zich een situatie of interactie voor met een ander, die we
gebruiken om onze schuld op te projecteren, in de vorm van een reactie - of
zoals de Cursus zegt: “een interpretatie”: “Het
is wellicht nuttig te onthouden dat
niemand kwaad kan worden op een feit. Het is altijd een interpretatie die
aanleiding geeft tot negatieve emoties, ongeacht hun ogenschijnlijke
rechtvaardiging door wat feiten lijken te
zijn. En eveneens ongeacht de intensiteit van de woede die werd opgewekt. Het
kan gewoon een lichte irritatie zijn, wellicht te zwak om ook maar duidelijk te
worden onderkend. Of het kan de vorm aannemen van intense razernij, vergezeld
van gedachten over geweld, gefantaseerd of ogenschijnlijk uitgeleefd. Dat doet
er niet toe. Al deze reacties zijn hetzelfde. Ze verdoezelen de waarheid en dat
kan nooit een kwestie van gradatie zijn. Ofwel is de waarheid duidelijk
zichtbaar, of ze is dat niet. Ze kan niet gedeeltelijk worden gezien. Wie zich
niet bewust is van de waarheid, moet wel illusies aanschouwen” (H17.4). De
waarheid die is verdoezeld kan op twee niveaus begrepen worden: 1) we hebben
een keuze gemaakt, zoals hierboven uitgelegd, die ons pijn, woede of ergernis
brengt, en nu geven we de schuld aan een persoon of situatie; 2) noch de keuze,
noch de schuld die we erover voelen, kan enig effect hebben op de liefde van de
Vader voor ons, noch op onze liefde voor de Vader; met andere woorden: er is
niets gebeurd. Het is duidelijk dat hierin op geen enkele manier sprake is van gradaties
of onderscheidingen: we drukken liefde uit of we roepen om liefde, we zijn in
vrede of niet in vrede, we staan aan de zijde van de waarheid of van illusie, we
kijken met het ego of met de Heilige Geest. Onze
beoefening van de Cursus is daarom altijd optimaal, of we zijn leringen nu
toepassen op ogenschijnlijk onbelangrijke dingen, of op iets wat we als
levensbedreigend beoordelen; niets is te klein of te groot. Het betekent ook
dat iedere situatie belangrijk is voor ons leerproces, en dat we niets over het
hoofd moeten zien of naast ons neerleggen zodat het ‘overwaait’. De beslissing
om anders te zien, om te luisteren naar de interpretatie van de Heilige Geest,
zal ons dezelfde vrede brengen, ongeacht in wat voor moeilijke situatie we ook
denken te zijn. Het kan ook behulpzaam zijn te onthouden: “...de visie van
de Heilige Geest is genadig en Zijn remedie snel. Houd geen lijden voor Zijn
zicht verborgen, maar breng het van harte bij Hem. Leg al je leed neer voor
Zijn eeuwige wijsheid, en laat Hij jou genezen. Laat geen enkele pijnlijke plek
voor Zijn Licht verborgen blijven, en doorzoek je denkgeest zorgvuldig op elke
gedachte die je misschien niet aan het licht durft te brengen. Want Hij zal
iedere nietige gedachte die je behouden hebt om jezelf te kwetsen, genezen en
zuiveren van haar nietigheid, waardoor ze wordt teruggebracht tot de grootheid
van God” (T13.III.7:2-6). |