|
V#566: Als God geen notie heeft van onze situatie, waarom heeft Hij
Jezus dan als leraar gezonden Uit Een cursus in wonderen begrijp ik dat God geen weet heeft van deze
wereld; wat Hem betreft zijn wij één met Hem en dromen van ballingschap en afscheiding.
Het is me niet duidelijk hoe de beslissing werd genomen om Jezus en de Heilige
Geest naar ons te zenden: Jezus, die de leiding over de Verzoening heeft en de
Heilige Geest als onze Stem, Troost en Gids. Hoe wist onze Leraar überhaupt dat
wij er zo’n knoeiboel van hadden gemaakt en dat nog steeds doen? A: Dit is een redelijke vraag die
bijna elke student in de een of andere vorm wel heeft gesteld. De uitspraken in
de Cursus met betrekking tot de Heilige Geest die door God is gezonden als Antwoord
op de afscheiding, zijn, evenals nog een aantal uitspraken, metaforisch
bedoeld. Andere uitspraken zijn weer letterlijk bedoeld, en als dit onderscheid
niet wordt ingezien, kan het lijken of de Cursus tegenstrijdige dingen zegt en dat
kan de lezer enigszins verbijsterd achterlaten. Het relaas van de afscheiding
en het ongedaan maken ervan wordt gepresenteerd als een mythe, meer specifiek
in een kader dat betekenis heeft voor mensen binnen de Westerse filosofische en
religieuze tradities. De taal waarmee de Cursus zijn leringen naar voren
brengt, weerspiegelt dit erfgoed; een aanzienlijk deel van zijn leringen is
bovendien een duidelijke correctie van wat hij beschouwt als fouten van religies
die op de Bijbel gebaseerd zijn. Zijn basismetafysica is strikt non-dualistisch;
dat betekent dus dat het niet helemaal correct is om te zeggen dat we voorzover
het God betreft, "één zijn met Hem en dromen van ballingschap en scheiding"
- dat is dualisme. Als dat waar was, dan zou een andere toestand dan die van volmaakte
Eenheid mogelijk zijn, en dat zou in strijd zijn met wat er in heel de Cursus
wordt uiteengezet. We komen hier vaak op terug wanneer we vragen van studenten
beantwoorden, want dit is van het cruciaal belang voor wie met de Cursus werkt.
We verwijzen naar [Kenneths
boek –vert.] Love Does Not Condemn (blz.
419-421) voor een volledige bespreking van de Heilige Geest in de context
van de metafysische basis van Een cursus
in wonderen. In het kort: de Cursus onderwijst dat de Heilige Geest in
wezen de herinnering is van Gods volmaakte Liefde die in de denkgeest van de Zoon
is gebleven toen hij in slaap viel. En daarom is de Heilige Geest geen persoon,
maar eerder een Aanwezigheid in elke schijnbaar gefragmenteerde denkgeest: een Roep
of een Stem, niet van een afgescheiden wezen, maar eenvoudigweg een deel van de
denkgeest dat de herinnering van zijn ware Identiteit vasthoudt. De Cursus
gebruikt Bijbelse taal; vandaar uitdrukkingen als Trooster.
In overeenstemming met het strikte non-dualisme van de Cursus, zouden we dus
moeten zeggen dat Gods ‘Antwoord’ in wezen, om uit Love Does Not Condemn te citeren: "zijn
eigen onveranderlijke en eeuwige liefde is die permanent in onze gespleten denkgeesten
schijnt, zoals een baken zijn licht uitstraalt in de duisternis. Gods Liefde
doet niets, ze is er simpelweg: een
voortdurende staat van aanwezigheid van liefde, die we de Heilige Geest noemen."
(blz. 420, 421) Jezus
is de manifestatie van de Heilige Geest – een symbool in onze denkgeest. Onze
denkgeest heeft zich zozeer geïdentificeerd met specifieke zaken dat we ons het
meest comfortabel voelen in een relatie met iets of iemand die specifiek is,
wat voor ons het meest betekenisvol is. In zijn liefdevolle zachtaardigheid als
onze leraar, weerspiegelt Jezus ons uiteindelijk de liefde die wij van ons
bewustzijn hebben afgesplitst. In het begin staan we in relatie tot hem als tot
een afzonderlijke persoon, maar naarmate we hem meer beginnen te vertrouwen en
zijn liefde steeds meer ervaren, vervagen de verschillen tussen onszelf en
Jezus, totdat we, net als hij, volkomen vereenzelvigd zijn met liefde. In de
loop van dit proces verliest onze individualiteit aan waarde en betekenis; het
begint met het gevoel dat hij gezonden is, het eindigt wanneer wij dit en alle
andere concepten over afscheiding volledig overstegen hebben. |