|
V#54: Hoe belangrijk is intelligentie? Wat is de definitie van
intelligentie zoals het in de Cursus wordt gebruikt? Is intelligentie een deel
van het ego of een glimp van het Goddelijke? A: Intelligentie is een functie van de hersenen en
maakt dan ook deel uit van het operationele systeem van het lichaam. Dat dient
niet verward te worden met de denkgeest, die niet in de hersenen aanwezig is en geen intelligentie vereist. Dat
wil niet zeggen dat de denkgeest geen gebruik maakt van de hersenen, net zoals
van het lichaam, zolang we de illusoire ervaring hebben in een lichaam te zijn
binnen deze droomtoestand. De uitspraken in de Cursus over
het lichaam kunnen dus ook worden toegepast op de hersenen/intelligentie. Die
zijn neutraal, en kunnen door de Heilige Geest of door het ego voor hun respectieve
doelen worden gebruikt. Dat geldt voor elk vermogen of elke vaardigheid die aan
het lichaam wordt toegeschreven. De Cursus zelf is een voorbeeld van het
gebruiken van het intellect als vorm - het gebruik van taal, metafysische principes,
psychologische termen enzovoort - als weerspiegeling van de keuze in de
denkgeest om zich te wenden tot de liefde en de waarheid die de inhoud ervan is.
Het is één van de vormen die het Zoonschap helpt om liefde te leren accepteren,
maar niet de enige vorm. In het Handboek staat: "Dit is een handboek voor een bijzonder leerplan, bestemd voor leraren die
een bijzondere vorm van de universele cursus onderwijzen. Er zijn vele
duizenden andere vormen, alle met dezelfde uitkomst" (H1.4:1-2). Wij raken gemakkelijk verward over
de hersenen en de intelligentie, omdat we er nog steeds van overtuigd zijn "dat [ons] inzicht een machtige bijdrage
vormt aan de waarheid, en haar maakt tot wat ze is" (T18.IV.7:5). We
houden onze intellectuele vermogens in hoog aanzien, zonder te beseffen dat de denkgeest
het ware thuis is van gedachte en niets
te maken heeft met de illusoire gedachten die door onze hersenen worden opgewekt.
De genezing van de denkgeest door middel van vergeving vraagt geen intelligentie.
Het vraagt bereidheid, wat een functie van de denkgeest is. De denkgeest kan
bereidwillig zijn en kan in feite een keuze maken voor genezing zonder dat daar
intellect of intelligentie voor nodig is. Anders zouden intellectuele vermogens
en/of intelligentie klaarblijkelijk een voorwaarde voor verlossing zijn en dat
zou een groot deel van het Zoonschap uitsluiten (verstandelijk gehandicapten, mensen
in coma of met hersensbeschadiging, enzovoort). Iedereen kent vast de ervaring
om op het ene moment volkomen overrompeld te zijn door een bepaalde passage in
de tekst, en bij latere lezing ineens volkomen helderheid te krijgen over de betekenis.
Onze intelligentie had niets te maken met de verwarring of met de helderheid. De
verwarring kwam door onze weerstand, de helderheid door onze bereidwilligheid. Het
is mogelijk dat een persoon met een beperkte intelligentie met weinig weerstand
en een hoge mate van bereidwilligheid met de Cursus begint, en er dus voor openstaat
om de inhoud van de Cursus te leren: zijn boodschap van liefde en vergeving. Daarentegen
is het mogelijk dat een intellectueel begaafde persoon wordt belemmerd door een
enorme weerstand en de werkelijke boodschap van de Cursus niet vat, hoewel hij
de metafysische principes ervan intellectueel beheerst. Hoewel we gebruik maken
van onze hersenen om te lezen, te studeren en zelfs de leringen van de Cursus in
ons leven toe te passen, heeft de werkelijke activiteit plaats in de denkgeest
die ervoor kiest zich te wenden tot het licht en de waarheid van de boodschap
van de Cursus. De intellectuele activiteit is de weerspiegeling van die keuze,
maar het is geen vereiste, en het is zeker geen glimp van het Goddelijke. Er
zijn verstandelijk zeer beperkte personen geweest die briljante weerspiegelingen
van licht en liefde in de wereld waren, terwijl er intellectueel begaafde
personen zijn geweest die zich bleven verschansen in de duisternis van het ego. Wanneer we de Cursus bestuderen
en in praktijk brengen, blijkt dat het niet zozeer gaat om het al dan niet intellectueel
begrijpen van de uitgangspunten van de Cursus. Het is de toepassing van deze
uitgangspunten, met oprechte bereidwilligheid, die ze effectief maakt en zorgt
voor genezing en de ervaring van vrede. Zo lezen we: "Verlossing, volmaakt en volledig, vraagt slechts: de kleine, bescheiden
wens dat wat waar is waar zou zijn, het kleine beetje bereidwilligheid om
voorbij te zien aan wat er niet is, en de kleine verzuchting die zijn voorkeur
uitspreekt voor de Hemel boven deze wereld waar dood en troosteloosheid lijken
te heersen. Als vreugdevol antwoord zal de schepping zich in jou verheffen om
de wereld die jij ziet door de Hemel te vervangen, volkomen volmaakt en
volledig. Wat is vergeving anders dan de bereidwilligheid de waarheid waar te
laten zijn?" (T26.VII.10:1-3) |