|
V#535: Waarom lijkt de
Cursus zichzelf tegen te spreken wat betreft tijd? Ik heb een vraag over iets dat
ik las in hoofdstuk 13 “De schuldeloze
wereld” van Een cursus in wonderen. In
paragraaf VI “Het heden vinden”,
alinea 4 staat: “Verleden, heden en toekomst
zijn niet continu…”. Dan wordt gezegd:
“Jij wilt de continuïteit van de tijd vernietigen door haar op te delen in
verleden, heden en toekomst”. Dit vind ik verwarrend. Eerst wordt gezegd
dat verleden, heden en toekomst niet continu zijn, en daarna dat ik de
continuïteit van de tijd wil vernietigen. Hoe kan ik de continuïteit van de
tijd vernietigen als ze niet continu is? Of lees ik deze alinea verkeerd? A: De sleutel is dat je begrijpt dat het ego en
de Heilige Geest het doel van de illusoire tijd precies tegenovergesteld
waarnemen (T13.IV.7:1-2). Dus elk focust op verschillende
aspecten van de tijd: het ego op het verleden en de toekomst; de Heilige Geest
op het heden. Het ego wil ons vasthouden in de illusie van tijd, want dat houdt
het ego in leven. En dus probeert het een kunstmatige continuïteit of schakel
tot stand te brengen tussen het illusoire verleden en de illusoire toekomst
door middel van schuld en angst, wat maakt dat we tijd als werkelijk ervaren.
Het ego negeert het heden letterlijk, behalve als een vluchtig moment in de
tijd dat verleden en toekomst verbindt, met de toekomst als beangstigende en onvermijdelijke
voortzetting van het zondige, schuldige verleden, zonder hoop op ontsnapping (T5.VI.2:1-4; T13.I.8; T13.IV.8). De Heilige Geest
daarentegen wil ons helpen aan de illusie van tijd voorbij te gaan, en gebruikt
dus het heden, het enige aspect van tijd dat de eeuwigheid benadert, en breidt
het uit tot in het oneindige (T13.IV.7:3-7;
T13.VI.6). De enige waarde
van het verleden is dat het door middel van vergeving ongedaan kan worden
gemaakt, getransformeerd en gezuiverd, zodat het niet langer met het heden in strijd
is (T17.III.5). Voor de Heilige Geest is het heilig
ogenblik, het huidige moment, één continu ogenblik zonder onderbreking of
einde, dat de brug vormt tussen tijd en tijdloosheid. Als we de continuïteit
ervan niet ervaren, komt dat enkel omdat we de ego-interpretatie van tijd
hebben aanvaard, die een kunstmatige continuïteit probeert aan te brengen tussen
een zondig verleden dat nooit heeft plaatsgevonden, en een toekomst van straf
en pijn, die niet meer is dan een ziekelijke fantasie (Wdl.135.16). |