|
V#521: Bestaan we uit vele denkgeesten of maar uit één? Bestaan
we uit één denkgeest met vele geesten? Of zijn we slechts één denkgeest die waanzinnig
is geworden en gelooft dat hij veelvoudig is? Als het tweede deel waar is, dan stel
ik deze vraag eigenlijk aan mezelf en krijg dan een antwoord terug van mezelf.
Dit kan iemand het gevoel geven dat hij geschift is, dat weet je toch, hè? Of,
nogmaals, ben ik een geest die door God is geschapen en vervulde Hij me met een
deel van Zijn Denkgeest? Als dat het geval is, dan kan ik het woord Zoonschap begrijpen
– vele persoonlijkheden die allen samen eigenlijk EEN zijn. Dat zou betekenen
dat we elk inderdaad een individuele uitdrukking van God zijn, maar dat we dat niet
zonder elkaar kunnen zijn. Of ben ik hierin het spoor helemaal bijster? Help
mij alstublieft. A: Er is op je vraag geen antwoord te geven dat echt
bevredigend is, want dat is hetzelfde als binnenin een gekkenhuis proberen te
begrijpen wat gezond verstand is. Alles wat we zien demonstreert heel goed wat
niet de werkelijkheid is, maar niets kan ons ook maar een glimp laten zien van
wat de waarheid in feite is. We kunnen in symbolen en metaforen spreken, maar
de waarheid over Wie we zijn overstijgt al dat soort zwakzinnige pogingen om uit
te beelden wat niet uitgebeeld kan worden. Er is geen verband tussen onze
ervaring hier binnen de gespleten denkgeest en onze werkelijkheid als Gods enige
Zoon - compleet, heel en ongedifferentieerd - in de Hemel. Er is een
herinnering aan eenheid die ons in het beste geval laat inzien dat er hier iets
niet klopt en dat er Iets anders is waarnaar we hevig verlangen terug te keren.
Maar zelfs het begrip terugkeer is een illusie, want we zijn in werkelijkheid nooit
weggegaan (T6.II.11:1,2). Hoe kunnen
we de werkelijkheid dan ooit begrijpen als onze ervaring zo duidelijk in
tegenspraak lijkt met de waarheid? De ene Denkgeest is niet gek
geworden – Hij blijft onveranderd. Wat veelvoudig lijkt is niet meer dan een illusie,
een dromerige staat die een kakofonie van dissonanten creëert, die de enkele harmonieuze
noot van de zuivere melodie van de Hemel lijkt te hebben vervangen. Maar deze heeft
hem alleen maar overstemd, of schijnbaar
overstemd. Er is geen pad om ons het spoor van wat we hier als ogenschijnlijk
afzonderlijke fragmenten ervaren, terug te laten volgen naar de eenheid die
onze werkelijkheid is, omdat het totaal op zichzelf staande toestanden zijn, de
een werkelijk, de ander onwerkelijk. De werkelijkheid is niet veranderd en de afscheiding
staat er absoluut in geen enkele relatie mee. Uiteindelijk zullen we gewoon al
onze gedachten, vragen en ideeën loslaten, en voor een vluchtig moment zal de waarheid
de leegte lijken te vullen. En ons enige Leven zal voortgaan zoals het altijd
al is geweest: ononderbroken en onmogelijk te onderbreken. |