|
V#52: Schuld voelen over het lijden in
de wereld. Is
het verkeerd om je schuldig te voelen over tragische gebeurtenissen in de
wereld, zoals hongersnood in Afrika enz.? Ik voel me vaak schuldig als ik
mensen in arme landen zie lijden en denk dan: ‘Kijk naar het gemakkelijke
leventje dat ik leid. Ik heb werkelijk niets om over te klagen!’ Is mijn schuld
in deze situatie echt alleen een poging om een gevoel van speciaalheid en
afscheiding in stand te houden? A: Volgens de Cursus zijn schuld en
beschuldigingen nooit gerechtvaardigd. Maar de schuld die jij voelt komt hoogstwaarschijnlijk
van een diepere bron dan de reden die je noemt, en kan alleen op dat niveau
ongedaan gemaakt worden. Ieder van ons voelt zich ten diepste schuldig, enkel
en alleen omdat we hier zijn. Ons bestaan in deze wereld gaat ten koste van
God, zo heeft het ego ons verzekerd. Wij hebben in essentie Gods scheppende
macht gestolen en deze toegekend aan onszelf, zodat we ons eigen leven kunnen
leiden in een wereld die ons de speciaalheid en individualiteit kan geven die
in de Hemel niet beschikbaar waren. De schuld die we associëren met ons bestaan
hier is dan ook enorm, en wordt opzettelijk buiten het bewustzijn gehouden door
ontkenning en projectie. Deze
dynamiek van projectie vereist dat er een wereld is waarin vreselijke dingen
gebeuren. Zo kunnen we zowel de slachtoffers als de daders buiten onszelf zien,
in plaats van op het bloedige slagveld in onze denkgeest, waar we doodsbang
zijn dat God ons op de hielen zit om ons te vernietigen voor onze afschuwelijke
aanval op Hem. Er is dus een tweede laag van schuld in onze denkgeest die voortkomt
uit onze wens dat er lijden in de
wereld is. Want dat zorgt ervoor dat onze verdediging door middel van projectie
blijft werken, wat op zijn beurt het ‘systeem’ van ons bestaan buiten de Hemel
en God in stand houdt. Hoewel het ego ons verzekerd heeft dat we ons vrij van schuld zullen
voelen als we zowel onszelf als onze schuld buiten de denkgeest projecteren,
eindigen we als een lichaam in een wereld van lichamen en voelen we ons evengoed
schuldig. We voelen ons schuldig als het ons goed gaat, want diep in onze
denkgeest weten we dat het allemaal onrechtmatig verkregen is. En we voelen ons
schuldig wanneer we zien dat het anderen niet goed gaat, omdat we ons op een
onbewust niveau verantwoordelijk voelen voor hun lijden en armoede. Het
herinnert ons aan onze medeplichtigheid aan het plan een wereld te creëren vol
ellende en onoplosbare problemen. En dat deden we zodat we ons nooit het enige
werkelijke probleem zouden herinneren: we maakten de verkeerde keuze in onze
denkgeest. En we kunnen eenvoudigweg, met Jezus of de Heilige Geest als gids, terugkeren
naar de denkgeest om dit keer de juiste keuze te maken. Tenslotte, we moeten op onze hoede zijn voor de neiging om gebeurtenissen alleen
naar de vorm te beoordelen. Anders
gezegd, de uiterlijke vorm kan ons niet vertellen wat er gaande is op iemands
Verzoeningspad, de inhoud. Misschien
is lijden of armoede het klaslokaal dat die denkgeest gebruikt om te leren dat
het lichaam niet onze werkelijkheid is. Dat weten we niet, dus moeten we
voorzichtig zijn met oordelen over wat ongelukkige omstandigheden lijken te
zijn. We kunnen het grotere plaatje niet zien. Daarnaast moeten we onthouden
dat een kernbeginsel van de Cursus is dat er geen hiërarchie in illusies
bestaat. Waar het op neerkomt is dat vriendelijkheid en mildheid tegenover alle
mensen, ongeacht hun situatie, altijd ons uitgangspunt zou moeten zijn. |