|
V#5 Waarom gebruikt de Cursus mannelijke taal? Hoe zit het met het mannelijke
taalgebruik van de Cursus? Tot nu toe ben ik nog geen enkele verwijzing
tegengekomen naar 50% van de wereldpopulatie. Of zijn vrouwen gewoon geen
illusie? Ik hou nog steeds van de Cursus, maar dit seksistisch taalgebruik vind
ik erg irritant. A: Deze vraag is vergelijkbaar met vraag “Deze Cursus blijft binnen het kader van het ego, waar hij nodig
is. Daartoe gebruikt hij woorden die symbolisch zijn en niet kunnen uitdrukken
wat achter symbolen schuilgaat” (VvT.In.3:1-3). Dit
maakt duidelijk dat de Cursus een andere betekenis
geeft aan het gebruik van mannelijke taal. Hoewel de vorm van de
woorden van de Cursus hetzelfde is als de 2500 jaar oude westerse traditie, is
de inhoud precies het tegenovergestelde. Dit geeft een goed voorbeeld
van een principe dat twee keer uiteengezet wordt in het Tekstboek, dat de
Heilige Geest ons niet berooft van onze speciale
relaties (de vorm), maar ze in plaats daarvan transformeert (T17.IV.2:3-6; T18.II.6). Door het
lezen van de ‘seksistische’ taal krijgt de lezer een prachtige kans om
vergeving te beoefenen. Met de hulp van de Heilige Geest kan nu anders worden
gekeken naar de onderliggende oordelen die onbewust waren. Op deze manier kan
een speciale haat (of liefde) relatie met autoritaire vaderfiguren, kerkelijk
of wereldlijk, getransformeerd worden in een heilige relatie. Een relatie die
nu vrede en vergeving als doel heeft in plaats van oordeel en aanval. Zo kunnen we ook het gebruik
van de term “Zoon van God”
begrijpen.
Tweeduizend jaar lang werd deze term in de Christelijke theologie exclusief
gebruikt om alleen Jezus mee aan te
duiden, de enig geboren zoon van de
Bijbelse God, en de Tweede Persoon van de Drie-eenheid. Bovendien werd Jezus’
speciaalheid geaccentueerd doordat Paulus de rest van de mensheid de status gaf
van ‘geadopteerde zonen’ van God (Gal.4:4). Om te benadrukken dat hij onze gelijke is gebruikt Jezus
in Een cursus in wonderen dezelfde
term die toen alleen voor hem gold. Nu verwijst deze naar alle mensen:
Gods kinderen die geloven dat ze lichamen zijn en afgescheiden van hun Bron en
dus verschillend van Hem. En nog nadrukkelijker verwijst de term ‘Zoon van God’
naar studenten die de Cursus bestuderen en dat gebeurt duidelijk met
voorbijzien aan hun sekse. Deze term is dus opzettelijk
gebruikt om een 2000 jaar durende Christelijke vervorming van Jezus’
fundamentele boodschap te corrigeren. In dit geval de gelijkwaardigheid en
eenheid van het Zoonschap van God. Daarom presenteert Jezus zichzelf in de
Cursus als gelijk aan anderen ( in de tijd is hij echter zeker verschillend van
ons). Daarom, om het nogmaals te benadrukken, wordt de term ‘Zoon van God’ nu
voor ons allemaal gebruikt.
Bovendien wordt de term ook
gebruikt om te verwijzen naar Christus, Gods creatie vóór de afscheiding, zijn
ene Zoon. En ook hier zien we dezelfde vorm als in het traditionele Christendom, maar dan met een totaal andere inhoud. Zoon
van God kan ook gemakkelijk worden begrepen als synoniem voor kind,
een term die ook vaak wordt gebruikt in de Cursus. De herinterpretatie van Zoon van God, van speciaalheid naar
eenheid is cruciaal voor het gedachtegoed van de Cursus. Juist om de reden waarom Jezus deze
term gebruikt, zouden studenten – mannen en vrouwen – waakzaam moeten zijn
tegen de verleiding om het
‘aanvallende’ taalgebruik van de Cursus te veranderen. Hoewel het
begrijpelijk is, heeft het toch als doel om Jezus’ pedagogische doelen te
ondermijnen. Het zou meer op één lijn liggen met de lessen van Een cursus in wonderen om de vorm te
laten zoals die is en in plaats daarvan je denken te veranderen. In deze
omstandigheden zou men er goed aan doen een beroemde zin van de tekst te
parafraseren: ”Probeer dan ook niet de
Cursus te veranderen, maar kies ervoor je denken over de Cursus te veranderen”
(T21.In.1:7).
Daar de vorm van de Cursus niet verandert, doen studenten er
verstandig aan om hun reacties te gebruiken als een klaslokaal waarin ze kunnen
leren te vergeven, niet alleen Jezus, Helen, of Een cursus in wonderen zelf, maar ook alle mensen (in het heden of
verleden) waarvan ze vinden dat zij, of anderen, door hen oneerlijk zijn
behandeld. En als laatste, het is een
gewoonte in de grammatica dat voornaamwoorden die op een neutraal zelfstandig
naamwoord slaan, zoals ‘een’ of ‘persoon’, de mannelijke vorm (hij) krijgen.
Daar de meest elementaire les van de Cursus is dat we geen lichaam zijn, is het
dus ook gewoon een kwestie van vorm of stijl. |