|
V#490: Waarom zou de egodenkgeest er ooit voor kiezen om zichzelf
ongedaan maken? Ik begrijp dat wanneer wij (de keuzemaker)
een beslissing nemen om ons met de egodenkgeest te vereenzelvigen, vergeten dat
er een ander deel van onze denkgeest is waarmee wij ons kunnen vereenzelvigen. Als
de juist gerichte denkgeest pas toegankelijk wordt wanneer we er ons eerst van
bewust worden dat er een andere denkgeest bestaat, en vervolgens inzicht
krijgen in de verdedigingen die het ego opwerpt om er zeker van te zijn dat we hier
niet komen, met welke denkgeest heb ik me dan geďdentificeerd toen ik de
beslissing nam om te beginnen met Een
cursus in wonderen? Achteraf begrijp ik dat ik, in al de jaren dat ik egovaardigheden
met betrekking tot management leerde, waarschijnlijk altijd in het egodenksysteem
zat. Hoe heeft mijn egodenkgeest dan ooit kunnen kiezen om een boek op te pakken
dat zijn ondergang zou kunnen betekenen? Wanneer we tot de conclusie komen dat
‘er een andere manier moet zijn’, wordt het ego dan gedwongen om uit de weg te
gaan? Kun je alstublieft opheldering geven? A: Allereerst dit: de denkgeest beschouwen als
bestaande uit drie delen komt zeker overeen met de manier waarop Jezus er in de
Cursus over spreekt. Maar we moeten niet vergeten dat hij een proces beschrijft
dat uiteindelijk een illusie is. We moeten deze beschrijving van de afgescheiden
(en dus illusoire) denkgeest en zijn dynamiek dan ook niet beschouwen als een
blauwdruk of schematische voorstelling van een daadwerkelijke denkgeest die in
werkelijkheid bestaat. Je moet het zien als leermiddel, en alle leermiddelen, hoezeer
ze ook een nuttig doel dienen, zijn begrensd. De denkgeest op deze wijze
onderverdelen, is dus een manier om ons te helpen de verkeerde manier waarop we
hebben gedacht over onszelf ongedaan te maken, en om ons tevens te helpen begrijpen
waarom wij in de wereld functioneren zoals we dat doen. Misschien is het belangrijkste
punt bij de beantwoording van je vraag Jezus’ geruststelling dat we niet
helemaal waanzinnig zijn, en dat er een grens wordt gesteld aan ons vermogen tot
miscreëren (T2.III.3:3). Hij vertelt
ons bovendien: "Je mag dan veel pijn
kunnen verdragen, maar daaraan is een grens. Uiteindelijk begint iedereen in te
zien, hoe vaag ook, dat er een betere manier moet zijn" (T2.III.3:5,6). De keuzemaker kan dan wel voortdurend
zijn beslissing handhaven om het denksysteem van de Heilige Geest en zijn eigen
keuzevermogen te verbergen, maar dat betekent nog niet dat er niet langer een juist
gerichte denkgeest of een keuzemaker is.
Ze zijn alleen maar verborgen, en goed verborgen, zoals we allemaal kunnen
bevestigen. Niettemin blijft de keuzemaker altijd functioneren als keuzemaker, hoewel hij probeert te doen alsof hij dat niet
is. Om in antropomorfe, of menselijke,
termen te blijven spreken: het ego ervaart bovendien altijd dat zijn bestaan
bedreigd wordt - net zoals ieder ervaart die probeert iets op te houden dat
vals is. En daarom is er ergens in onze denkgeest de gedachte dat de dingen
niet zijn wat ze lijken te zijn, en wij
niet zijn wat we lijken te zijn. Voor de
meeste mensen geldt blijkbaar dat die gedachte pas aan de oppervlakte komt als er
iets verschrikkelijks gebeurt, of wanneer ze een stadium bereiken waarin ze voor
het eerst hun handen in wanhoop of frustratie ten hemel heffen. Nogmaals, de
motivatie is pijn in zo’n mate dat hij ondraaglijk wordt. (Het is duidelijk dat
veel mensen vervolgens gewoon terugkeren naar het denksysteem van het ego om een
oplossing te vinden). Het is echter niet het ego dat dit doet. Onthoud dat het
ego niet meer is dan een geloof dat de keuzemaker heeft aanvaard. Het is dus alsof
de keuzemaker reageert op zijn eigen vaag waargenomen twijfels over de
overtuigingen waarmee hij zich vereenzelvigd heeft. En op dat moment heeft hij zich
losgemaakt van de identificatie met het ego, en toegelaten om een vage glimp op
te vangen van het licht dat straalt vanuit de juist gerichte denkgeest. De
manier waarop die omslag wordt uitgedrukt, kan elke vorm aannemen, zoals
bijvoorbeeld de verschijning van Een cursus
in wonderen in iemands leven. Maar het kan van alles zijn, als het de denkgeest
maar helpt zijn overtuiging te genezen dat de afscheiding van God werkelijkheid
is. |