|
V#401 Hoe geven we onze
denkgeest terug aan God? a: Een cursus in wonderen spoort
ons aan onze denkgeest terug te geven aan God. Ik neem aan dat dit betekent dat
Hij aldoor in onze denkgeest aanwezig is. Is dat juist? Is er iets wat we kunnen
doen om dit zonder verder uitstel te begrijpen? b: Toen Jezus aan het kruis genageld was beval
hij zijn Geest aan God, en hij zegt ons dat ook te doen. Kun je dit uitleggen;
hoe moeten we dit doen? c: De Cursus zegt dat als
we al onze vermogens gedurende langere tijd toepassen op één enkel verenigd
doel, zij verenigd zullen worden. Hoe kunnen we dat doen? A: a. Onze denkgeest
teruggeven aan God betekent dat we ons eerst realiseren dat we er op de een of
andere manier de voorkeur aan hebben gegeven om van Hem afgescheiden te zijn,
en dat we die afscheiding actief in ons dagelijkse leven in stand houden. Jezus
helpt ons (vooral in de werkboeklessen) te herkennen hoe we dat doen, zodat we kunnen
beslissen of het nog wel de moeite waard is om verder te gaan op dit pad van afscheiding
- het pad van speciaalheid en gescheiden belangen. Als we besluiten dat het
niet meer de moeite waard is, dan kunnen we simpelweg beslissen tegen onze beslissing om afgescheiden te
zijn. Dit gebeurt door bereid te zijn om ons erin te oefenen te zien dat
iedereen hetzelfde onjuist gerichte denksysteem, én hetzelfde juist gerichte
denksysteem heeft, en dat de verschillen die we waarnemen uiteindelijk van geen
enkel belang zijn. Onze denkgeest teruggeven aan God is hem teruggeven aan de
eenheid, onze natuurlijke staat. Wat ons ‘ophoudt’ is onze enorme weerstand
tegen deze omslag, want het betekent een besluit ten nadele van het speciale,
individuele zelf dat we als onze enige identiteit zijn gaan beschouwen. Daarom
is de enige motivatie om deze omslag te maken, dat we hebben ingezien dat dit
zelf vals is en niet naar geluk leidt, en dat iets anders ons nu meer aantrekt.
Dit zelf hoeven we niet los te laten; we geven het nu gewoon een ander doel. In
plaats van het te gebruiken om de afscheiding en verschillen in stand te
houden, kunnen we het nu gebruiken om de afscheiding ongedaan te maken. Zó
beginnen we het proces om onze denkgeest aan God terug te geven. b. Onze geest aan God
bevelen is eigenlijk hetzelfde als onze denkgeest aan God teruggeven - het is
onze bereidwilligheid om ieder gevoel van afscheiding van elkaar ongedaan te
maken, door eerst te erkennen dat dit gevoel er is omdat we wílden dat het er is.
“Niets kan zegevieren over een Zoon van
God die zijn geest in de Handen van zijn Vader beveelt. Door dit te doen
ontwaakt de denkgeest uit zijn slaap en herinnert zich zijn Schepper. Alle
gevoel van afgescheidenheid verdwijnt.” (T3.II.5:1-3) Zie ook T5.VII.3 c. Door constant te oefenen
in het zien dat onze belangen dezelfde zijn als die van ieder ander, elimineren
we geleidelijk conflict uit onze denkgeest, en dan raken ze – de denkgeesten - steeds
meer verenigd. De verschillen tussen ons worden minder belangrijk, en we vinden
steeds meer vrede in de aanvaarding van onze eenheid. Als we ons leven en onze
dagelijkse interacties gebruiken als een middel om de afscheiding ongedaan te
maken, dan lijden we niet langer onder de spanning om iedere dag opnieuw het hoofd
te moeten bieden aan een slagveld, vol rivalen en belagers - een jungle van ‘doden
of gedood worden’. Wanneer we ons met Jezus boven het slagveld verheffen, dan zal
onze waarneming verenigd worden: we zullen in iedere gebeurtenis alleen nog maar
een roep om liefde óf een uiting van liefde zien. En dit zal de permanente
staat van onze denkgeest zijn, omdat hij de ware eenheid van de Liefde van de
Hemel zal weerspiegelen. We willen niets anders, vanuit de volledige aanvaarding
dat er niets anders is. |