|
V# 391: Verduidelijking van de begrippen brein/hersenen, denkgeest,
denken en intelligentie. Ik vind
het moeilijk het verschil te begrijpen tussen wat je aanduidt als de ‘gedachten
van het brein of de hersenen’ en de ‘gedachten in de denkgeest’. Ook al heb ik me
bijna volledig vereenzelvigd met mijn lichaam, toch kan ik me helemaal niet
voorstellen dat mijn brein denkt, maar alleen dat de denkgeest dat doet. Voor
mij zijn ‘de gedachten van het brein’ gewoon de gedachten van de egodenkgeest die
zich met het lichaam vereenzelvigd heeft en deze gedachten toeschrijft aan het ‘denkorgaan’
van het lichaam: het brein. In het antwoord op V#54, zeg je: ‘Intelligentie is een functie van de hersenen en
maakt dan ook deel uit van het operationele systeem van het lichaam. Het dient
niet verward te worden met de denkgeest, die niet in de hersenen aanwezig is en geen intelligentie vereist.’ Heeft
de egodenkgeest intelligentie dan ‘gemaakt’? A: Het ego heeft geen denkgeest, maar het ego is de
overtuiging (in de denkgeest) dat de afscheiding werkelijk is. Het is inderdaad
deze overtuiging die intelligentie heeft gemaakt, omdat intelligentie iets van
de hersenen is, dat deel uitmaakt van het lichaam (het verblijf van het ego).
En je omschrijving van ‘de gedachten van de hersenen (of het brein)’ is dan ook
juist. Het onderscheid tussen brein en denkgeest is moeilijk, omdat we het
brein zo hoog achten, en omdat we niet weten dat we een denkgeest hebben.
Hoewel het ego intelligentie heeft gemaakt, kan de Heilige Geest die gebruiken
om Zijn doel te bereiken in de plaats van dat van het ego. Een Cursus in wonderen is zelf een goed voorbeeld van het gebruik
van woorden, ideeën en begrippen, die schijnbaar door het brein begrepen worden,
om de keuze te weerspiegelen die in de denkgeest wordt gemaakt om ons geloof in
de afscheiding ‘af te leren’. De Cursus biedt een zeer ontnuchterende
beschrijving van de hersenen: "Je
gelooft ook dat de hersenen van het lichaam kunnen
denken. Als je ook maar iets van de aard van het denken begreep, zou je alleen maar
kunnen lachen om dit waanzinnige idee. Het is net alsof je denkt dat jij de
lucifer vasthoudt waarmee de zon ontstoken wordt en hem al zijn warmte wordt
verschaft; of dat jij de wereld in je hand houdt, waarin ze veilig besloten
ligt tot jij haar laat gaan. Toch is dit niet dwazer dan te geloven dat de ogen
van het lichaam kunnen zien of dat de hersenen kunnen denken." (WdI.92.2) De denkgeest denkt in feite ook
niet echt. De Cursus maakt gebruik van het woord gedachte of denken met
betrekking tot de denkgeest, omdat dit voor ons een manier is om het te
begrijpen. We krijgen echter de waarschuwing niet te vergeten dat de vorm
beperkt is: "...woorden zijn slechts
symbolen van symbolen. Ze zijn daarom dubbel van de werkelijkheid verwijderd"
(H21.1:9-10). De denkgeest kiest
tussen twee overtuigingen, twee ‘gedachten’ (de afscheiding is werkelijk of is dat
niet), of twee leraren (het ego of de Heilige Geest). Je kunt ook zeggen dat de
denkgeest ofwel ‘nee’ ofwel ‘niet nee’ zegt tegen de waarheid van de Identiteit
die God aan ons gaf: die van Zijn onschuldige Zoon. Dus de denkgeest denkt niet
– hij kiest. Dat is alles. Wanneer hij kiest voor het ego, treedt de illusie
van denken, oordelen, voelen en handelen binnen de droom in werking. Wanneer hij
voor de waarheid kiest, dan is hij stil en rust in kalme zekerheid. |