|
V#39: De gehechtheid aan deze wereld Ik heb je dikwijls horen zeggen dat we, als we ontwaken, niet
plotseling verdwijnen of zo. En toch denk ik elke keer dat ik serieus overweeg
met Jezus huiswaarts te gaan, aan de onafgewerkte taken die ik ‘hier’ nog heb
en dat houdt me tegen. Dan herinner ik me dat je zegt dat wat hier ook nog
gedaan moet worden, zal gebeuren, omdat mijn lichaam dan op de meest behulpzame
manier geleid zal worden, maar dat het mijn zorg niet meer hoeft te zijn. Als het
wel mijn zorg was, zou het trouwens een actie van mijn ego zijn. Klopt dat? Hoe
kan ik dat dan verenigen met het voorbeeld van de bodhisattva’s die ervoor
kiezen zich aan iets in deze wereld te blijven hechten – of het nu aan een
dierbare of aan chocolade is – om zo het lichaam in stand te houden en hier
behulpzaam te kunnen zijn, waarvoor ze gekomen zijn? Dat is vanuit het
standpunt van de Cursus toch een investering in wat we doen? A: Als ik je goed begrijp, bedoel je dat je gelooft dat je hier bent
en naar huis wilt terugkeren, maar dat je die keuze nog niet hebt gemaakt,
omdat je voelt dat je hier nog niet klaar bent. Dat is duidelijk een andere
staat van denken dan die van een denkgeest die genezen is en weet dat hij in
werkelijkheid niet hier is, maar alleen nog maar het instrument van de Liefde
van de Heilige Geest. Met andere woorden: de uitgangspunten zijn heel
verschillend. De genezen denkgeest is zogezegd al ‘weggegaan’, en is ‘hier’ op
een heel andere manier dan de denkgeest die nog onderweg is en de keuze aan het
overwegen om samen met Jezus huiswaarts te gaan. Een genezen denkgeest heeft elke
lichamelijke identiteit overstegen en is volkomen vereenzelvigd met non-dualistische
liefde. Aanwezig zijn in een illusoire toestand vereist dan ook een bepaald
aandachtspunt om de denkgeest te helpen geaard te blijven. Dat kan van alles
zijn – van een voorliefde voor chocolade tot supporter zijn van een voetbalclub.
Maar er is nooit tegenzin of weerstand om naar huis terug te keren, want een
genezen denkgeest weet dat hij daar al is; dat er niets is dat bereikt moet
worden, dat er geen reis is. Ik denk dat jij wat inhoud
betreft iets heel anders tot uitdrukking brengt dan deze staat van de denkgeest.
In vorm kunnen beiden het gevoel
hebben dat ze nog niet klaar zijn met wat ze hier te doen hebben. Maar bij degenen
die nog onderweg zijn en aan het leren hoe ze hun investering in hun
lichamelijke identiteit kunnen verminderen, bestaat er een enorme angst om de
enige identiteit die hen vertrouwd is, totaal los te laten. Dat is een
geleidelijk proces dat vele jaren in beslag neemt. Het vraagt de verbintenis en
het commitment om onverschrokken met Jezus te kijken naar de inhoud van de egodenkgeest,
die vrijwel onveranderlijk bij zijn opstandige keuze blijft zijn Thuis te
verlaten en nooit terug te keren. Jezus verzekert ons echter op duidelijke
wijze: “Ik ben bezig je naar een nieuw
soort ervaring te leiden die je steeds minder genegen bent te ontkennen” (T11.VI.3:5).
Het gaat om een proces en de uiteindelijke keuze zal moeiteloos worden
gemaakt. In feite zal de aantrekkingskracht van Liefde zo sterk zijn dat het
niet eens als een keuze wordt beschouwd. Er is dan geen enkele zorg meer over
een ‘plotselinge verdwijning’! |