|
V#38: De “roep die nooit weerklonken heeft”. Waar verwijst de Cursus naar als hij zegt: “Er zal geen aanslag worden gedaan op jouw wens een roep te horen die
nooit weerklonken heeft.” (T31.II.8:5) A: De “roep die nooit weerklonken heeft” verwijst naar de “roep” om
afgescheiden van God te zijn, die we voortdurend in onze verkeerd gerichte
denkgeest horen. Het is onmogelijk je van de totaliteit, van alles, af te
scheiden. Daarom heeft de roep “nooit weerklonken”. Het is een andere formulering
van het Verzoeningsprincipe dat de afscheiding in werkelijkheid nooit heeft
plaatsgevonden. En we zullen niet gestraft worden omdat we de roep wensten te
horen die ons vertelt dat onze individuele, afgescheiden identiteit werkelijk
is. In een andere context zegt Jezus ongeveer hetzelfde: “Dit is jouw belofte om nooit toe te laten dat eenheid jou uit de
afscheiding wegroept” (T19.IV.D.3:4). Maar hij wordt het nooit beu ons
eraan te herinneren dat het geen zonde is die vergelding verdient als je liever
als individueel wezen blijft bestaan, en een God maakt naar je eigen beeld, in
plaats van de roep van de Heilige Geest te beantwoorden om naar onze ware
Identiteit als geest, als Christus, terug te keren. Dat wordt bedoeld met: “Er
zal geen aanslag worden gedaan…”. Dit is een correctie van het traditionele
Bijbelse standpunt dat een beledigde, wraakzuchtige God verzoening eist door
een offer voor de zonden van Zijn kinderen. |