|
V#37: Wat zegt de Cursus over keuze versus lot of
voorbeschikking? Zoals ik
het begrijp, is mijn enige werkelijke keuze in deze droom van afscheiding,
welke leraar ik kies in iedere situatie waarin ik me bevind: het ego of de
Heilige Geest. Wat de droom zelf betreft is het draaiboek al geschreven. Ik
vraag me af of ik, als de dromer van de droom, de specifieke gebeurtenissen in
mijn droom kan veranderen. Of kan ik in de droom alleen mijn perspectief op de
situatie veranderen? Met andere woorden: zijn alle situaties die ik ervaar en
relaties die ik heb voorbestemd? Dat zou betekenen dat ik door een oude droom
van afscheiding loop, alsof ik naar een oude film kijk; dat mijn huwelijk nooit
langer had kunnen duren dan het deed, dat ik nooit meer kinderen zou kunnen
hebben dan ik nu heb en dat de duur van mijn huidige relatie al volledig is
bepaald. Nu ik de gelegenheid krijg om tijd te besparen door voor de Heilige
Geest als leraar te kiezen, betekent dat alleen dat ik bepaalde delen van het
verhaal mag overslaan. Begrijp ik dat zo goed? Het lijkt
ook alsof de Cursus ons aanmoedigt om een onheilige relatie niet in te ruilen
voor een onheilige relatie met iemand anders. Want dan zoeken we naar geluk dat
we nooit buiten onszelf zullen vinden. In plaats daarvan kunnen we de relatie
die we hebben heilig maken. Dit lijkt aan te geven dat we een keuze hebben wat betreft het verhaal,
de mensen die we ontmoeten enz. Dus dan zijn er verschillende versies van mijn
leven mogelijk: de ene met twee of meer korte huwelijken met verschillende
echtgenotes en de andere versie met één langdurig huwelijk. Maar Jezus zegt dat
niets aan het toeval is overgelaten en dat iedere ontmoeting gepland is. Of
doet de vorm er niet toe en zie ik alleen maar de schaduwen van mijn eigen
projecties op hen? Maar waarom is het dan zo dat het draaiboek van mijn leven,
zo’n belangrijk effect lijkt te hebben op de levens van andere mensen, als het
allemaal al bepaald is? Jezus zegt
ook dat wat we zien het oordeel is dat we eerst over onszelf hebben geveld, en
dat er buiten ons geen wereld is. Betekent dat bijvoorbeeld dat ik iets had
kunnen doen om de oorlog tussen de Verenigde Staten en Irak te stoppen? Is het
zo dat het al heeft plaatsgevonden en gecorrigeerd is? Zodat, wanneer ik oorlog
zie in plaats van vrede, dat betekent dat mijn denkgeest nog steeds correctie
nodig heeft omdat ik nog altijd de verkeerde leraar kies? Of had ik niets
kunnen doen om de oorlog te voorkomen en kies ik alleen de leraar met wie ik
naar de gebeurtenissen kijk? En zie ik niets dan onschuld aan beide zijden als
ik kies voor de Heilige Geest? A: Het zou een heel boek
beslaan om al deze vragen en
onderwerpen volledig te beantwoorden. (Er is
een boek: A Vast Illusion: Time According
To A Course in Miracles van Kenneth Wapnick, dat behulpzaam kan zijn bij
verdere uitleg van sommige punten die we hier kort zullen behandelen.) De Cursus
zegt dat onze enige werkelijke keuze,
de keuze is tussen het ego en de Heilige Geest – met de nadruk op werkelijke. Maar binnen de droom zijn er
bijna een oneindig aantal alternatieven
waaruit we kunnen kiezen op het niveau van vorm. Het aantal is niet echt
oneindig, maar bijna oneindig, omdat
het ego niets kan maken dat oneindig of eeuwig is (T4.I.11:7). Maar de onderliggende inhoud is steeds hetzelfde:
zonde, schuld en angst. En dus benadrukt de Cursus dat er geen echte keuze is
tussen alternatieven die in werkelijkheid allemaal hetzelfde zijn. Een
betekenisvolle keuze kan alleen gemaakt worden op het niveau van inhoud en de
enige werkelijke keuze is dan ook die tussen de schuld en angst van het ego en
de vergeving en liefde van de Heilige Geest. Dus inderdaad, er zijn veel verschillende mogelijkheden
in ons leven, wat betreft de vorm van gebeurtenissen en de volgorde ervan, die
het resultaat zijn van onze zogenaamde keuzes. Maar zolang we kiezen met het
ego, en geloven dat geluk buiten onszelf gevonden kan worden, verandert er niet
echt iets, ook al kunnen onze omstandigheden en relaties ingrijpend veranderen.
De Cursus moedigt ons overigens niet aan om fysiek
in een relatie te blijven om deze heilig te maken – hij adviseert ons nooit op het niveau van vorm. Wanneer hij ons
waarschuwt voor de wens “je van je
broeder te ontdoen” (T17.V.7:2),
spreekt hij over de wijze waarop we onze broeder waarnemen in onze denkgeest en in het bijzonder over de speciale
fantasieën die we over hem hebben, welke niet meer vervuld worden. Nu zegt de
Cursus ook, zoals je opmerkt, dat het draaiboek reeds geschreven is (WdI.158.4:3) en dat alles in de tijd
voorbij is, zodat ons leven niet meer is dan een reis waarop wij terugkijken: “Want wij zien de reis slechts vanaf het
punt waarop ze eindigde en kijken erop terug, terwijl we ons inbeelden dat we
haar nog eens maken; en we zien mentaal opnieuw wat is voorbijgegaan” (Wdl.158.4:3).
En wanneer Jezus zegt dat niets toevallig is, schrijft hij duidelijk de
verantwoordelijkheid voor de keuze van alle ervaringen in ons leven toe aan
onze eigen denkgeest (T21.II.3:1-3).
Maar dat wil niet zeggen dat alles in ons leven voorbestemd is en dat de
opeenvolging van gebeurtenissen vaststaat. We kiezen altijd uit een serie van
vele mogelijke gebeurtenissen die al voorbij zijn. Maar de unieke opeenvolging
en het enorme aantal van voorbije gebeurtenissen waaruit we kiezen,
gecombineerd met het feit dat we iedere herinnering aan elk ervan onderdrukt
hebben en denken dat tijd zowel werkelijk als lineair is, dragen bij aan ons
gevoel dat het allemaal nieuw is. En dit is allemaal onderdeel van de
verdediging van het ego om ons te misleiden, zodat we geloven dat er iets in
ons leven gebeurt dat nieuw en betekenisvol is. En dat versterkt de dwaze hoop
dat op een of andere manier dít keer onze ego-keuze in de wereld van vorm beter
zal uitpakken. Om het
ogenschijnlijke effect, dat ons leven heeft op het leven van een ander, te
begrijpen, moeten we een stap terug doen en van buiten de droom naar de wereld
kijken, en onze aandacht terugbrengen naar de denkgeest waar iedere keuze in
werkelijkheid gemaakt wordt. Het bijna oneindige aantal mogelijke gebeurtenissen
in de tijd, werd geschreven in één enkel moment door de ene (collectieve) denkgeest,
verbonden met het ego, voordat de fragmenterende projectie op de wereld van
afgescheiden individuen en levens leek plaats te vinden. Zoals Jezus uitlegt:”De tijd heeft in jouw denkgeest slechts
een ondeelbaar ogenblik geduurd, zonder enig effect op de eeuwigheid. En zo is
alle tijd voorbij… het nietig tikje tijd waarin de eerste vergissing werd
begaan, en alle andere in die ene”
(T26.V.3:35, cursief toegevoegd). Mijn
individuele droom is afzonderlijk en kan niet werkelijk gedeeld worden met
iemand anders. Maar omdat alle denkgeesten verbonden zijn, moet iedere
beslissing die ik neem om als een lichaam met jou om te gaan, of die jij neemt
om als een lichaam met mij om te gaan, een overeenkomst weerspiegelen die we
samen gemaakt hebben, op het niveau van de denkgeest buiten tijd en ruimte, om
bepaalde gebeurtenissen die al voorbij zijn opnieuw af te spelen. En deze
gezamenlijke overeenkomst moet verborgen blijven in ons onderbewustzijn om zo
het egodoel van afscheiding en slachtofferschap te ondersteunen. Jezus
spreekt van deze gezamenlijke beslissing, met name in de context van onze
overeenkomst om door elkaar gekwetst te worden, als “de geheime gelofte die jij hebt afgelegd, met elke broeder die zijn
eigen weg wil gaan… onuitgesproken en onvernomen in het bewuste… het is een
belofte aan een ander om door hem te worden gekwetst, en hem aan te vallen in
ruil daarvoor… zodat [het lichaam] pijn
zal lijden. Ze is het onmiskenbare gevolg van wat in het geheim werd gesmeed,
in overeenstemming met de geheime wens van een ander om van jou gescheiden te
zijn, zoals jij van hem gescheiden wilt zijn. Als jullie er niet allebei mee
instemmen dat dit jullie wens is, kan die geen gevolgen hebben”
(T28.VI.4:3.6.7;5:1-3). Deze verborgen overeenkomst om schijnbaar door
elkaar beïnvloed te worden, moet wel het geval zijn, want anders zouden we
slachtoffer van elkaars beslissingen zijn. Deze gezamenlijke afspraak over de
vorm is waar op het metafysische niveau. Maar op het praktische niveau is
behulpzamer om je focus te leggen op het feit dat je in de wereld, als het
psychologische zelf waarmee je geïdentificeerd bent, geen controle hebt over
wat anderen doen, maar dat je wel altijd een keuze hebt in hoe je kijkt naar de
gebeurtenissen in je leven. Je kunt kiezen welke leraar je uitnodigt, en of je
je innerlijke vrede ziet als uitsluitend afhankelijk van je eigen keuze, zoals
de Heilige Geest onderwijst. Of je kiest voor de waarneming dat anderen de
macht hebben jou te beroven van je innerlijke vrede, en aanvaardt daarmee het
onderwijs van het ego dat je tot slachtoffer gemaakt kunt worden en dat je niet
verantwoordelijk bent voor hoe je je voelt. Je vraagt
of een genezen denkgeest oorlog ziet en hierin enige keuze heeft. Het is
overduidelijk dat Jezus de conflicten in ons ego herkent. Een groot deel van de
Cursus gebruikt hij om ons te wijzen op de zieke dynamieken van het ego. Maar
dat wil niet zeggen dat zijn denkgeest niet genezen is. Wat belangrijk is, is
dat hij niet over ons oordeelt terwijl hij onze ego-intriges blootlegt. Hij
ziet alles als ofwel een uitbreiding van liefde ofwel een roep om liefde (T12.I.3:1-4). Wanneer we verbonden
zijn met Jezus in onze denkgeest, zullen we ieder conflict in de wereld, zowel
op persoonlijk als op internationaal niveau, in datzelfde licht zien. We
ontkennen niet wat onze ogen zien, maar onze interpretatie zal anders zijn dan
de interpretatie van de wereld. In de context van ziekte, merkt de Cursus op: “De ogen van het lichaam zullen verschillen
blijven zien. Maar de denkgeest die zichzelf heeft laten genezen, zal ze niet
langer erkennen. Er zullen er zijn die ‘zieker’ lijken dan anderen en de ogen
van het lichaam zullen hun uiterlijke veranderingen als tevoren blijven melden.
Maar de genezen denkgeest zal ze allemaal in één categorie onderbrengen: ze
zijn onwerkelijk (H8.6:1-4). En deze genezen waarneming kan alleen tot ons
komen nadat onze denkgeest zijn geloof in de waarde van conflict en oorlog -
als middel om de schuld over de afscheiding buiten onze eigen denkgeest te
projecteren - heeft losgelaten. We hebben erin toegestemd om te participeren in
een collectieve droom, waarin een uiterlijke oorlog uitgespeeld wordt om de
waarneming van het ego van een wereld van slachtoffers en daders te versterken.
Maar we kunnen ieder moment om hulp vragen, door eerst het doel van het ego
voor oorlog te herkennen en vervolgens te besluiten dat we die waanzin niet
langer in onze eigen denkgeest willen versterken. En voordat we de onschuld
zien van alle betrokkenen bij het conflict, zien we eerst de waanzin van alle
betrokkenen bij het conflict, en zien we in dat dit dezelfde waanzin is die wij
met iedereen delen wanneer we ons identificeren met het ego. |