|
V#351: Wat betekent: "De Godsherinnering komt tot een
denkgeest in rust?” Welke ‘denkgeest’ wordt bedoeld
in de zin: “De Godsherinnering komt tot
een denkgeest in rust” (T31.I.1:1)? Als het de ‘denkgeest van het brein’ is
die we in de dagelijkse droom gebruiken, betekent dat dan dat het helpt om
manieren te vinden om het brein tot rust te brengen, bijvoorbeeld meditatie? Als
de zin naar de ene Denkgeest verwijst, hoe kunnen we die Denkgeest dan ‘tot
rust brengen’ door middel van onze ‘Brahmankracht’? A: De denkgeest waar Een cursus in wonderen naar verwijst in deze zin is de juist gerichte
denkgeest, niet het brein. Deze denkgeest is
in rust. Alleen wanneer de denkgeest ervoor kiest zich te vereenzelvigen met de
gedachte van afscheiding, wordt het besef van de Godsherinnering belemmerd en
de rust vervangen door het “schrille gekrijs” van het ego. De Cursus zegt ons
dat het doel van het egogekrijs is ons verankerd te houden in zijn denksysteem,
ons er niet van bewust dat we überhaupt een denkgeest hebben, en nog veel
minder dat deze in rust is. Meditatie kan ons helpen doelgericht
te blijven, en in het werkboek staan verschillende meditatieve oefeningen die
behulpzaam zijn. Maar noch meditatie op zich, noch het tot rust brengen van het
brein is het middel dat de Cursus gebruikt om de denkgeest te genezen van de
gedachte van afscheiding. Hij vraagt ons om te kijken naar de gedachten, overtuigingen en gevoelens die vanuit de
denkgeest door middel van ons brein in ons bewustzijn opkomen, en niet te
proberen deze het zwijgen op te leggen: "Onze taak bestaat er slechts uit zo snel mogelijk het proces voort te
zetten dat nodig is om alle hindernissen rechtstreeks onder ogen te zien en die
precies te zien als wat ze zijn" (T15.IX.2:1). De overtuigingen over onszelf,
als afgescheiden, zondig en schuldig, en onze aanvalgedachten die projecties zijn
van onze schuld op anderen, blokkeren de gewaarwording van Gods Liefde. Ze zijn
doelbewust gekozen ter verdediging van de keuze afgescheiden te zijn, en het is
nodig in te zien dat ze de oorzaak zijn van alle verwoestende gevolgen die wij
in de nachtmerrie van het ego ervaren. Door op deze manier te kijken komen we
ertoe de waarde van onze overtuigingen te bevragen: “Om deze cursus te leren dien je bereid te zijn iedere waarde die jij
eropna houdt in twijfel te trekken. Niet één kan er verborgen en in het duister
gehouden worden, of deze zal jouw leerproces in gevaar brengen. Geen enkele
overtuiging is neutraal. Elk heeft de macht iedere beslissing die je neemt te
dicteren.” (T24.In.2:1-4) We zullen uiteindelijk leren dat onze
overtuigingen geen waarde hebben; alleen dan zullen we vrij zijn om ze los te
laten zodat ze vervangen kunnen worden door de gedachten van de Heilige Geest die
onze denkgeest heelt. Deze genezen denkgeest is de denkgeest in rust waar de Godsherinnering
in het bewustzijn terugkeert. |