|
V#338: Ik
voel mij schuldig omdat ik te veel eet. Ik weet dat ik me schuldig
ga voelen als ik iemand aanval en dat ik de Heilige Geest om hulp moet vragen
als ik het gevoel heb dat ik aangevallen ben. Zou dit ook van toepassing zijn als
ik gedrag vertoon zoals een verslaving waarover ik me schuldig voel? Als ik met
dat gedrag doorga voel ik me zeker schuldig. Als ik met dat gedrag stop voel ik
me misschien niet schuldig, maar heb ik het probleem niet echt opgelost. Wat
zou de beste manier zijn om met deze situatie om te gaan? Het specifieke probleem
waar ik het over heb is te veel eten. A: Ja, of ik nu een ander
aanval, me door iemand anders aangevallen voel, of mezelf aanval – waar een
verslaving voor staat – de enige passende reactie is de Heilige Geest om hulp
vragen. Een verslaving is een aanval op mezelf omdat ze steeds weer opnieuw laat
weten dat ik incompleet ben, en buiten mezelf naar mijn compleetheid moet
zoeken, een herhaalde ontkenning dat ik de Christus ben, voor eeuwig één met
Zijn Bron (T29.VII.2-6). Alle aanval, ongeacht hoe hij
tot uiting komt, is niets meer dan de projectie van de verborgen schuld in onze
denkgeest, waarvan het ego volhoudt dat we die moeten dragen vanwege onze (ingebeelde)
aanval op God op het moment van afscheiding, toen we onze werkelijkheid als
Christus ontkenden. We hebben onszelf ervan overtuigd dat onze schuld werkelijk
is, maar vervolgens geprobeerd de verantwoordelijkheid daarvoor te ontlopen. En
dus proberen we de schuld buiten onze denkgeest te projecteren, zodat hij in
plaats daarvan in lichamen lijkt te huizen, van onszelf en anderen. We houden
deze dynamiek voor onszelf verborgen, zodat de schuld beschermd blijft. Maar wanneer
we om hulp van Jezus of de Heilige Geest vragen, betekent dat in feite dat we bereid
zijn om verantwoordelijkheid (maar geen schuld!) te aanvaarden voor hoe we ons
voelen, waarbij we de uiterlijke omstandigheden niet meer als een probleem zien,
maar als een wegwijzer naar de schuld die anders in de denkgeest onbewust zou
zijn gebleven. En daarom pakt focussen op het
veranderen of onder controle houden van gedrag, zoals teveel eten, niet het
werkelijke probleem aan, zoals je opmerkt. Want we veranderen dan slechts een
uiterlijk symptoom - of gevolg - van de schuld, zonder de oorzaak aan te
pakken: de schuld zelf. En wanneer die niet onderzocht wordt, zullen we blijven
geloven dat de schuld werkelijk is. Zodoende zullen we er op uit blijven de
ondraaglijke maar niettemin illusoire schuld op een andere uiterlijke vorm te
projecteren, misschien een andere verslaving. In het begin van Een cursus in wonderen bespreekt Jezus
hoe het onder controle houden of veranderen van gedrag zonder je tot de denkgeest
te richten, alleen maar spanning veroorzaakt, wat onverdraaglijk is en meestal
tot woede en verdere projectie leidt. (T2.VI.5) Nu betekent dit niet dat het
geen zin heeft enige discipline te ontwikkelen en uit de hand gelopen gedrag
weer onder controle te brengen, vooral als de verslaving fysiek of emotioneel schadelijk
voor ons is, daarbij de schuld in onze denkgeest versterkend. En de keuze om
een zinvolle uiterlijke omslag tot stand te brengen kan zeker een weerspiegeling
zijn van een echt maar misschien nog onbewust verlangen naar een innerlijke omslag
van het ego naar de Heilige Geest als onze leraar. Maar in enig stadium van ons
leerproces zullen we gaan herkennen dat schuld in de denkgeest altijd het enige
probleem is. Alleen door herkenning van zijn onvermijdelijke projectie op de
wereld van vorm, beginnen we ons bewust te worden van zijn aanwezigheid in onze
denkgeest, waar we een betekenisvolle keuze kunnen maken voor het loslaten
ervan. Een tape van Kenneth
Wapnick, evenals een boekje dat op basis hiervan werd uitgeschreven en bewerkt
– beide met de titel Overeating: A
Dialogue – gaan dieper in op de kwestie van te veel eten. Hoewel gericht op
eetverslavingen, kan het materiaal op elke verslaving worden toegepast,
aangezien de inhoud altijd hetzelfde is. Aanvullende besprekingen van
verslavingen vanuit het perspectief van de Cursus vind je ook in V#30 en V#57. |