|
V#32: Is het bewuste een illusie? Ik heb gelezen dat Freud zegt dat de
kern van psychoanalyse is dat het onbewuste bewust wordt gemaakt. Ik weet dat
de Cursus mede gebaseerd is op Freudiaanse concepten,
maar zegt de Cursus niet dat al het bewuste per definitie illusoir is? Is dat
dan niet in strijd met het voornaamste doel van de psychoanalyse? Of is dit een geval van niveauverwarring? A: De Cursus vereenzelvigt inderdaad het bewuste met
datgene wat illusoir is, zoals het in het begin van het Tekstboek staat: “Het
bewuste, het niveau van de waarneming, was de eerste splitsing die na de
afscheiding in de denkgeest werd ingevoerd, wat de denkgeest tot waarnemer in
plaats van schepper maakte. Het bewuste wordt terecht als het domein van het ego
aangemerkt” (T3.IV.2:1,2). Maar alle
dingen die het ego heeft gemaakt om het geloof in afscheiding te ondersteunen
en in stand te houden, kan de Heilige Geest een ander doel geven. Vandaar dat
Jezus later in de tekst opmerkt: “Het bewuste heeft niveaus en het
bewustzijn kan heel dramatisch verschuiven, maar het kan het domein van de
waarneming niet ontstijgen. Op zijn hoogst wordt het zich van de werkelijke
wereld bewust, en het kan getraind worden om dat in toenemende mate te doen”
(VvT1.7:4,5). Hoewel het bewuste,
metafysisch gesproken, deel van de illusie en dus niet werkelijk is, geloven we
in de werkelijkheid ervan en ervaren we het als een onlosmakelijk deel van
onszelf. De Cursus geeft ons een
manier om gebruik te maken van het bewuste met het doel het tenslotte
te overstijgen. Het proces waarin we getraind worden om de werkelijke wereld te
bereiken betekent in feite dat we bewust worden
gemaakt van wat het ego onbewust heeft gemaakt door angst. Op die manier kan de
valse waarneming van het ego worden genezen en vervangen door de visie van de
Heilige Geest, wat ons voorbereidt op onze terugkeer
naar kennis (zoals de Cursus de Hemel noemt), voorbij al het bewuste en alle
waarneming. Wij hebben de gespleten denkgeest - waar het bewuste zetelt - onbewust
gemaakt, en we geloven nu dat bewustzijn een verschijnsel van het lichaam is,
in het bijzonder van de hersenen. We hebben ook al onze schuld in de denkgeest
onbewust gemaakt (als een verdediging die we gesmeed hebben tegen het
bewustzijn van schuld) door deze naar buiten te projecteren als een wereld van
vorm, zodat we nooit de oorsprong ervan zouden vermoeden. Dus moeten alle
ego-verdedigingen bewust gemaakt worden, ofwel - zoals de Cursus het mooi
beschrijft -, we moeten “bereid zijn de duisternis naar het licht te brengen”
(T18.III.6:2) zodat hun onwerkelijkheid kan worden
herkend. En dus gebruiken we het bewuste van de gespleten denkgeest om dit te
doen, totdat al onze valse waarnemingen bewust zijn gemaakt en genezen, en het
bewuste niet langer nodig is. Op dat punt zijn we er klaar voor om het domein
van het bewuste en de waarneming te verlaten en te “verdwijnen in de
Tegenwoordigheid achter de sluier … om niet gezien te worden [waargenomen] maar
gekend” (T19.IV.D.19:1). |