|
V#235: Maken wonderen ons
gelukkig en lossen ze ons probleem op? In V#116 wordt gevraagd naar de bemoeienis van God in deze wereld van
vorm. Je antwoord was erg mooi, maar naar mijn mening niet afdoende. Alleen al
door de titel, Een cursus in wonderen,
vertelt Jezus ons dat Hij wel degelijk iets doet in deze droom. Er is geen
probleem dat niet beantwoord kan worden door een wonder, of het nu gaat om
financiën, gezondheid, emotionele verwarring of wat dan ook. Daarom nam Jezus
de tijd om in deze vorm tot ons te komen. Al het werk dat we doen om onze
ego-identificatie ongedaan te maken, resulteert in het ongedaan maken van al
onze problemen. Ieder probleem wordt opgelost. Ons Licht schijnt de duisternis
weg. En om hier een vraag van te maken: waarom wordt er niet meer nadruk gelegd
op het realiseren van geluk bij het volgen van de Cursus? A: Waarom niet meer
nadruk op het vinden van geluk via de Cursus, vraag je? Omdat niemand van ons
het geluk wil dat de Cursus ons aanbiedt. We willen alleen onze definitie van geluk en dat betekent dat we willen dat onze
persoonlijke behoeften worden bevredigd: financieel, lichamelijk, emotioneel of
wat dan ook. Maar dat is niet wat de Cursus aanbiedt. Hij nodigt ons uit om
door het beoefenen van vergeving al onze oordelen en grieven op te geven.
Totdat we, aan het einde van het proces, ook onze identificatie opgeven met het
persoonlijke zelf waarvan we denken dat het al deze problemen en behoeften
heeft. Het geluk dat de Cursus ons in het vooruitzicht stelt, komt voort uit het
ontwaken uit de pijnlijke droom die we ons leven in de wereld noemen. Dat is
een droom waarin geen hoop op werkelijk geluk bestaat. Maar dat is niet wat we
willen. En dus zegt Jezus dat hij ons eerst het verschil tussen vreugde en
pijn, en tussen vrijheid en gevangenschap moet leren (T7.X); (T8.II.4,5). Anders zullen we
doorgaan met het zoeken naar pijn en geloven dat het vreugde is, en zullen we
er alles voor doen om gevangen te blijven en volhouden dat het vrijheid is. We
hebben heel veel hulp nodig, maar niet met de ‘problemen’ van de wereld. Om
je niet gestelde vraag te beantwoorden: God noch Jezus doen iets in de wereld.
En ze komen ook niet tussenbeide in onze denkgeest. Het ingrijpen en oplossen
van problemen op enig niveau, zou de dwaling van de afscheiding tot
werkelijkheid maken (T26.VII.12). En de
correctie, wat de Cursus het Verzoeningsprincipe noemt, zegt dat de afscheiding
in werkelijkheid nooit heeft plaatsgevonden. Wij verzonnen al onze wereldse problemen zodat we het werkelijke
probleem konden verbergen en er niet naar hoefden te kijken: de schuld in onze
denkgeest over de afscheiding van God. De enige hulp die we nodig hebben is
hulp bij het veranderen van onze gedachten over die schuld. En hoewel we dit
niet op eigen houtje kunnen doen, zegt Jezus ons dat hij onze gedachten evenmin
voor ons kan veranderen. Hij kan ons alleen laten zien wat wij tot
werkelijkheid hebben gemaakt en wat de gevolgen daarvan zijn, in de wereld en
in onze denkgeest. In de hoop dat wij onze krankzinnigheid zullen erkennen en
bereid zijn de keuze te maken die hij al gemaakt heeft (T2 VI.4; T2.VII.1;
T3.IV.7; T5.II.9,10,11:1; T8.IV.4,6). Waar
het om draait is dat niemand van ons het echt erg vindt om ongelukkig te zijn,
zolang we maar niet denken dat we zelf verantwoordelijk zijn voor ons
ongelukkig zijn. We willen juist een wereld en relaties met problemen die ons
tot slachtoffer maken, zodat we niet hoeven te zien dat onze keuze voor
afscheiding en individualiteit de werkelijke oorzaak is van al onze pijn. En
tot we dat feit kunnen erkennen en aanvaarden, zullen we geen belang stellen in
het geluk dat het volgen van de Cursus ons biedt. Door het onderwijs van Jezus
te volgen zullen we werkelijk geluk vinden, maar niet omdat dan al onze
problemen in de wereld worden opgelost door zijn tussenkomst. We hebben geen
problemen in de wereld die opgelost hoeven te worden. Alle duisternis zal
inderdaad verdwijnen in het licht dat we zijn. En dat geldt niet alleen voor
onze problemen in de wereld, maar ook voor de wereld zelf, het zelf dat we
denken te zijn en voor de schuld in onze denkgeest, de bron van al onze
projecties in een wereld van vorm. Omdat die gedachte voor de meesten van ons
beangstigend is, verzekert Jezus ons in zijn Cursus op vele plaatsen dat het
pad een proces is en dat we in ons eigen tempo, het tempo dat we aan kunnen,
vorderingen zullen maken (bijv.T16.VI.8:1-3).
Maar nu kunnen we in ieder geval onze weerstand begrijpen om zijn lessen in
praktijk te brengen. En zoals Jezus ons in herinnering brengt: “Het is niet
jouw taak op zoek te gaan naar liefde, maar enkel in jezelf alle hindernissen
te zoeken die jij ertegen opgeworpen hebt, en die te vinden. Het is niet nodig
te zoeken naar wat waar is, maar wel naar wat onwaar is” (T16.IV.6:1,2). Voor verdere uiteenzetting
over waarom God niets doet in de wereld, zie V#42 |