|
V#221: Heeft elke afgescheiden vorm zijn eigen denkgeest? Zoals
ik het begrijp, is elk ding dat vorm heeft in deze wereld, zowel bezield als
onbezield, onderdeel van het Zoonschap, en alle delen van het Zoonschap moeten in
de werkelijke wereld zijn voordat de Wederkomst zal plaatsvinden. Ik weet dat
er in werkelijkheid maar één denkgeest is, maar binnen de illusie van de afscheiding
lijken er veel afgesplitste denkgeesten te zijn. Omdat ik alleen maar bezig hoef
te zijn met de genezing van mijn eigen denkgeest, lijkt er bovendien een
directe relatie te zijn tussen mijn lichaam en mijn denkgeest. Heeft elke vorm
in deze wereld van afscheiding een denkgeest die genezen moet worden? Hoe kan
dit? Ik weet dat deze vraag in de een of ander vorm wel al eerder is gesteld,
maar ik kan het nog steeds niet begrijpen. A: Ja, Een cursus
in wonderen onderwijst dat er in werkelijkheid maar één denkgeest is, maar wij
hebben de illusie dat er vele afgespleten denkgeesten zijn. De Wederkomst is de
collectieve terugkeer naar het bewustzijn van onze werkelijkheid als de ene Zoon
van God; het is de volledige genezing van de denkgeest van het Zoonschap. Dit is uiterst moeilijk te
begrijpen. In feite is het onmogelijk te begrijpen als je je vereenzelvigd hebt
met je individuele bestaan als mens, omdat die identiteit door het ego in het
leven werd geroepen om elk begrip te blokkeren dat de denkgeest zich buiten
tijd en ruimte bevindt – want dat bevat de sleutel om de oorsprong van ons
bestaan als afgescheiden, gefragmenteerde wezens te begrijpen. Wat in de Cursus
staat zal nauwelijks enige betekenis voor je hebben als je probeert om dat te relateren
aan je ervaring in de wereld. Wij proberen dat natuurlijk allemaal wel, want
dat is ons enige referentiepunt om ook maar iets te begrijpen. Daarom laat Jezus
ons op dat niveau beginnen. Maar als we op dat niveau blijven - waar we onszelf
nog steeds zien als fysieke/psychologische wezens in de wereld - zullen we niet
ver komen met de Cursus. Nogmaals, dat komt doordat we die altijd proberen te
begrijpen vanuit een perspectief binnen tijd en ruimte, en Jezus leert ons dat dit
perspectief gemaakt was om de terugkeer naar onze denkgeest te blokkeren. Het werd
gecreëerd zodat we overwoekerd zouden raken door problemen en mysteries die
onze aandacht vragen, en deze vervolgens volledig in beslag nemen. Zo zouden we
nooit beseffen dat dit alles een verdediging is tegen de waarheid. Jezus staat volledig buiten dit
beperkte perspectief, en hij traint ons
– door middel van de oefeningen in het werkboek – om onze manier van waarnemen geleidelijk los
te laten, en die door de zijne te vervangen. Naarmate we verder gaan langs het
pad van deze omkering in denken, zullen dit soort vragen verdwijnen, omdat we ons
steeds minder met ons afgescheiden bestaan vereenzelvigen. En dan krijgen we rechtstreekse
ervaringen van een gezamenlijke identiteit. We zullen ons dan meer aangetrokken
voelen tot eenheid dan tot verdeeldheid en afscheiding. |