|
V#217: “De wereld die ik zie bevat niets wat ik verlang.” Is dat echt waar? Aangezien het proza van Een cursus in wonderen niet altijd logisch is, zoals in een
wetenschappelijke tekst, en de lezer bereid moet zijn de zogenaamde
opzettelijke dubbelzinnigheid – en zelfs ronduit tegenstrijdigheden – in zijn
boodschap te ‘ontcijferen’, heb ik soms moeite om zelfs maar de basisleringen
van zijn onderricht te begrijpen. Neem nu les 128: “De wereld die ik zie bevat niets wat ik
verlang.” Moet ik dit letterlijk opvatten, of niet? En als dat zo is, moet ik er
dan uit concluderen dat ik van mijn bestaan op dit niveau niet kan leren of er geen
baat bij kan vinden? Vind ik er geen baat bij als ik vriendelijkheid,
nederigheid, mededogen zie in de andere Zonen van God? Als het waar is dat: “het
enige doel dat deze wereld bevat dat jouw denkgeest waardig is, is dat jij
eraan voorbijgaat, om geen moment langer nog enige hoop waar te nemen waar er
geen is (WdI.128.2:3)”,
waarom plegen we bij wijze van spreken dan niet allemaal gezamenlijk zelfmoord
en ‘verhuizen’ we naar Zijn paleis? Als dit niet letterlijk moet worden
opgevat, dan lijkt het paradoxaal als je gezegd wordt ‘verder te gaan’ en je
tegelijkertijd vastzit in dit driedimensionaal bestaan. Kun je dit uitleggen? A: Dit is een van die uitspraken die Jezus
letterlijk heeft bedoeld. Wanneer hij zegt dat aan de wereld voorbijgaan het
enige doel is dat onze denkgeest waardig is, stelt hij gewoon een feit vast,
omdat hij onze denkgeest veel meer hoogacht dan wij zelf dat doen. En wanneer
hij zegt dat er in de wereld geen hoop is, stelt hij opnieuw alleen maar een
feit vast – dat we ons opmaken voor herhaaldelijke mislukkingen en
depressiviteit, als we blijven proberen ons geluk in deze wereld te vinden. Niets
hiervan is bedoeld om ons onder druk te zetten of ons door schuldgevoelens te dwingen
de wereld op te geven, hoewel het ego wel zou willen dat we zijn uitspraken in
dat licht zouden zien. Het is gewoon zo dat Jezus ons geen compromis kan
aanbieden dat op enigerlei manier het ego en zijn gevolgen eert of bekrachtigt,
omdat hij al zijn bedrieglijke misleidingen doorziet en weet dat zijn decreten
ons alleen maar diepongelukkig en wanhopig maken. Hij is alleen maar
zachtaardig, ook al zien wij dat nog niet zo. Jezus wijst naar de waarheid,
maar hij erkent altijd de kracht van onze denkgeest om voor onszelf te
beslissen of we zijn woorden willen aanvaarden of niet. En hij beoordeelt ons
niet, als wijzelf dat niet doen (T8.IV.6). Jezus zegt dus niet dat we de wereld moeten opgeven.
Hij weet dat we er nog niet klaar voor zijn om haar los te laten, hoewel niet
om de redenen waarom wij denken dat we haar nog willen. Het gaat er alleen maar
om dat de wereld - vanuit zijn gezichtspunt, waar hij ons zachtjes naartoe probeert
te leiden - op zichzelf geen waarde kan hebben. Ze is een illusoire projectie van
een illusoire gedachte van schuld en aanval in de denkgeest. De enige waarde die ze heeft komt van het doel dat wij eraan
geven. En zolang we geloven dat onze werkelijkheid op dit illusoire
bestaansniveau ligt, kan de wereld dienen om ons lessen in vergeving te
verschaffen. Ze is immers gemaakt van de geprojecteerde schuld in onze
denkgeest, die we nu buiten onszelf zien. Je suggereert dat het waarde heeft als je ziet dat
je broeder met vriendelijkheid, nederigheid of mededogen handelt. Dit is in
lijn met de zienswijze van de Cursus dat, zolang we denken dat we lichamen
zijn, dit de middelen zijn waarover we lijken te beschikken voor communicatie
met elkaar. Toch is het zo dat als jij de handelingen van je broeder als
vriendelijk of nederig of mededogend ziet, dit een interpretatie is die jij aan
zijn bedoelingen geeft, en niet iets dat onlosmakelijk in het gedrag zelf zit. Iemand
anders kan hetzelfde gedrag waarnemen en het toch in een volkomen ander licht
zien; het gaat erom dat het onze intenties zijn die de manier beïnvloeden
waarop we de wereld zien. De enige echte communicatie vindt plaats tussen de
denkgeesten, in tegenstelling tot wat onze ervaring ons lijkt te zeggen (T8.VII.2-4). Jezus heeft altijd tot
doel ons weg te leiden van onze focus op de wereld, terug naar de denkgeest
waar alles plaatsvindt, aangezien ideeën hun bron niet verlaten (T26;VII.4:7-9; WdI.132.10:3). Wat massazelfmoord betreft als een manier om de
wereld te verlaten: de Cursus maakt duidelijk dat de dood geen antwoord is. ‘Leven’
in het lichaam in de wereld is niet het probleem; het probleem is de schuld in
de denkgeest. (Zie V#135 voor een meer
diepgaande bespreking van zelfmoord vanuit het perspectief van de Cursus.) En
dus probeert Jezus onze aandacht altijd te richten naar de denkgeest en zijn
overtuigingen. Er is geen enkele val behalve degene die wij zelf hebben gezet
en waar we zelf in verstrikt zijn geraakt, door onze eigen valse overtuigingen
over wie we zijn. En door vergeving toe te passen – van de wereld en van
onszelf – kunnen wij, mettertijd, onszelf bevrijden van de ketenen van schuld
die we gemaakt lijken te hebben om onszelf gevangen te zetten. |