|
V#21: Wat is de betekenis van
kunst? Als kunst gezien wordt als een vorm van een
speciale relatie die de kunstenaar maakt als substituut voor de liefde van God,
moeten we kunst dan zien als een roep om liefde? En hoe onderscheid je vormen
die ‘doorgegeven’ worden zoals de muziek van Mozart? Kun je zeggen dat
‘doorgegeven’ muziek eerder een uiting van liefde is dan een vraag om liefde?
En hoe kunnen we op ‘niveau twee’ (het praktische niveau van de Cursus) het
onderscheid rechtvaardigen tussen grootse en middelmatige kunst? A: Op de eerste
plaats kunnen we nooit beoordelen in hoeverre het specifieke werk van een kunstenaar
een substituut is voor de Liefde van God, dus een manifestatie van een speciale
relatie. Alleen de kunstenaar zelf zou dit onderscheid kunnen maken. Gewoonlijk
kunnen we niet louter aan de vorm zien of het afkomstig is van de onjuist-gerichte-denkgeest
van het ego of van de juist-gerichte-denkgeest van de Heilige Geest. Wanneer het
kunstwerk ontstaan is vanuit een reflectie van Gods Liefde, dan is het inderdaad
een uiting van liefde. Het zou een vergissing zijn als we vervolgens het werk
zouden gaan vereren, in plaats van ons te vereenzelvigen met de inhoud achter
de vorm. Alle speciale liefdesrelaties zijn een
verdediging tegen de brandende pijn in onze denkgeest. Deze pijn is afkomstig
van de schuld die we voelen omdat we de Liefde van God hebben afgewezen om een
zogenaamd ‘eigen’ bestaan te leiden. We volgen de raad van het ego op en
projecteren deze schuld op de wereld en op specifieke zaken en personen. Dat
doen we om de pijn en de eenzaamheid niet te voelen. In essentie gebruiken we
onze speciale relaties om God te vertellen dat we Zijn Liefde niet nodig hebben.
Dat we heel goed in staat zijn de leegte op te vullen, compleetheid te ervaren
en ons waardevol te voelen door middel van onze relaties in de wereld. Dit is
de inhoud die in alle speciale
relaties onder de vorm schuilgaat.
Het goede gevoel verbergt de haat die eronder ligt. Tegelijkertijd - in
een ander gedeelte van de denkgeest - verlangen we ernaar te horen dat alles een dwaze vergissing is, dat we
allang zijn vergeven en dat schuld en onze verdediging ertegen niet langer
nodig zijn. Dat is de ‘roep’ in onze gespleten denkgeest. Elke vorm kan door de Heilige Geest gebruikt
worden om ons te herinneren aan de waarheid over onszelf. De ene vorm is
daarbij niet meer of minder inspirerend dan de andere. Wanneer we eenmaal bereid
zijn te geloven dat we afgescheiden zijn en als lichaam in deze wereld leven,
dan kunnen de wereld en ons lichaam als neutraal worden gezien. Op die manier
wordt alles in de wereld een middel om ons óf voorbij de wereld te leiden óf er
juist dieper in te zakken. Dat is afhankelijk van de leraar die we kiezen: het
ego of de Heilige Geest. We kunnen betoverd raken bij het zien van het
beeld van David van Michelangelo en ons daardoor onze perfectie en eenheid met
God herinneren. Maar dezelfde ervaring kunnen we ook hebben bij het zien van
een zieke boom die in de tuin staat. Als onze ‘spirituele’ ervaring afhankelijk
wordt van een bepaalde vorm, dan zijn we gevangen geraakt in een speciale liefde.
Er is niets mis mee om een voorkeur te hebben in
deze wereld, als we die maar niet serieus gaan nemen. We
kunnen best het ene kunstwerk beter vinden dan het andere, net zo goed als we
kunnen zeggen dat we de ene symfonie mooier vinden dan de andere, het ene
onderwijssysteem beter werkt dan de andere en de ene medische behandeling beter
is dan de andere. Dat is dan allemaal gebaseerd op criteria die we zelf gesteld
hebben ten aanzien van dat specifieke terrein. Vanuit het gezichtspunt van de
Cursus maken ze allemaal deel uit van dezelfde illusie. Het is normaal om in
deze wereld waarden te verlenen op grond van min of meer objectieve criteria.
De les is om deze niet al te serieus te nemen. We kunnen het doen met ergens in ons een glimlach, omdat we weten dat
het allemaal verzonnen is. |