V#18: De betekenis van ‘wil’.
De Cursus spreekt aldoor over de wil. Er wordt dikwijls in gezegd
dat de wil niet bij de waarneming betrokken is (VvT1.7:2), dat ik mijn wil gekooid heb (T9.I.4:1) en dat ik, als ik geen gespleten denkgeest had, zou
inzien dat willen verlossing betekent (T9.I.5:4).
Wat is de wil eigenlijk zoals er in de Cursus over gesproken wordt, en welk
doel dient hij in de droom, als hij al een doel dient?
A: Wanneer de Cursus over ‘de
wil’ spreekt, wordt er altijd naar Gods Wil verwezen: “Gods Wil is al wat er is” (VvT3.6:1). De Cursus spreekt op het
niveau van de Denkgeest waar onze wil één is met die van God, waar de waarheid
waar is en al het andere onwaar (T31.I.1:7).
Dit is een voorbeeld van het non-dualisme van de Cursus: er kan geen wil zijn
los van die van God, Zijn Wil is onze verlossing, onze ware wil is één met die
van Hem. Wij ‘willen’ – d.w.z. wij wenden de kracht van onze wil aan – alleen
wanneer we ervoor kiezen de waarheid over onszelf te aanvaarden, en dat is onze
verlossing. De Cursus maakt onderscheid tussen willen en wensen. Wanneer we
ervoor kiezen zonde werkelijk te maken en de leugen van het ego te geloven over
wie we in de droom zijn, ‘wensen’ we een illusoir alternatief voor Gods Wil te
maken en dit zelfgemaakte zelf te verdedigen. Zo wordt onze eigen ware wil
gevangen gezet, zo ontkennen we die, en dit is de bron waaruit waarneming
ontstaan is: we zien wat we wensen te zien.
Om ons te helpen dit te
leren gebruikt de Cursus een verwant begrip: ‘een beetje bereidwilligheid’, met
betrekking tot wat wij in de droom ervaren. Bereidwillig zijn in deze zin betekent
ermee akkoord gaan om anders te zien. Het houdt in dat we een andere
interpretatie willen aanvaarden en de betekenis en waarde die we aan al onze
relaties hebben gegeven, evenals onze gehele ervaring in deze droom, in twijfel
willen trekken. We zijn bereid de gevolgen te zien van de egokeuzes die we
hebben gemaakt en na te gaan welke prijs wij daarvoor betalen. Dat volstaat,
zegt de Cursus, om rechtsomkeer te maken op onze reis, en terug te gaan in de
richting van ons thuis in God en de ene Wil die wij met Hem delen. Hij is onze
Vader, wij zijn Zijn onschuldige Zoon. Op deze manier kunnen we keuzes maken in
de droom, door de Cursus te beoefenen en toe te passen, waardoor we afgestemd
raken op de Wil die wij delen met God.