|
V#17: De afscheiding ongedaan
maken Ik heb gehoord dat de afscheiding in de werkelijke wereld wel
gezien wordt, maar dat afzonderlijke belangen niet worden gezien. Is dat waar?
Wat betekent dat eigenlijk? Wat kwam eerst: de afscheiding of schuld? (Ik denk de
afscheiding). Kan schuld ongedaan worden gemaakt zonder de afscheiding ongedaan
te maken of hangt dat allemaal samen? Ik zou namelijk graag van mijn schuld af
komen… en de belangen van mijn broeders als de mijne zien klinkt ook goed, omdat
er dan een einde komt aan dat verschrikkelijke gevoel van conflict en
wedijver…. maar mijn persoonlijkheid kwijtraken is niet bepaald een prijs die
ik bereid ben om te betalen. Liever wil ik een gelukkig individu zijn die zich
niet schuldig voelt, niet in conflict is en niet wedijvert en niet angstig is.
Is dat mogelijk? A: Ten eerste: je concludeert
juist dat de afscheiding vóór de schuld kwam. Schuld is niet meer dan de
psychologische ervaring van zonde; het gevoel dat voortkomt uit het zondig zijn. De meeste studenten komen
in de impasse terecht die jij beschrijft. Wat je voelt, is heel normaal en heel
begrijpelijk, omdat we ons zo sterk vereenzelvigd hebben met ons bestaan als een
specifiek individu. Meestal kennen we geen andere manier van bestaan en vinden we
het heel moeilijk – op zijn zachtst gezegd – om ons eigen te maken wat Jezus
onderwijst: dat deze identiteit een vervanging is van onze ware Identiteit,
zoals God ons geschapen heeft. Jezus legt er in de Cursus dan ook de nadruk op
dat dit een geleidelijk en zachtaardig proces is en dat we er zo lang als we
willen over mogen doen om dit samen met hem te volbrengen. Hij troost ons door
te zeggen: “Vrees niet dat je opeens zult worden opgetild en de werkelijkheid
in geslingerd” (T16.VI.8:1), omdat hij heel goed weet dat wij doodsbang zijn om deze
identiteit los te laten. Naarmate we er steeds
meer voor kiezen te vergeven – onze grieven los te laten – krijgen we een beter
gevoel over onszelf, en dat maakt dat we het steeds vaker willen doen. Wanneer
dat proces verder gaat, vereenzelvigen we ons steeds meer met de manier waarop
Jezus denkt en ons leven benadert. Dat houdt in dat het referentiepunt voor ons
leven geleidelijk aan verschuift - van alleen maar zorgen voor de vervulling
van onze behoeften naar het besef dat we allemaal één gezamenlijk belang delen,
in onze juiste en onjuiste gerichtheid van denken. De wens om de wereld en
andere mensen te gebruiken om onze behoeften te bevredigen, neemt ons dan
steeds minder in beslag, wat betekent dat we anders gaan kijken naar het doel
van ons leven. En daardoor begint ons zelfbeeld te verschuiven, zelfs al lag
daar niet onze directe focus. Wanneer we ons volledig
vereenzelvigd hebben met Jezus’ manier van denken, voelen wij ons alleen nog
aangetrokken tot zijn liefde. En wanneer al wat we denken en waarnemen uit die
liefde voortvloeit, zal ons gevoel van individualiteit alleen van betekenis
zijn in de mate dat het een middel kan zijn om Jezus’ genezende liefde uit te
breiden naar andere denkgeesten die daarom vragen. Deze toestand van de
denkgeest wordt ‘de werkelijke wereld’ genoemd. Het is het natuurlijke
resultaat van het beoefenen van vergeving. Wanneer we dat gevorderde stadium
bereiken, zien we onszelf niet langer als personen met behoeften en doelen die
vervuld moeten worden. Vanuit het gezichtspunt ‘boven het slagveld’ zien we alleen
nog mensen die om liefde vragen en niet weten dat ze alleen maar figuren zijn in
een droom die ze zelf dromen. |