|
V#162: Waarom zegt de
Cursus dat “de denkgeest niet kan aanvallen”? Wat
bedoelt Een cursus in wonderen met:
“de denkgeest kan niet aanvallen” (T18.VI.3,4)? Ik lijk aanvalgedachten te
hebben die gericht zijn op anderen, in feite hatelijke gedachten. Als dit niet
mijn denkgeest is die aanvalt, wat dan wel? A: De betekenis van deze
uitspraak, in de context van de gehele paragraaf “Voorbij het lichaam”, is dat aanval alleen mogelijk is in fantasie
of in een staat van begoocheling. God kan in werkelijkheid niet aangevallen
worden. De afscheiding zou een feit moeten zijn, wil de denkgeest in staat zijn
om aan te vallen. Daarom wordt er in de Cursus zoveel nadruk gelegd op de
illusie naar de waarheid brengen, en de duisternis naar het licht. We brengen
onze aanvalgedachten naar Jezus of de Heilige Geest in onze denkgeest, waar we
kunnen leren dat ze van een illusoir denksysteem komen en geen gevolgen hebben
buiten dit illusoire denksysteem. |