|
Richtlijnen voor studie Ten eerste bestaat er, in lijn met zijn theorie, geen ‘beste’ of
enige methode om Een cursus in wonderen
te bestuderen. Het is een leerplan dat door de student onder leiding van de
Heilige Geest of Jezus gevolgd wordt. En de training is, zoals het Handboek voor leraren specifiek stelt, “hoogstpersoonlijk toegesneden” (H9.1:5;
H29.2:6). Bovendien kunnen er geen strikte richtlijnen of regels zijn die
op ieder individueel van toepassing zijn, omdat omstandigheden, achtergronden
en vaardigheden, naast andere factoren, sterk verschillen. Jezus zegt met betrekking tot het lezen en bestuderen van de
lesstof niet wat het eerst gedaan zou moeten worden, het Tekstboek, het Werkboek
of het Handboek. Die beslissing is aan elke student zelf. Er is geen juiste of verkeerde
manier om door de lesstof te gaan. Maar om een alomvattend begrip van het
denksysteem en een stevige basis voor het beoefenen van de lessen te krijgen,
worden studenten op een bepaald punt in hun leerproces aangemoedigd het Tekstboek te bestuderen.
Jezus raadt ons aan het zorgvuldig te bestuderen, maar daar niet te snel mee te
gaan, om niet onnodig in een overweldigende angst terecht te komen (T1.VII.4,5; zie ook V#1163. Ook legt hij in de Inleiding
van het Werkboek uit dat “een
theoretische fundering zoals de tekst die verschaft, […] als kader noodzakelijk
[is] om de oefeningen in dit Werkboek zinvol te maken.” (WIn.1:1). Jezus verwacht dus duidelijk
dat zijn studenten op een bepaald moment in hun leerproces tijd besteden aan
het Tekstboek. Een cursus in wonderen: vorm en inhoud De Cursus gebruikt metaforen en bevat wat betreft de vorm veel
tegenstrijdige passages. Om die reden kan hij niet uitsluitend op een intellectueel
niveau gelezen en begrepen worden. Zijn inhoud en liefdevolle boodschap van
vergeving kunnen alleen begrepen worden met de bereidheid van de denkgeest die zich
opent voor de waarheid die hij weerspiegelt. De leer van de Cursus dat de
wereld een illusie is en de afscheiding nooit heeft plaatsgevonden, wordt schijnbaar
tegengesproken door het feit alleen al dat de Cursus zelf in de vorm bestaat.
Het is dan ook duidelijk dat de Cursus vanaf het begin duidelijk zijn vorm liefdevol
aanpast, om zo behulpzaam te zijn voor dat deel van de denkgeest van Gods Zoon
dat schuldbewust gelooft dat hij reddeloos verloren is vanwege zijn
verschrikkelijke zonde. Volgens de logica van het ego brengt de schuld die
volgt op de ‘zonde’ van afscheiding een ontzettende angst voort om door een
kwade God gestraft te worden. Wanneer de Cursus zegt dat God weent en eenzaam
is zonder ons (T5.VII.4; T2.III.5), is
de boodschap dat Hij geen kwade, wraakzuchtige God is, maar Een die ons
liefheeft en mist. Deze symbolische beelden zijn nuttig voor ons die zich gemakkelijker
met het begrip van een liefhebbende vader verbinden dan met de abstracte aard
van God. Zoals Jezus ons zegt: “Je kunt
niet eens denken aan God zonder een lichaam, of in een of andere vorm die je
denkt te herkennen.“ (T18.VIII.1:7);
en “Maar Het [de Leraar van Eenheid] moet wel gebruikmaken van de taal die deze
denkgeest begrijpen kan, in de toestand waarin die denkt te verkeren“
(T25.I.7:4). Deze passages verklaren zowel de metaforen die in de Cursus
gebruikt worden, als de niveaus van onderricht. Omdat wij geloven dat we in de
wereld verkeren, geeft Jezus ons onderricht vanuit ons belevingsniveau. Omdat wij
ervoor hebben gekozen ons met het lichaam te identificeren, denken en handelen
en ‘beredeneren’ we als lichamen. Dus komt de Cursus in een vorm tot ons die we
kunnen begrijpen, en gebruikt hij tal van metaforen, poëtische beelden en
symbolen om tot ons te spreken van de Liefde die we ontkend hebben en vergeten
zijn. Nogmaals, de Cursus moet ons tegemoetkomen waar wij zijn, en we
zijn in een wereld die heel complex is. Maar dat is zo omdat onze wereld
afkomstig is van een heel complex denksysteem dat onze denkgeest domineert. Wil
Jezus in staat zijn ons te helpen, dan moet de context van zijn onderricht deze
immense complexiteit van zowel onze uiterlijke als innerlijke wereld zijn. Dat
bedoelt hij wanneer hij zegt: “Deze
cursus blijft binnen het kader van het ego, waar hij nodig is” (VvT.In.3:1).
Gecompliceerdheid is de naam van het egospel, zegt hij in het Tekstboek (T15.IV.6:2). Zijn onderwijs moet deze gecompliceerdheid
aan de orde stellen om haar ongedaan te maken. Dus wanneer we met de Cursus beginnen, kan hij inderdaad hopeloos
complex lijken. Maar nogmaals, dat komt omdat hij ons ontmoet op het punt waar
wij zijn. Zijn doel is echter, ons uit die gecompliceerdheid naar de “eenvoud
van verlossing” te leiden (T31.1), wanneer we tenslotte allemaal zullen beseffen “dat het onware onwaar is, en het ware
nooit is veranderd” (WdII.10.1:1). Dat is de simpele waarheid, verborgen
achter de enorme complexiteit van zowel het egodenksysteem in onze denkgeest
als van de wereld die daaruit is voortgekomen. Absoluut iedereen kan profiteren van Een cursus in wonderen. Je hoeft geen intellectueel te zijn om
ervan te leren en hem als spiritueel pad te gebruiken. Niettemin is het
duidelijk dat hij op hoog intellectueel niveau geschreven is en dat hij geavanceerde metafysische, theologische
en psychologische concepten integreert in zijn onderricht, zoals in de drie
boeken uiteengezet. Veel ervan is in blanke verzen geschreven.
Een lezer/student die niet intellectueel is aangelegd en op deze gebieden geen
achtergrond heeft, zou dan ook moeite kunnen hebben met het begrijpen van een
groot deel van de lesstof. Dit betekent evenwel niet, dat zo iemand niet
geholpen kan worden bij het doorlezen ervan en de oefeningen van het Werkboek
doen. Als men dankzij de Cursus vriendelijker
en liefdevoller wordt en zich verzekerd weet van Gods Liefde, en zich minder
boos, gedeprimeerd of angstig voelt, dan heeft de Cursus zijn het doel bereikt. Aan de andere kant zijn er veel
hoogopgeleide mensen geweest die helemaal niet in staat waren zich met de
Cursus te verbinden. Zij zullen een ander pad vinden dat voor hun behoeften en geaardheid
meer geschikt is. De Cursus zegt van zichzelf dat hij alleen een van de vele
duizenden andere vormen van de universele cursus is (H1.4). Hij hóeft niet voor iedereen te zijn. Sommige religies beweerden
de enige ware religie te zijn; de enige weg om verenigd te worden met God. Een cursus in wonderen valt daar niet
onder. Veeleer is door de hele Cursus heen de duidelijke implicatie aanwezig,
dat alle mensen uiteindelijk een pad vinden dat hen tot God zal leiden. Het
hoeft niet dit pad te zijn. Tenslotte, de structuur en het verloop van het Tekstboek kunnen eerder
vergeleken worden met een symfonie - met thema’s die geïntroduceerd, terzijde
gelegd, opnieuw opgepakt en uitgewerkt worden - dan met een lineaire
ontwikkeling van ideeën die systematisch in complexheid toenemen, zoals gewoonlijk
in een wetenschappelijk boek. Dit leidt tot een in elkaar grijpende matrix
waarin elk deel integraal en essentieel is voor het geheel, terwijl het
impliciet dat geheel in zichzelf bevat. Zo komt hetzelfde materiaal voortdurend
terug, zowel in de Cursus als denksysteem, als in de leermogelijkheden in ons
persoonlijke leven. Het leerproces lijkt daarom op het omhooglopen van een
wenteltrap, waarbij de lezer in een circulair patroon wordt gevoerd en iedere
omwenteling hoger leidt - totdat de top van de spiraal is bereikt, die opengaat
naar God. Het lieflijk ritme van het blanke vers in grote delen van het Tekstboek
verhoogt de impact van terugkerende thema’s. De enige gerichte aanwijzingen voor de Werkboeklessen worden in de Inleiding
gegeven: “Doe niet meer dan één stel
oefeningen per dag” (W.In.2:6). Het is als student raadzaam deze inleiding
te lezen voordat je met de lessen te begint, en hem daarna zo af en toe opnieuw
te lezen. Een ander belangrijk principe in de inleiding heeft betrekking op je
oriëntatie als student: “Onthoud alleen
dit: je hoeft de ideeën niet te geloven, je hoeft ze niet te aanvaarden, laat
staan toe te juichen. Tegen een aantal ervan zul je je misschien heftig
verzetten. Dit alles is niet van belang en zal hun uitwerking niet verminderen.
Maar sta jezelf niet toe uitzonderingen te maken in de toepassing van de ideeën
die het Werkboek bevat, en wat je reacties op de ideeën ook mogen zijn gebruik
ze. Meer wordt
er niet gevraagd.”
(W.In.9) Lessen mogen desgewenst herhaald worden. Als het een bijzonder
betekenisvolle of moeilijke les is, kan het een goed idee zijn om er een paar dagen
mee bezig te blijven. Maar er zit een risico in te denken dat je een les
perfect gedaan moet hebben voordat je naar de volgende kunt. Dit zou een
valkuil zijn, want het is in de meeste gevallen onwaarschijnlijk dat je een van
de lessen perfect doet. Als je dat zouden kunnen, dan heb je zo’n gevorderde
staat van spirituele groei bereikt dat je de lessen helemaal niet nodig zou
hebben. Om te weten wat te doen als je enkele dagen of weken verzuimt de
lessen te oefenen, zijn de middelste passages van les 95 behulpzaam. Belangrijk
punt: het is niet nodig helemaal opnieuw te beginnen. De instructie in les 95 legt
de nadruk op het herkennen van de manieren waarop het ego het proces binnensluipt,
en dat je met vergeving zou moeten reageren “wanneer onze ijver verflauwt en we nalaten de aanwijzingen […] op te
volgen” (WdI.95.8:3). Dat is de sleutel. Jezus houd niet bij hoe punctueel
je bent in het volgen van de dagelijkse instructies, hij is er alleen in
geïnteresseerd je te helpen je denkgeest erin te trainen meer en meer in termen
van vergeving te denken, en dan uiteindelijk het geleerde te veralgemenen tot
elke aspect van je leven en je ervaring. Het kernidee is om oprecht te zijn in je pogingen om wat het Werkboek
onderwijst te bestuderen en te oefenen, terwijl je je ervan bewust blijft dat
wij allemaal sterke weerstand hebben, en toch bereid bent jezelf voor de vaak ontoereikende
inspanningen te vergeven. Zolang je doorgaat de lessen te bestuderen en toe te
passen zoals voorgeschreven wordt, zul je vooruitgang boeken. Het is belangrijk
je op de inhoud te concentreren in plaats van op de vorm. Het gaat erom dat je
een oprechte poging doet de instructies zo nauwkeurig als je kunt te volgen,
zonder jezelf te veroordelen wanneer je faalt. Je kunt eigenlijk zeggen dat het
doel van het doen van de lessen is dat je ze verkeerd doet en vervolgens je fouten
vergeeft. Dit is een weerspiegeling van je uiteindelijke vergeving van jezelf
voor de vergissing van afscheiding van onze Schepper en Bron. Het Handboek voor leraren,
het derde boek, is het gemakkelijkste en meest toegankelijke van de drie. De
Cursus helpt je te beseffen dat wij allen leraren en studenten van elkaar zijn,
en dat er geen scheidslijn bestaat tussen leraren en studenten. Zoals wij
onderwijzen leren we, en zoals wij leren onderwijzen we; maar dit heeft niets
van doen met een formele onderwijssituatie. De betekenis is dat we onderwijzen
door demonstratie. Een cursus in wonderen
gaat nooit over de vorm (lichaam), maar alleen over de inhoud (denkgeest). Het
Handboek is opgezet in de vorm van vraag en antwoord, waarbij de vragen zich
richten op een aantal belangrijke thema’s uit de Cursus zelf. Er is een
aanhangsel bij het Handboek dat Een verdere uiteenzetting van de hierboven besproken ideeën, en van
aanverwante onderwerpen die van belang kunnen zijn om bekend te raken met Een cursus in wonderen volgt hieronder. Ga naar de index en klik daar op de betreffende vraagnummers voor een volledige
bespreking van desbetreffend onderwerp. De christelijke context van de Cursus en zijn mannelijk
taalgebruik: V#1, V#5. De non-dualistische metafysica van de Cursus: V#6, V#85, V#105, V#923, 1096iv, V#1118 De symfonische aard van de Cursus: V#1145 Het academische, intellectuele niveau van het Tekstboek:
V#40,
V#1150,
#1170 Niveaus van onderwijs:
V#217,
V#243,
V#1068 Het doel van de Cursus:
V#204,
V#235,
V#429,
V#885,
V#941 Een partner hebben om de lessen mee te leren:
V#223 Deelnemen aan een groep:
V#12,
V#105,
V#276,
V#493 Het beoefenen van de Cursus terwijl je deel uitmaakt van een
religieuze hoofdstroming:
V#23; zie ook: ECIW /andere denksystemen Jezus als auteur van de Cursus:
V#110,
V#156,
V#479,
V#940,
V#1096ii Normaal zijn:
V#634 De beste studiemethoden:
V#105,
V#203,
V#782ii,
V#1163 Aanbevolen studiemateriaal (Engelstalig)
op de website van de Foundation: - Glossary of major terms used in the Course (Verklarende
woordenlijst van de belangrijkste termen die worden gebruikt in de Cursus): http://www.facim.org/acim/glossary.htm Alle door Kenneth Wapnick geautoriseerde publicaties: Online te bestellen via: http://www.facim.org/bookstore. Veel uitgaven van Kenneth
Wapnick zijn ook verkrijgbaar via de webwinkel van Miracles in Contact: www.miraclesincontact.nl - Introductieprogramma’s:
- Regel-voor-regel commentaren (boeken):
- The scribing of A Course in
Miracles: Absence from Felicity: - Diepgaande analyse van theorie en praktijk: The Message of “A
Course in Miracles” - Vol. One: All Are Called; Vol. Two: Few Choose
to Listen (boek). |