|
V#137: Hoe aanvaard ik
compleetheid? Ik wil graag het volgende
citaat uit het Tekstboek begrijpen: “In
elke relatie waarin je volkomen bereid bent compleetheid te aanvaarden, en
anders niets, daar is God compleet, en Zijn Zoon met Hem” (T16.IV.9:6). Hoe
aanvaard ik compleetheid? Ik weet dat het egoniveau speciale relaties zoekt. Ik
weet ook dat het voorwoord zegt dat we reeds “compleet, veilig, geliefd en liefhebbend” zijn. Hoe kan ik het
zoeken van het ego naar compleetheid onderscheiden van de compleetheid waarnaar
in het citaat hierboven verwezen wordt? A: De sleutel voor het
beantwoorden van je vraag is de voorafgaande zin erbij te betrekken: “Wees in Naam van God volkomen bereid alle
illusies op te geven. In elke relatie waarin je volkomen bereid bent compleetheid
te aanvaarden, en anders niets, daar is God compleet, en Zijn Zoon met Hem”
(T16.IV.9:5,6). De eerste zin spreekt van ”illusies”, wat een contrast
vormt met de “compleetheid” van de tweede zin. Kortom: de weg naar compleetheid
gaat via het ongedaan maken van alle illusies. Wellicht is het behulpzaam om
nog eens naar de basis van het verzonnen verhaal van het ego te kijken: we
geloven dat we ons hebben afgescheiden van God. Verteerd door schuld vanwege
deze ‘zonde’ voelen we ons verschrikkelijk eenzaam en leeg. Het ego vertelt ons
dat we de leegte die de afscheiding achterliet kunnen vullen met allerlei soorten
relaties: met ons ‘zelf’, andere mensen, gebeurtenissen, spullen of zelfs onze
gedachten. Met andere woorden: we gebruiken alle illusies in de droom om er een
substituut, een surrogaat voor onze waarheid in te vinden. Deze oneindige reeks
van surrogaten is de egodefinitie van compleetheid. Het probleem is dat de
surrogaten niet werken. Dat weerhoudt het ego echter niet. Het houdt vol dat
als we maar eenmaal de juiste combinatie van de volmaakte surrogaten vinden, we
geluk en compleetheid in de droom zullen vinden, en daarmee slagen in
het maken van een volmaakte vervanging voor God en de Hemel. Wanneer het plan steeds
maar niet werkt, zegt het ego ons te blijven zoeken en opnieuw te proberen,
zonder er ooit bij te vertellen wat de werkelijke afspraak is: “Zoek maar vind niet”(T16.V.6:5). Zo is er een eindeloos op
jacht zijn, en dat beantwoordt aan het doel van het ego: ons hopeloos
opgesloten te houden in de illusies van de wereld. Dit is de drijvende kracht
achter iedere speciale relatie. We gebruiken anderen om onze behoeften te
vervullen, en de leegte op te vullen die werd achtergelaten door de
ogenschijnlijke afscheiding. Met andere woorden, we zoeken compleetheid in
illusoire substituties - wat de Cursus afgoden noemt: “Alle afgoden van deze wereld zijn gemaakt om te beletten dat de
waarheid in je door jou zou worden gekend, en om jouw trouw aan de droom
overeind te houden dat jij iets buiten jou moet vinden om compleet en gelukkig
te zijn”.(T29.VII.6:1) Het ego zoekt naar compleetheid buiten ons,
terwijl de compleetheid waar de Heilige Geest ons naartoe leidt binnenin ons
is. Wanneer we voldoende gedesillusioneerd geraakt zijn over wat de wereld te
bieden heeft en de eisen van het ego, dan ontstaat het vermoeden we dat er een
andere weg moet zijn. Zo kunnen we in de juiste richting kijken (de denkgeest)
voor onze werkelijke compleetheid, en onze investering in de illusies beginnen los
te laten. Als we toegewijd zijn aan het
proces van loslaten van alle nutteloze surrogaten, gaan we ons steeds minder identificeren
met de leugens van het ego. Dit wordt bereikt door het trainingsprogramma dat
de Cursus biedt. Het betekent dat we ons herinneren dat we
ofwel vrede ofwel conflict ervaren, en dat de oorzaak van onze ervaring niet
iets uiterlijks is, maar een keuze die in de denkgeest gemaakt werd. Naarmate
vrede aantrekkelijker wordt dan conflict zullen we er vaker voor kiezen, tot we
uiteindelijk niets anders meer kiezen en ons volledig identificeren met het
deel van onze denkgeest dat zich onze waarheid herinnert. Wanneer
dat gebeurt “aanvaarden we compleetheid”. Op dat moment worden al onze
relaties door dit bewustzijn “gezegend”, en zijn we volledig verenigd met onze
waarheid, die de waarheid van iedereen is. God wordt hierin niet
letterlijk “gecompleteerd”, omdat Hij duidelijk niet incompleet |