|
V#135: Hoe kijkt de Cursus tegen
zelfmoord aan? De volgende vier vragen gaan over
zelfmoord en zullen daarom samen beantwoord worden. i: Hoe kijkt de Cursus tegen zelfmoord aan? ii: Wat is een ‘goede’ manier om met
zelfmoord om te gaan, volgens Een cursus
in wonderen? iii: Mijn grootvader pleegde zelfmoord.
Dood, onze afscheiding van God: het is allemaal illusie. Is zelfmoord dan
verkeerd? Of is alleen de staat van de denkgeest - je afgescheiden voelen van
God - op het moment van de zelfmoord verkeerd? Wat gebeurt er als iemand
zelfmoord pleegt? Worden mensen automatisch één met God wanneer ze niet meer in
de illusie van de wereld zijn? iv: Mijn vrouw heeft onlangs zelfmoord
gepleegd. Wij waren allebei leerlingen van Een
cursus in wonderen. Soms vraag ik me af: als dit alles een illusie is, wat
is dan het doel van in leven blijven? Waarom zouden we worstelen met ons leven
terwijl het toch geen deel is van de werkelijke wereld? Wat is het doel van dit
alles? A: Vanuit het perspectief
van de Cursus, is in feite iedere dood zelfmoord. Want: “Niemand kan sterven, tenzij hij de dood verkiest” (T19.IV.C.1:4). En verderop: “Niemand sterft zonder zijn eigen instemming. Niets
gebeurt er wat niet jouw wensen vertegenwoordigt, en niets wordt achterwege
gelaten wat jij kiest” (Wdl.152.1:4,5). Maar de Cursus maakt
ook duidelijk dat de dood een gedachte in de denkgeest is en niets te maken
heeft met het lichaam (bijv:
Wdl.163.1:1; Wdl.167.2:1-3). Want het
ego komt zelf voort uit een krankzinnige, maar illusoire doodsgedachte: het
geloof dat we God kunnen aanvallen om ons zo met geweld een afgescheiden individueel Zelf toe te eigenen. Een dergelijke gedachte
staat niet alleen voor moord (de dood van God), maar ook voor zelfmoord (de
dood van ons ware Zelf als Christus). En dat betekent dat niets wat voortvloeit
uit deze eerste krankzinnige gedachte - binnen de wereld van lichamen en gedrag
- echt of gezond kan zijn. De Cursus vraagt ons altijd om te
focussen op inhoud en doel en niet op de vorm of verschijning. Dus moet elke
vorm van dood in de wereld die afkomstig is van een ego-gedachte in precies
hetzelfde licht worden bekeken. Het doel van het ego bij iedere dood is te
bewijzen dat de afscheiding werkelijk is en dat God uiteindelijk over ons zal
zegevieren door het leven terug te nemen dat wij van Hem gestolen hebben. We
kunnen ons ofwel verzetten tot we uiteindelijk bezwijken door externe krachten
die veel machtiger zijn dan wij, of we kunnen ons neerleggen bij ons lot en ons
overgeven aan de dood door eigen hand. In wat voor vorm de dood komt maakt dus
niet uit, want de inhoud is altijd dezelfde. Die inhoud is dat ons nietige,
pijnlijke leven maar voor een beperkte duur het onze is, tot het
onvermijdelijke moment komt dat we het zullen kwijtraken. Wanneer we daarentegen kijken met Jezus of de Heilige Geest, dan zien
we dat elke dood, inclusief zelfmoord, alleen in vorm verschilt van iedere
andere keuze die we ooit maken in de wereld. De inhoud is dezelfde, want de
wereld is gebaseerd op de waarneming van onszelf als afgescheiden, alleen,
kwetsbaar en slachtoffer. En tegelijkertijd zouden we weten dat die waarneming
van onszelf verkeerd is. Want ze gaat uit van de verkeerde vooronderstellingen:
we zitten in een lichaam, gevangen in een hardvochtige, wrede wereld die wij niet
zelf gemaakt hebben, wanhopig strijdend tegen onoverkomelijke toevalligheden.
En zo proberen we een klein beetje vrede en geluk te vinden in een hopeloze
situatie waarover we geen controle hebben. In de wereld is zelfmoord meestal een
schande en er wordt negatief over geoordeeld. Maar dat hoort eenvoudigweg bij
de verdediging van het ego om vol te houden dat leven en dood van het
afgescheiden zelf werkelijk zijn. Vanuit het perspectief van de Cursus is de
gedachte achter zelfmoord, indien van het ego afkomstig (want Jezus maakt
duidelijk dat de dood ook gekozen kan worden onder leiding van de Heilige Geest
(H12.5; L3.II)),
niet meer dan een vergissing, een dwaling. Het is geen zonde noch heeft het
gevolgen die verschillen van enige andere keuze die we met het ego als leraar
maken: ze versterken allemaal de schuld die we onbewust in onze denkgeest
levend willen houden om te bewijzen dat de afscheiding werkelijk is. En dus is
zelfmoord geen grotere vergissing dan de keuze om geboren te worden in de wereld.
In beide gevallen proberen we het probleem van schuld in onze denkgeest aan te
pakken door onze aandacht te richten op de schijnbare uiterlijke wereld en ons
lichaam. Dat garandeert dat we geen oplossing vinden. We proberen het
afscheidingsprobleem in de wereld op te lossen, alsof de wereld het probleem
is, in plaats van in de denkgeest waar het werkelijke probleem verborgen ligt:
de krankzinnige gedachte van afscheiding. En dus maakt
het niet uit of we zelfmoord plegen of op een andere manier sterven. Zolang we
geloven dat de dood werkelijk is blijven we gevangen in het ego-geloof in afscheiding dat we onszelf hebben
opgelegd. De dood verlost ons niet van het ego-denksysteem en ook niet van de
wereld als zijn verdediging. Alleen kijken naar het ego-denksysteem met de
niet-oordelende aanwezigheid van Jezus of de Heilige Geest, en voor eens en
altijd besluiten dat het idee van afscheiding geen waarde voor ons heeft, kan
ons doen terugkeren naar de ervaring van onze eenheid met God. Want de wereld
berooft ons nergens van – alleen onze keuze voor afscheiding doet dat. Deze wereld is een illusie, net zoals
ons individuele leven hier dat zich lijkt af te spelen tussen geboorte en dood.
Maar dat is niet wat we geloven. Als we dat wel zouden
geloven en werkelijk zouden beseffen dat het doel van de wereld is om God en
daarmee ons Zelf aan te vallen, dan zouden we natuurlijk nooit over onszelf
denken alsof we in een lichaam zijn. Maar de manier waarop we leven –
ademen, eten, drinken, vrije tijd doorbrengen etc. – bewijst
dat we weliswaar misschien intellectueel begrijpen wat Een cursus in wonderen ons vertelt, maar dat we het beslist niet zo
ervaren. Daarom is het doel van de Heilige Geest
van ons leven hier, als we eenmaal geboren zijn, om ons Zijn lessen van vergeving
te laten leren. Inclusief de ultieme les dat de dood niet werkelijk is. De
wereld wordt dan een klaslokaal waarin we blij leren wat Hij ons onderwijst. De
wens de wereld te verlaten versterkt alleen maar haar werkelijkheid voor ons.
Wie wil er tenslotte weg van een plek, tenzij hij
gelooft dat die werkelijk bestaat en onprettig is? Daarom vertelt Jezus ons in
het Tekstboek: “Er is een risico aan
verbonden te denken dat de dood vrede betekent”
(T27.VII.10:2). Ware vrede ontstaat niet door het verlaten van de fysieke
wereld. Het ontstaat uitsluitend door het beoefenen van vergeving die de schuld
in de denkgeest ongedaan maakt. Deze schuld is de enige oorzaak van pijn en
lijden en van het geloof dat de dood werkelijk is. En dus, wanneer we
bereidwillig zijn, zetten we in het tempo dat we kiezen de kleine stappen van
vergeving die ons terug leiden naar het glorieuze eeuwige Zelf dat we nooit
konden vernietigen. Het Zelf dat altijd onze Identiteit gebleven is ondanks
onze dwaze reizen in de illusies van de dood. |