|
V#1348 Kan de Cursus traumatiserend werken? In hoofdstuk I van Een cursus in wonderen staat: “Dit is een cursus in het trainen van je
denkgeest. Alle scholing vraagt op een bepaald niveau aandacht en studie. Een
aantal latere onderdelen van deze cursus steunt zozeer op deze eerste
paragrafen, dat deze zorgvuldige studie vereisen. Je zult ze ook ter
voorbereiding nodig hebben. Anders word je misschien veel te angstig voor wat
er komen gaat om daar constructief gebruik van te kunnen maken... Enkele latere
stappen in deze cursus houden echter een directere nadering to God Zelf in. Het
zou onverstandig zijn om zonder zorgvuldige voorbereiding met die stappen te beginnen, want dan zal ontzag
met angst worden verward, en zal de ervaring eerder traumatisch dan gelukzaling
zijn”. (T1.VII.4:1-5;5:7-8) Dit citaat impliceert dat het in
bepaalde gevallen eerder traumatisch dan behulpzaam is om de Cursus te doen.
Hoe serieus moet je deze ‘waarschuwing’ door de auteur van de Cursus nemen, om
ons terdege voor te bereiden voordat we met de latere onderdelen beginnen? En
hoe kun je weten of je ‘terdege voorbereid’ bent, zodat je niet in de valkuil
valt ‘ontzag met angst te verwarren’? Als je bijvoorbeeld de eerste hoofdstukken
van de Cursus bestudeert, wanneer weet je dan dat je verder kunt gaan met het
Tekstboek en/of misschien beter met het Werkboek kunt beginnen? Zijn de eerste paar hoofdstukken niet zo abstract dat ze so wie
so moeilijk te begrijpen zijn vóór je de rest van de Cursus bestudeerd hebt?
Wat heb ik hier gemist? A: De twee alinea’s waarnaar je verwijst stonden
oorspronkelijk niet aan het eind van hoofdstuk I. Ze maakten deel uit van een
langere boodschap aan Helen en Bill, waarin Jezus benadrukte dat het belangrijk
was om het materiaal dat hij hen gaf te bestuderen (zie Absence from Felicity, blz. 251, 252). In zekere
zin geldt dit natuurlijk voor elke relatie tussen leraar en student: de
leraar zal de studenten aansporen om dat wat onderwezen wordt te bestuderen. Omdat
het leerplan van Een cursus in wonderen het
trainen van de denkgeest behelst, is het belangrijk om je met ijver toe te
leggen op de studie van de lesstof. Zo ben je voorbereid op de latere fasen in
de training van je denkgeest, die gebaseerd zijn op de eerdere fasen. Jezus
spreekt in wezen over het naderen van God en de ervaring van Zijn Liefde. We
hebben vele verdedigingslagen, die ons ‘beschermen’ tegen de ervaring van God.
Die zorgen ervoor dat we ons gevoel van een onafhankelijk bestaan, dat we
zozeer koesteren, niet verliezen. Om die reden leggen de eerste fasen van de
studie en training een fundering voor dit proces, zodat het begint op een
manier die we kunnen verdragen zonder dat we in een verlammende paniek raken.
Dit bereidt ons voor op de volgende fasen, die ons dichter bij de ervaring brengen
die we oorspronkelijk hebben afgewezen, en nog steeds afwijzen zolang we ervoor
kiezen afgescheiden, zelfstandige individuen te zijn. Het is noodzakelijk dat
we vertrouwd raken met het denksysteem dat we ongedaan gaan maken en enig
begrip krijgen van de blokkades die we hebben opgeworpen. Want anders zullen we
niet in staat zijn om hetgeen ná de fase van ongedaan
maken gebeurt, op een goede manier te verwerken. Daarom wil Jezus dat wij het
materiaal zorgvuldig bestuderen. Met ‘zorgvuldig’ bedoelt hij dat wij beseffen
dat hij rechtstreeks tot ons spreekt, zoals wij onszelf
nu ervaren. Hij biedt ons niet alleen maar een reeks ideeën en concepten aan
die wij op een onpersoonlijke manier kunnen benaderen. Hij wil dat wij eraan
wennen om over onszelf te gaan denken op de manier waarop hij ons beschrijft in
zijn cursus. Van belang is dus vooral je
houding ten opzichte van je studie; het gaat er niet zozeer om dat je alles
begrijpt wat hij in deze eerste hoofdstukken zegt. Zoals je hebt opgemerkt, zijn
delen van deze hoofdstukken (en trouwens ook van alle andere hoofdstukken)
moeilijk te begrijpen. Maar hij verwacht niet dat we elk woord en alle implicaties
van de ideeën bevatten. Daarom komt hij telkens weer terug op
de basisprincipes en verwoordt ze op verschillende manieren in alle drie de
delen van de Cursus. Het doel is dan ook niet de intellectuele beheersing
van het Tekstboek, maar – samen met een oprechte poging om het denksysteem dat
hij uiteenzet te begrijpen - het inzicht dat we ons met Jezus op een reis begeven. En die reis zal uiteindelijk diep doordringen in
die delen van ons leven en onze denkgeest die we verborgen wilden houden. Het
is het beste als dit langzaam gaat, en met een toenemend bewustzijn dat er een
liefhebbende, troostende aanwezigheid binnen in ons is, die ons uitnodigt zijn
hand vast te houden bij elke stap op de weg. Zo zal de reis ons naar een ervaring
brengen die ons gelukkig maakt. Tot slot is het behulpzaam in
gedachten te houden dat “het leerplan
hoogst persoonlijk toegesneden is”(H29.2:6). Wat betreft het moment waarop
je met de Werkboeklessen kunt beginnen: vertrouw op je gevoel en forceer niets.
Er bestaat hierin geen goed of fout. |