|
V#1292. Nogmaals de keuzemaker. Hoewel het in de Cursus niet
specifiek genoemd wordt, maakt Kenneth Wapnick (op de cd’s van zijn workshops) duidelijk
dat Jezus spreekt tot het afgescheiden deel van de denkgeest (buiten tijd en
ruimte), dat terugkijkt op de videoband die we onze levens noemen. Hij noemt
dat deel de keuzemaker. Is er binnen de metafysica van de afscheiding maar één
keuzemaker die terugkijkt op al onze levens of is er een aparte keuzemaker voor
elk leven? Was de tweede splitsing een splitsing van één enkele egodenkgeest in
afgescheiden keuzemakers en vervolgens in het fysieke universum? A: De
tweede splitsing is de denkgeest zelf, die in twee delen splijt: het deel dat
het egodenksysteem van afscheiding (onjuiste gerichtheid-van-denken) bevat en
het deel dat de correctie van dat denksysteem (juiste gerichtheid-van-denken)
bevat. Deze splitsing symboliseert het besluit van de Zoon om zich af te
scheiden van alles wat hem herinnert aan zijn ware oorsprong in God, en om
alleen datgene te behouden wat hem verzekert van zijn autonome en
onafhankelijke bestaan dat hij zo koestert. In dit stadium is er nog steeds
maar één Zoon, wat betekent dat er één keuzemaker is. Deze keuze ontketent
vervolgens een reeks strategische zetten, die uiteindelijk leiden tot de
splitsing van de denkgeest in vele denkgeesten en tot slot in wezens die zich
totaal onbewust zijn van de denkgeest (namelijk lichamen). Zolang we onszelf en anderen
beschouwen als individuen met een afgescheiden leven, is het praktisch om te
denken dat we elk onze eigen keuzemaker hebben. Naarmate we echter steeds meer leren
om onszelf te beschouwen als denkgeesten die allemaal dezelfde onjuiste en
juist gerichte inhoud delen, en tevens het vermogen delen om voor een van beide
te kiezen, vervaagt het idee van individuele keuzemakers vanzelf, op een geleidelijk
manier. Terugkeren naar onze identiteit als denkgeest is deel van onze
terugreis naar de staat van eenheid. Daarom zal alles wat impliceert dat de
afscheiding echt is, langzaam verdwijnen naarmate we ons meer met de denkgeest
gaan identificeren. Wanneer je je op de
metafysische dimensie van Een cursus in wonderen richt, is het altijd essentieel te bedenken dat Jezus
deze leer weergeeft in de context van een mythe. Deze mythe gebruikt taal en een
structuur die voor ons in onze afgescheiden staat betekenisvol is. Omdat wij in
het algemeen over alles denken in termen van tijd en ruimte, proberen we altijd
ons proces te begrijpen in kwantitatieve termen: wanneer, waar, hoeveel,
enzovoort. Dat is een van de redenen waarom de Cursus verschijnt in deze
specifieke vorm, maar zo is het in werkelijkheid helemaal niet. Jezus helpt ons
begrip te krijgen voor een proces dat buiten tijd en ruimte ligt en tenslotte
volkomen illusoir is. Daarom is ’t het beste om, hoe intrigerend de theorie ook
is, niet al te zeer te proberen het allemaal zo precies uit te denken - alsof
je een bouwplan voor een groot project bestudeert. Onze vragen zullen allemaal
oplossen wanneer we de ervaring
krijgen – iets waar het beoefenen van vergeving onvermijdelijk toe zal leiden. Meer uiteenzettingen over de aard
van de keuzemaker, met behulpzame verwijzingen, vind je bij de vragen V#663,
V#713 en V#715. |