|
V#124: Wat is de betekenis van ‘magie’? Wat is de betekenis van de term ‘magie’
in de Cursus? A: Magie is “een poging om een probleem op te lossen
waar het niet is… Schuld wordt buiten onze denkgeest geprojecteerd op anderen
(aanval) of op ons lichaam (ziekte) en getracht daar te corrigeren, in plaats
van de schuld ongedaan te laten maken in onze denkgeest door deze naar de
Heilige Geest te brengen…” (Glossary-Index voor A course in miracles, pag.143, Kenneth Wapnick). Het
ego gebruikt magie in zijn interpretatie van welk probleem ook; hij ziet het
probleem buiten de denkgeest en probeert het op te lossen met uiterlijke
middelen. Wanneer we ervoor kiezen om deze versie van het ego te geloven en ons
te identificeren met het ego-denksysteem, gebruiken we magie om problemen op te
lossen, en dat lijkt te werken. Wanneer we bijvoorbeeld een aspirine nemen
tegen de hoofdpijn en de hoofdpijn verdwijnt, dan geloven we dat de aspirine de
hoofdpijn heeft weggenomen. De Cursus zegt dat wat er eigenlijk gebeurt, is dat
er eerst een beslissing in de denkgeest is genomen om pijn te ervaren in de
vorm van hoofdpijn, en dat de denkgeest vervolgens een beslissing genomen heeft
tégen pijn, en die beslissing wordt gesymboliseerd door het innemen van een
aspirine: “Speciale middelen [bijv. medicijnen] lijken hem te helpen, maar ze geven slechts vorm
aan zijn eigen keuze. Hij kiest ze om zijn verlangens in een tastbare vorm te
gieten. En dat is precies wat ze doen, en anders niets. Ze zijn in feite totaal
overbodig” (H5.II.2:8-11). Natuurlijk is er niets
mis met het gebruik van ‘magische’ vormen als geld, kleding, sociale contacten,
medicijnen enz. In feite kunnen we zonder deze vormen niet in
de wereld functioneren en we hoeven ons er niet schuldig over te voelen of te
denken dat het ‘niet spiritueel’ is om ze te gebruiken. Maar we kunnen
ze gebruiken zonder ze de macht toe te kennen dat ze ons gelukkig maken, of dat
ze onze werkelijke behoefte vervullen: de verbinding met de Heilige Geest, de
Godsherinnering, in de denkgeest. Hetzelfde
magische principe is werkzaam wanneer we denken dat we in de wereld
veranderingen teweeg kunnen brengen door conflicten op te lossen door middel
van gedragsverandering. Daarbij realiseren we ons niet dat het conflict zijn
oorsprong heeft in de denkgeest, en alleen daar kan het werkelijk worden
opgelost. De Cursus vraagt ons in te zien waar het werkelijke probleem is - in
de denkgeest - zodat het kan worden genezen. We moeten zien dat: “...beslissingen
van de denkgeest afkomstig zijn, niet van het lichaam. Als ziekte slechts een
verkeerde aanpak is om problemen op te lossen, dan is dat een beslissing. En
als dat een beslissing is, dan is het de denkgeest en niet het lichaam die deze
neemt” (H5.II.1:4-6). Een
cursus in wonderen vertelt ons ook dat er maar
één probleem is: de gedachte van afscheiding van God. Het geloof in deze
afscheidingsgedachte is de oorzaak van enorme schuld en van gevoelens van
leegte, wanhoop en behoeftigheid. Dit drijft ons ertoe om te proberen onze
behoeften te vervullen en onze pijn te verzachten door middel van wat buiten
ons lijkt, met behulp van magie. We maken de wereld tot een ‘magische show’: “In deze wereld
geloof je dat alles jou steunt behalve God. Je hebt je
vertrouwen geschonken aan de meest triviale en waanzinnige symbolen: pillen,
geld, ‘beschermende’ kleding, invloed, aanzien, aardig gevonden worden, de
‘juiste’ mensen kennen, en een eindeloze lijst van vormen van niets die jij met
magische kracht bekleedt” (WdI.50.1:2,3). Welke
vorm van magie we ook kiezen, het zal niet echt werken. De
Cursus vraagt ons om het geloof in magie ongedaan te maken door in te zien wat
het probleem is: “Als je zou kunnen
inzien dat jouw enige probleem afscheiding is, ongeacht de vorm die het
aanneemt, zou je het antwoord daarop kunnen aanvaarden omdat je het belang
ervan inzag. Wanneer jij de
constante zag die onder al de problemen ligt waarmee je geconfronteerd lijkt,
zou je begrijpen dat je over het middel beschikt om ze allemaal op te lossen.
En je zou het middel aanwenden, omdat je het probleem ziet” (WdI.79.6:2-4).
Het ‘middel’ dat we hebben is de macht van de denkgeest om te
kiezen, en de keuze is altijd tussen magie en het wonder, tussen buiten onszelf
zoeken in de illusie, of naar binnen keren en naar de denkgeest gaan, waar onze
beslissingen kunnen worden veranderd. |