|
V#1231:
Hoe kan zo’n gecompliceerd universum niet van Goddelijke oorsprong zijn? Als de
wereld niet is geschapen door God maar door onze collectieve denkgeest, hoe is
het dan mogelijk dat die een universum maakte dat zo ingewikkeld is van begin
tot einde? Je zou zeggen dat alleen God daartoe in staat is. En dit universum
lijkt uit één soort materie te zijn gemaakt. Waar bestaat het uit? Ik dacht dat
het allemaal Gods werk was. A: De complexiteit van
het universum is weldoordacht, maar niet van goddelijke oorsprong. Vanuit het
perspectief van Een cursus in wonderen is
de wereld het resultaat van een reeks stappen in de strategie van het ego, om
ieder gevoel van eenheid uit ons bewustzijn te wissen - de eenheid van de
werkelijkheid en die van het Zoonschap. “De
substituutwerkelijkheid” in hoofdstuk 18 legt dit fragmentatieproces en de resultaten
daarvan uit, evenals de invalshoek van de Cursus in het omkeren van
fragmentatie (T18.I.4-6). Als
je erover nadenkt, zie je dat complexiteit onlosmakelijk verbonden is met
afscheiding, of het nu om het microkosmische of het macrokosmische niveau gaat.
Daarnaast produceert deze complexiteit een schijnbaar oneindig aantal problemen
die onze aandacht vragen, enkel opdat we als individuen, als naties, als
planeet, enz. kunnen overleven. Ook dit is belangrijk voor de strategie van het
ego. Want zolang wij, als fysieke en psychologische individuen, voortdurend in
beslag worden genomen door wat er gebeurt in de wereld (inclusief onze
lichamen), zullen we nooit terugkeren in onze denkgeest en ontdekken dat al
onze waarnemingen op keuzen berusten en ons de ervaringen leveren die we willen.
“Projectie maakt waarneming…. [de wereld] is de uiterlijke weergave
van een innerlijke toestand” (T21.In.1:1,5); “[Waarneming] is de
uitwendige weergave van een wens; een beeld waarvan jij wilde dat het waar was”
(T24.VII.8:10). De wereld is dus helemaal niet wat ze lijkt te zijn. Het is
de projectie van een schuldige denkgeest, die wil ontsnappen aan zijn schuld en
angst. Zoals Jezus het nogal treffend zegt: “De wereld die je ziet is het
waansysteem van hen die gek geworden zijn van schuld” (T13.In.2:2; zie ook WdII.3.2:1). Zolang we zonder na te
denken in de wereld verblijven, zijn we ons niet bewust van onze eigen
denkgeest en zijn macht om het gedachtesysteem van de Heilige Geest te kiezen
in plaats van dat van het ego. Dit besef buiten ons bewustzijn houden is het
uiteindelijke doel van het ego, en onze voortdurende betrokkenheid bij een
onmogelijk ingewikkelde wereld is een van zijn meest effectieve manieren om dit
doel te bereiken. Dit is precies het tegenovergestelde van de Hemel, die “een gewaarzijn [is] van volmaakte Eenheid, en het weten dat er
niets anders is; niets buiten deze Eenheid, en niets anders daarbinnen”
(T18.VI.1:6) is. Ons hoofddoel als studenten van deze Cursus is dus te
leren om deze Eenheid in ons dagelijks handelen te weerspiegelen, door in te
zien dat we allemaal dezelfde belangen én dezelfde gespleten denkgeest delen,
met de macht om te kiezen tussen het ego en de Heilige Geest. Voor een verdere bespreking
van de relatie tussen God en de wereld, zie V#764 en V#904. |