|
V#1223: Ik
geloof dat ik een Godservaring had, maar ik kan het niet meer terughalen. Ik heb
onlangs een Godservaring gehad waarvan ik niet weet hoe die in verband te
brengen met Een Cursus in Wonderen.
In het kort is dit wat er gebeurde. Mijn kat Ben werd erg ziek en ik was
vreselijk van streek. Nadat ik Ben aan de zorg van de dierenarts had
toevertrouwd, keerde ik, nog steeds heel bezorgd, naar huis terug, en merkte
dat ik maar bleef herhalen: “Vergeef mij alsjeblieft Ben, het spijt mij zo.” Dit
deed ik uren achtereen, alsof ik ertoe gedwongen werd. Toen werd ik mij ervan bewust
dat ik dit tot mijzelf richtte - dat ik tot in de kern van mijn wezen spijt had
van de pijn die ik mijzelf, gedurende vele jaren van misbruik, had aangedaan.
Vervolgens kwam er een krachtig gevoel over me dat ik niet alleen was. Ik
ervoer dit als God, en voor het eerst in mijn leven voelde ik mij levend en
werkelijk. De kracht van Zijn aanwezigheid ging alle woorden te boven. Ik was
niets, maar ik was alles. Angst bestond niet en er was een besef van schoonheid
in de dood en in alle dingen. Dit duurde het hele weekend, maar daarna voelde
ik mij zeer kwetsbaar, en bouwden mijn verdedigingen zich weer op. Ik probeer
nog steeds dat gevoel terug te vinden om zo levend en werkelijk te zijn. A: Zonder veel meer over
je te weten, is het moeilijk voor ons om te zeggen wat dit allemaal specifiek
voor jou betekent. Maar we kunnen een paar concepten en leringen uit de Cursus
voor je aanwijzen in de hoop dat ze behulpzaam zullen zijn. Allereerst herinnert Jezus
ons eraan dat we “een nieuweling op het
verlossingspad” (T17.V.9:1) zijn. Dat betekent dat als een diepgaande
ervaring niet aanhoudt, zoals die van jou, deze het doel kan dienen te laten
zien wat onze permanente ervaring zal zijn als we contact blijven maken met de
belemmeringen die blijkbaar nog steeds werkzaam zijn in onze denkgeest. Hij
beschrijft dit op een andere plaats in het Tekstboek in termen van licht en
duisternis: “…de reis door de duisternis
was lang en bar, en jij bent er diep ingegaan. Een lichte knippering van je
oogleden, die zolang gesloten zijn geweest, was nog niet voldoende om jou
vertrouwen te schenken in jezelf, zolang veracht” (T18.III.3:3,4). De
ervaring die je had lijkt veel meer te zijn dan “een lichte knippering van je oogleden,” maar dat is vanuit ons
gezichtspunt bekeken, en niet vanuit waar Jezus is, buiten de droom. Het kan
behulpzaam zijn deze hele paragraaf, “Licht
in de droom”, te lezen. Je zult daar
zien dat Jezus erg bemoedigend is, en kort gezegd aangeeft dat onze onbewuste
angst voor totale verlossing ons ertoe brengt ons weer terug te trekken in de
duisternis nadat we een glimp van het licht hebben opgevangen. Hij verzekert
ons echter dat we zullen slagen: “Maar
je zult voortgang boeken, omdat jouw doel de voortgang is van angst naar
waarheid” (T18.III.2:2). Maar merk op dat Jezus in deze paragraaf niet
adviseert ons op God te concentreren, maar op onze relaties: om te zoeken naar
grieven waar we aan vasthouden of iets anders wat ons gescheiden houdt van
anderen, zoals misschien het gevoel dat sommige mensen het niet verdienen Gods
Liefde en vrede te ervaren. Onze angst voor bevrijding wordt op die manier
uitgedrukt, en als we ons daarom richten op de bewustwording van wat ons
gescheiden houdt van anderen, en daar samen met Jezus of de Heilige Geest naar
kijken (wat betekent: zonder oordeel), dan kunnen we de blokkades opheffen voor
de gewaarwording van Gods liefde en vrede, die wordt weerspiegeld in de juist
gerichte denkgeest. Geduld en zachtmoedigheid zijn essentieel voor de voortgang
in dit proces. |