|
V#1206:
Hoe kunnen we naar verwoesting kijken en weten dat dit onjuist is? Wat ik tot
nu toe geleerd heb in de bestudering van Een
cursus in wonderen is dat er geen werkelijke liefde in deze wereld is en
dat vergeving niets in de wereld kan veranderen, alleen onze waarneming ervan.
Dan kunnen we verwoesting gadeslaan en weten dat die onwaar is; maar we zouden
de ‘verwoesting’ nog steeds zien. Klopt dit? Hoe werkt dat dan? Keek Jezus bijvoorbeeld
tijdens de kruisiging als de waarnemer naar het hele gebeuren, terwijl hij dat
‘zag’ wat de apostelen later beschreven hebben, en er tegelijkertijd
onaangedaan door was? Geen angst? Geen pijn? A: Ja, je hebt gelijk dat
er geen werkelijke liefde in deze wereld is. De reden daarvoor is dat deze
wereld gemaakt werd door onze denkgeest (en in onze denkgeest blijft: ideeën verlaten hun bron niet) om de
schuld te verbergen die we voelden over het vernietigen van Gods Liefde. Natuurlijk kan de Liefde van
God niet vernietigd worden, maar wij geloofden dat we dat deden, en dit is hoe we
omgaan met de gevolgen van dat geloof. Maar we houden altijd in onze denkgeest
de herinnering vast aan onze ware Identiteit, één met God. Door de keuze voor
Jezus als leraar en voorbeeld, kunnen we leren om de weerspiegeling van die
liefde te worden, door het ongedaan maken van alle blokkades die we opgeworpen
hebben om dit te verbergen – blokkades gemaakt van oordelen, speciaalheid,
haat, en de wens om afgescheiden te zijn. Maar de liefde is in onze denkgeest,
en niet in de wereld. In
je tweede punt lijk je te verwijzen naar een van de definities in de Cursus van
het wonder, die de rol van het wonder als correctie benadrukt: “Het schept
niet, en het brengt in werkelijkheid allerminst verandering. Het slaat slechts
verwoesting gade, en herinnert de denkgeest eraan dat wat die ziet onwaar is”
(WdII.13.1:2,3). Vervolgens spreekt Jezus over vergeving als: “de
bakermat van wonderen” (WdII.13.3:1); daarom verandert het niets aan de
wereld, behalve de waarneming in onze denkgeest. Vergeet niet: “Er is geen
wereld! Dit is de kerngedachte die de Cursus probeert te onderwijzen”
(WdI.132.6:2,3). Dus Jezus zou ons niet onderwijzen hoe we dingen in de
wereld moeten veranderen wanneer hij weet dat er geen wereld is. Maar omdat wij
geloven dat er wel een wereld is, helpt hij ons te zien dat het slechts een
projectie van onze eigen denkgeest is en dat wij het alle betekenis geven die
het heeft. Hij wil dat we ons daarop concentreren: de wereld “getuigt van de
staat van jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand… Probeer dan ook niet de wereld te veranderen,
maar kies ervoor je denken over de wereld te veranderen” (T21.In.1:5,7). We
aanvaarden eerst ofwel het ego of Jezus als onze leraar; vervolgens
weerspiegelt de waarneming of interpretatie van datgene wat onze ogen zien die
keuze: “Waarneming lijkt jou te onderwijzen wat jij ziet. Toch getuigt ze
slechts van wat jij onderwezen hebt. Ze is de uitwendige weergave van een wens;
een beeld waarvan jij wilde dat het waar was” (T24.VII.8:8-10; zie ook: T21.V.1:7;
WdII.304.1:3). Jouw ogen zouden
bijvoorbeeld kunnen kijken naar de verwrongen wrakstukken van auto’s en
lichamen op de snelweg, maar jouw waarneming
en interpretatie van dit gebeuren
zou ervan afhangen of je het ego of Jezus als je leraar gekozen hebt. Als je
waarneemt met Jezus zal je innerlijke vrede niet beïnvloed worden door
uiterlijke gebeurtenissen, wat echter niet betekent dat je niet zou kunnen
stoppen om hulp te bieden indien mogelijk – we spreken alleen over de inhoud
van je denkgeest en niet over gedrag. De interpretatie van het ego zal zich
altijd concentreren op slachtoffers en daders, tragedie, verlies, angst en
bezorgdheid – alles wat de werkelijkheid zou steunen van afzonderlijke lichamen,
kwetsbaar ten opzichte van krachten en condities van buitenaf, en voor hun vrede
en geluk afhankelijk van deze uiterlijkheden. (In deze context vind je het
wellicht behulpzaam om V#1111 en V#1187 te bekijken.) Jezus was de volmaakte
manifestatie van liefde. Als een totaal genezen denkgeest – geen ego met schuld
om te projecteren – kon hij zichzelf niet angstig of boos als een gekruisigd
lichaam ervaren, of als een onrechtvaardig behandeld slachtoffer, zoals hij
uitlegt in “De boodschap van de
kruisiging” (T6.I.5:3; 9:1,2). Zijn denkgeest kon maar één ding doen:
liefhebben. Wijzelf zijn degenen die vorm geven aan die liefde, zoals onze
angst en behoeften toestaan. Het probleem dat we hebben in het begrijpen
hiervan, is dat we het meestal proberen te begrijpen vanuit ons referentiepunt
als lichaam. Maar het kan nooit op dat niveau begrepen worden, omdat onze waarneming
van onszelf als lichaam op zichzelf al een keuze is om ons af te scheiden van
onze denkgeest en van de waarheid. Dus dienen we ons te concentreren op het vergevingsproces,
dat de vele manieren waarop we de communicatie van de liefde in onze denkgeest blokkeren
ongedaan maakt. Dan zal een helder begrip van deze ‘theorieën’ te voorschijn
komen. Verschillende andere vragen
in deze Vraag- en antwoordservice geven een uitgebreide bespreking van de
kruisiging en Jezus’ leven vanuit het standpunt van Een cursus in wonderen, zie bijvoorbeeld: V#401b, V#505, V#510, en
V#563. |