|
V#1204:
Wat betekent: “Niets wat ik zie betekent iets”? Hoewel ik
werkboekles 28 en 29 al enige jaren geleden bestudeerd heb, besef ik dat ik nog
steeds verward ben over illusies en het universum. Als niets wat ik zie iets
betekent en dit allemaal een illusie is (die ik omarm met tijd), hoe kan een
tafel of iets anders dat ik met mijn ogen zie dan een doel delen met het
universum, terwijl dat ook een illusie is? En hoe kan iets dergelijks gedeeld
worden met het doel van God? Leren hoe met liefde, waardering en openheid naar
alles te kijken, lijkt de illusie en alle dingen daarin tot werkelijkheid te
maken, in plaats van tot een droom. Kun je alsjeblieft de heilige bedoeling uitleggen
waarover gesproken wordt in de les: “Ik
wil niets liever dan de dingen anders zien.” A: De eerste 50 lessen van het
werkboek vertonen een opbouw. Ze contrasteren de fundamentele principes van het
egodenksysteem met het denksysteem van de Heilige Geest. Alle metafysische
principes van de Cursus zijn in deze lessen vervat. Ze zijn het fundament om het doel van het Werkboek te
bereiken, namelijk: “…je denkgeest systematisch te trainen in een andere
waarneming van alles en iedereen in deze wereld” (W.In.4:1). Het is
behulpzaam om dit in gedachten te houden wanneer je het Werkboek herhaalt. Iets
op een andere manier zien betekent dat je eerst de betekenis ziet die er door
het ego aan gegeven is. Bijvoorbeeld: een tafel wordt, gebaseerd op ervaringen
uit het verleden, gezien als een voorwerp om iets op te zetten, hoewel de tafel
op zichzelf geen betekenis heeft. Op dezelfde manier denken we te weten waar
alles in het universum toe dient. We zijn ons echter niet bewust van het doel dat de denkgeest aan alles gegeven
heeft. Dat is afhankelijk van de beslissing van de denkgeest om zich achter het
doel van het ego te scharen - afscheiding - of dat van de Heilige Geest –
genezing van de afscheiding. Niets betekent iets omdat niets buiten de Hemel in
werkelijkheid bestaat; maar alles deelt het doel dat de denkgeest eraan
toekent. De betekenis van iets ondersteunt het geloof in het egodenksysteem -
of in dat van de Heilige Geest Die een correctie heeft voor elke betekenis die
het ego aan wat dan ook gegeven heeft. Aldus deelt Zijn plan voor de illusoire
wereld het doel van God, omdat het ons terugleidt naar Hem. De Cursus toepassen
houdt in dat ons wordt gevraagd te erkennen dat wij betekenis hebben gegeven
aan alles wat wij waarnemen. En we rechtvaardigen en verdedigen deze betekenis
(soms halsstarrig), en misschien weigeren we zelfs om onze interpretaties in
twijfel te trekken. Dit zijn de blokkades die de Heilige Geest belemmeren de
waarneming van illusie om te vormen tot de herinnering van de werkelijkheid,
zodat we kunnen ontwaken uit de droom. Het enige wat aan ons wordt gevraagd is
een beetje bereidwilligheid om vraagtekens te zetten bij onze interpretatie en
de hulp van de Heilige Geest in te roepen: “De Grote Omvormer van de
waarneming zal samen met jou zorgvuldig de denkgeest gaan onderzoeken die deze
wereld heeft gemaakt, en de schijnbare redenen waarom jij die gemaakt hebt voor
je blootleggen” (T17.II.5:2). Het plan van de Heilige
Geest aanvaarden om alles te vergeven maakt de illusie niet werkelijk; het
maakt die bruikbaar: “Illusie brengt
illusie voort. Behalve één. Vergeving is een illusie die een antwoord is op de
rest” (WdI.198.2:8,9,10). De liefde en dankbaarheid die naar alles gebracht
wordt, wordt gevonden in vergeving. Alles anders zien betekent dat je het ziet
in het licht van vergeving, waarvan de kern is dat je inziet dat niets buiten
de denkgeest enige invloed op iets heeft. Deze omslag in waarneming verwijdert
alle schuld van het universum - van
relaties, plaatsen, en situaties - voor de gevoelens die we ervaren. Vergeving
dient als een brug tussen de illusoire droom en de werkelijkheid van de Hemel,
door alles in de illusie een heilig doel te geven. De brug is nodig vanwege het
geloof dat de droom werkelijk is, en dat lijkt inderdaad zo. Wanneer iedere
illusie vergeven is, zal alles door de ogen van de liefde gezien worden, die
altijd aanwezig was in de denkgeest, zonder enige inspanning van onze kant. |