|
V#1187:
Willen we onwetend zijn over oorzaak en gevolg om zo slachtoffer te blijven? Ik weet
echt geen raad met het idee dat we ervoor kiezen om onze schuld op ons lichaam
te projecteren, en ik wil je graag mijn gedachten voorleggen. Zeg je dat Een cursus in wonderen beweert dat als
ik bijvoorbeeld plotseling puistjes krijg, wat me echt van streek maakt en
waardoor ik me niet goed voel over hoe ik er uitzie, ik daar feitelijk zelf
voor heb gekozen? Dit gebeurde laatst, en later realiseerde ik me dat dit misschien
kwam doordat ik pas geleden een chocolade-vreetbui had. Als dit klopt, dan snap
ik de theorie niet, want als ik had geweten dat de chocolade dit zou
veroorzaken, zou ik het niet gegeten hebben. Zegt de Cursus dat we op een
bepaald niveau ervoor kiezen onwetend te blijven over sommige wereldse oorzaak/gevolgrelaties,
zodat we ons slachtoffer kunnen voelen? Hoe kan iemand ervoor kiezen zich
slachtoffer te voelen als hij zich niet bewust is van de mogelijke
consequenties van zijn daad of daden, en hij echt van mening was een goede
koers te varen? Weten we op een bepaald niveau dat we ongelijk hebben? A: De keuzes worden
buiten tijd en ruimte gemaakt door de keuzemaker in de denkgeest, niet door de
persoon die als een lichaam in de wereld lijkt te leven. Daarom vraagt Jezus: “Wie is de ‘jij’ die in deze wereld leeft?”
(T4.II.11:8). Het begrip hiervan wordt iets gemakkelijker door terug te
gaan naar het plan van het ego, waarmee we ons in onze denkgeest geïdentificeerd
hebben. Het belangrijkste element in de strategie van het ego om ons aan hem
gebonden te houden, is om ons weg te houden uit onze denkgeest en vervolgens zeker
te stellen dat we het bewustzijn van onze identiteit als keuzemakende denkgeest
nooit meer terugkrijgen. Deze strategie resulteert er tenslotte in dat we
onszelf als een lichaam ervaren, onderhevig aan allerlei soorten wetten die we
niet zelf gemaakt hebben: de wetten van de biologie, natuurkunde, chemie,
voeding enz. Op die manier zijn we de bron van al onze waarnemingen vergeten: de
macht van onze denkgeest om te kiezen. Wat rest is de overtuiging dat we in een
wereld komen die geregeerd wordt door al bestaande wetten. Jezus antwoordt: “Misschien denk je dat jij de wereld niet
hebt gemaakt, maar met tegenzin bent gekomen naar wat al was gemaakt en beslist
niet stond te wachten tot jouw gedachten er betekenis aan gaven”
(WdI.132.4:4,5). Dit is beslist een van de meest radicale leringen van de
Cursus, maar het is nodig om naar dit niveau te gaan, om de aard en het doel
van het lichaam te begrijpen, en de reden dat we dingen op deze wijze ervaren.
Het is de sleutel tot de oplossing van jouw probleem. Het
lichaam voert alleen maar de wensen van de denkgeest uit; het heeft geen leven
van zichzelf. Dit wordt op veel plaatsen in de Cursus uitgelegd, bijvoorbeeld: “De
denkgeest neemt… alle beslissingen... die verantwoordelijk zijn voor de
toestand van het lichaam”(H12.5:7); “De geheime geloften”(T28.VI). Het is
dus niet de jij als een individueel
persoon in de wereld die ervoor kiest slachtoffer te worden; het is de
denkgeest die hiervoor kiest, omdat hij zijn belofte van trouw aan het ego
uitvoert. De denkgeest beslist om zijn identiteit als denkgeest te ontkennen en
die door een andere identiteit te vervangen, in zijn streven om afgescheiden te
blijven van God, maar zonder dat hij verantwoordelijk wordt gehouden voor die
toestand. Daarom verzint hij een wereld met bepaalde wetten en projecteert
zichzelf in de wereld als een lichaam dat geboren wordt en uiteindelijk sterft,
terwijl het gedurende dit proces opzettelijk vergeet dat hij (de denkgeest) dit
deed. Het lichaam veroudert niet vanwege de wetten van het ouder worden en het
gezicht krijgt geen puistjes vanwege de chemische wisselwerkingen met chocolade
(hoewel dat in de wereld waar is). De denkgeest deelt de lakens uit teneinde
zijn doelstellingen te bereiken. Een kwetsbaar lichaam dat gunstig of ongunstig
reageert op wetten buiten zich, is een essentieel onderdeel van het plan van de
denkgeest. Jezus helpt ons om dát te begrijpen. Het is de denkgeest die het
nodig heeft zichzelf te zien als slachtoffer van iets of iemand buiten zich, om
te voorkomen dat hij zichzelf ziet als degene die God tot slachtoffer heeft
gemaakt. En daarom laat hij alles gebeuren. Het is allemaal verzonnen! Maar het
is ook zeer overtuigend, zoals we allemaal kunnen bevestigen. Jezus wijst erop:
“De weerstand om dit te erkennen is enorm, omdat het bestaan van de wereld
zoals jij die waarneemt, afhangt van het lichaam als keuzemaker” (H5.II.1:7). In
“Ziekte is een verdediging tegen de waarheid,” legt Jezus uit dat deze
beslissingen in vol bewustzijn gemaakt worden, maar om het plan te laten werken
moet de denkgeest onmiddellijk vergeten wat hij deed: “Maar achteraf vereist
jouw plan dat je moet vergeten dat jij het hebt gemaakt, zodat het buiten je
eigen bedoeling om leek te gaan, een gebeurtenis buiten de staat van jouw
denken, een resultaat met een echte uitwerking op jou, in plaats van één door
jouzelf bewerkt. Juist dit snelle vergeten van de rol die jij speelt bij het maken
van je ’werkelijkheid’, maakt dat jouw verdedigingsmechanismen zich aan je
controle lijken te onttrekken” (WdI136.4:3;5:1). Nogmaals, Jezus verwijst
uitsluitend naar de jij die de
denkgeest is, de keuzemaker. Hij spreekt nooit over de lichamelijke jij, want hij vertelt ons dat zo’n
schepsel niet bestaat! “Het idee van afscheiding heeft het lichaam
voortgebracht, blijft ermee verbonden, en maakt het ziek doordat de denkgeest
zich ermee vereenzelvigt. Jij denkt dat je het lichaam beschermt door die
verbinding te verbergen, want voor deze verhulling lijkt jouw vereenzelviging
veilig bewaard te blijven tegen de ‘aanval’ van de waarheid. Als je eens
begreep hoeveel schade dit vreemde verhullen jouw denkgeest heeft berokkend, en
hoe verward je eigen vereenzelviging hierdoor is geworden!” (T19.I.7:7- 8:1; zie
ook T18.VI.9). De verwarring van het
lichaam/brein met de denkgeest is de kern van veel van de problemen die studenten hebben met Een cursus in wonderen. En het is een
logische vergissing omdat we geen bewustzijn van onszelf als denkgeest hebben
(paradoxaal genoeg een keuze die gemaakt is door onze eigen denkgeest). Daarom
hebben we een leraar als Jezus nodig, die buiten de droom is. Hij heeft ons
voorzien van een zorgvuldig gepland programma om onze denkgeest te trainen. En
dat zal ons opnieuw bewust maken van wat we afgesplitst hebben: onze ware
Identiteit, één met onze Schepper. We hoeven alleen maar nederig toe te geven
dat we misschien ongelijk hebben over wat volgens ons werkelijk is, en daarnaast
toe te geven dat Jezus’ niet-oordelende aanwezigheid in onze denkgeest ons
liefdevol zal leiden op onze reis terug naar Huis, dat we in werkelijkheid
nooit verlaten hebben. Voor verdere studie van de denkgeest/breinkwestie,
zie: V#17, V#391, V#825iii, en V#901. |