|
V#118:
Over het ego, vergelding, aanval op jezelf en angst. Mijn vragen komen voort uit de schijnbare
ervaring van ‘vergelding’ door mijn ego, hetgeen onvermijdelijk volgt wanneer
ik een tijdje oprecht heb geprobeerd naar mijn ego te kijken en om correctie
heb gevraagd. De specifieke vormen die dit aanneemt kunnen ernstig genoeg zijn
om me zowel fysiek als mentaal lam te leggen. Is dit iets dat we moeten
verwachten? Ik weet dat de Cursus spreekt over het ego dat
“schommelt tussen argwaan en kwaadaardigheid”, dat overgaat tot kwaadaardigheid
als ik probeer ondersteuning te zoeken tegen het ego en mij dan “als oplossing
de illusie van een aanval” aanbiedt. (T9.VIII.2:7,9,10).
Dus als mijn ego mij “de illusie van een aanval” aanbiedt, dan ben ik uit de
narigheid. Ik heb niet echt voor de aanval gekozen en ik ben er niet
verantwoordelijk voor – mijn ego deed het voor me. Maar ik geloof dit eigenlijk
helemaal niet. Ik denk dat het keuzemakende deel van mijn denkgeest voor aanval
kiest om mijn identificatie met het ego – mijn speciale, afgescheiden
identiteit – veilig te stellen. En dat
de dingen nog een heel stuk erger zullen worden als ik doorga met tegen het ego
in te gaan. Op zulke momenten is er geen enkele manier waarop ik naar het ego
kan kijken en er simpelweg om kan glimlachen. Ik moet me gewoon terugtrekken. Ik
stel je antwoord en commentaar op prijs. A: Ja, je hebt gelijk –
het ego heeft geen macht om je aan te vallen, behalve de macht die jij het
geeft. Jezus maakt dit in het begin van het Tekstboek duidelijk: “Alleen jouw trouw aan het ego geeft het
enige macht over je. Ik heb over het ego gesproken alsof het een losstaand ding
was dat zelfstandig opereert. Dit was nodig om jou ervan te overtuigen dat je
het niet luchtig weg kunt wuiven en moet beseffen hoeveel van je denken
egogericht is. We kunnen het daar echter niet veilig bij laten, want anders zul
jij jezelf beschouwen als onvermijdelijk verscheurd zolang je hier bent, of
zolang jij gelooft dat je hier bent. Het ego is niet meer dan een deel van wat
jij over jezelf gelooft” (T4.VI.1:2-6). De passage die je aanhaalt geeft het aan:
aanval op jezelf is niet ongebruikelijk wanneer we proberen onszelf van het ego
te verlossen. Zoals je suggereert is dat een afspiegeling van onze angst om de
onbegrensde liefde te aanvaarden waarin het zelf dat we denken te zijn betekenisloos is. Dus je werkelijke vraag is: wat nu te doen, als
je weet dat je angst nog zo groot is? Het deel van onszelf dat geďdentificeerd
blijft met het ego wil niet dat we een stap zetten in de richting van vergeving
en genezing, als het dat kan voorkomen. En alles wat onze angst groter maakt in
plaats van kleiner, dient in feite het doel van het ego. Dus raadt Jezus ons
aan om niet tegen onszelf te vechten als we hevige weerstand voelen, omdat we
gewoon nog niet klaar zijn (T30.I.1:6-7).
De beste en meest liefdevolle houding is dan om geduldig te zijn en mild voor onszelf.
Er is geen urgentie bij het vergevingsproces. We zijn misschien nog niet klaar
om de duisternis van ons ego bij Jezus te brengen, maar we kunnen tenminste
onze angst bij hem brengen en erkennen dat we zijn hulp nodig hebben. En als
Jezus deel uitmaakt van het probleem, dan kunnen we het minder bedreigende
symbool gebruiken van de Heilige Geest, of elk ander symbool voor liefde
waarbij we ons op ons gemak voelen. Het is belangrijk om een gewaarzijn te
ontwikkelen van de liefdevolle, niet oordelende aanwezigheid binnen je
denkgeest, met wie je samen naar de duisteris van je ego kunt kijken. Als je in
je eentje kijkt, zul je jezelf vrijwel zeker bang maken. Maar als je kijkt met
liefde aan je zijde, dan zal de schijnbare ernst van wat je ontdekt geleidelijk
verdwijnen. En dan kun je erom glimlachen. |