|
V#1174:
Waarom is vredelievendheid bedreigend? In het boek
“De meest gestelde vragen over Een cursus
in wonderen” van Kenneth en Gloria Wapnick
bespreken zij de mogelijkheid dat iemand bedreigd kan worden door onze ‘vrede’.
Zij geven opheldering over een zin uit de Cursus die zegt dat we weten dat we
werkelijk in vrede zijn wanneer allen die we ontmoeten of zelfs maar aan ons
denken “delen in onze volmaakte vrede”, dit in relatie tot de woede gericht
tegen Jezus. Kenneth en Gloria zeggen dat om bedreigd te worden door onze
vrede, iemand anders het eerst “als werkelijk moet ervaren en zich er
vervolgens bedreigd door voelen”. Betekent dit dat de persoon die zich erdoor
bedreigd voelt merkt dat we niet met hen willen concurreren, maar alleen
vrienden met hen willen zijn? Bespeuren zij een gevoel van vrede met betrekking
tot ons? Ik begrijp niet waarom iemand zich bedreigd zou voelen door iemand die
in vrede bij hen wil zijn. A: Om de dynamiek van het
egodenksysteem in actie te begrijpen, is het essentieel om onder de oppervlakte
te kijken. In onderzoekteams wordt wel het motto gebruikt: “Niets is wat het
lijkt”, en dit is ook toepasselijk voor de training van de denkgeest die
onderwezen wordt in de Cursus. Het is waanzin te denken dat vrede op enigerlei
wijze een bedreiging zou zijn. Toch is dat de interpretatie van het ego van
alles wat verband houdt met de juiste gerichtheid-van-denken van het Zoonschap.
Het ego is waanzinnig. Het deel van de denkgeest dat verkiest zich te
identificeren met het egodenksysteem, wordt bedreigd door het deel van de
denkgeest dat vrede kent. Zijn fundament wordt bedreigd door de mogelijkheid
dat het keuzemakende deel van de denkgeest een definitieve keuze tégen hem in
het voordeel van de vrede maakt. In dat geval houdt het ego op te bestaan. Wanneer vrede in iemand
anders wordt waargenomen, is dat een herinnering dat dezelfde vrede voor
onszelf ook mogelijk is. Er is niets aan de hand wanneer de denkgeest besluit
om vrede te kiezen en zich te identificeren met de vrede die hij waarneemt in
een ander. Maar wanneer de denkgeest verkiest zich te identificeren met de
waanzin van het ego, zal hij alles wat zinnig is waarnemen als een bedreiging.
Angst vervangt dan vrede. De schuld vanwege de keuze voor angst in plaats van
vrede, wordt naar buiten geprojecteerd in de vorm van een oordeel tegen iemand
die vredig lijkt. Het oordeel kan komen in de vermomming van jaloezie, bewondering,
of een verlangen om zich te koesteren in de troost van de vredigheid die de
ander bezit. Hoe vreemd het ook lijkt, het ego interpreteert dit altijd als: “Als
jij het hebt en ik niet, dan heb jij het van mij gestolen”. Dit is de projectie
van het oordeel dat de denkgeest tegen zichzelf geveld heeft. Hij denkt dat hij
Gods macht gestolen heeft door zijn keuze om de Identiteit die God hem gegeven
heeft af te wijzen, en zijn eigen gefantaseerde afgescheiden identiteit te
verzinnen. Dit verborgen waanzinnige denksysteem is niet zichtbaar aan de
oppervlakte. Het is een verhulde aanval op zichzelf en de ander, vermomd als
bewondering of ieder ander ‘aanvaardbaar’ gevoel. De Cursus onderwijst dat
iedere waarneming van onderscheid een aanval is. En aanval brengt angst voor
een tegenaanval voort. Zo begint de eindeloze cyclus van het ego: het waarnemen
van bedreigingen - inclusief de vrede van iemand anders - waartegen je je moet verdedigen.
Dat verklaart het knagende, doordringende gevoel van kwetsbaarheid die reden
geeft tot omvangrijke plannen voor veiligheid. Het ego wordt permanent bedreigd
en is daarom in een permanente staat van verdediging, omdat het zich ervan bewust
is dat de denkgeest die voor hem koos, hem ieder moment kan afschaffen door
tegen hem te kiezen. Daarom wordt vrede waargenomen als een bedreiging. Het
heeft niets te maken met de manier waarop andere personen zich gedragen of wat
ze zeggen. Het is de denkgeest die voor het ego kiest die wordt bedreigd door
de ware vrede die verblijft in de juist gerichte denkgeest, waar de herinnering
aan Gods Liefde wordt bewaard. En nogmaals, de enige reden waarom men Gods
Liefde zou vrezen, is omdat het afgescheiden zelf niet kan bestaan in de
Eenheid van Zijn Liefde. Om
het pad van de Cursus te volgen, volstaat het om bereid te zijn je ervan bewust
te worden hoe belangrijk we het vinden om verschillen waar te nemen. Eén van de
doelen van de Cursus is ons al deze verschillen te leren zien voor wat ze zijn
- wapens van de verdedigingsstrategie van het ego - en niet misleid te worden
door de ‘schoonheid’ van de wereldse caleidoscoop. Want verborgen achter de
opzichtigheid ligt de angst voor vrede, en achter die angst ligt de angst voor
de Eenheid van Gods Liefde die we delen. De hoop op het vinden van de ware
vrede (niet te verwarren met het lichamelijke gevoel van kalme ontspanning),
begint met het besef dat we er bang voor zijn en die angst verborgen hebben
onder lagen van ontkenning. Dit besef opent de deur naar de bevrijding van
angst die de vrede blokkeert. Het begin van genezing is ophouden met het
ontkennen van de ziekte. Daarom is een groot deel van de Cursus gewijd aan het
blootleggen van hoe het ego angst gebruikt als verdediging tegen de vrede van
God. Wanneer we hier niet langer bang voor zijn, zal deze niet langer als een
bedreiging worden waargenomen: “Wanneer we angst hebben overwonnen – niet
door die weg te stoppen, niet door die te bagatelliseren, en evenmin door de
volle draagwijdte ervan op enige wijze te ontkennen – is dit [vrede] wat
je werkelijk zult zien” (T12.II.9:5). |