|
V#1159:
Wat is precies de Heilige Drie-eenheid? Mijn vraag
gaat over de relatie van de ene Zoon, de ene Christus, tot de Heilige Geest. In
sommige passages lijkt Een cursus in
wonderen te suggereren dat ze een en dezelfde zijn. Maar als er in de Hemel
een Heilige Drie-eenheid bestaat, verwijst dit dan naar een concept van de
Heilige Geest waarbij Hij een rol of functie heeft die verschilt van die van de
Ene Zoon of Christus? Aangezien de Hemel non-dualistisch is, weet ik dat deze
termen niet meer dan concepten zijn om ons te helpen de niet-afgescheiden staat
te begrijpen. Toch zou ik baat hebben bij je uitleg van het onderscheid dat de
Cursus maakt tussen de Heilige Geest en
de Zoon of Christus, en wat hier daadwerkelijk mee wordt bedoeld als deel van
de Heilige Drie-eenheid. A: Strikt genomen is er
geen Drie-eenheid. In de Hemel is alleen God. “De eerste in de tijd betekent niets, maar de Eerste in de eeuwigheid
is God de Vader, die zowel Eerst als Een is. Buiten de Eerste is er geen ander,
want er is geen rangorde, geen tweede of derde, en niets anders dan de Eerste”
(T14.IV.1:7,8). Christus wordt gedefinieerd als “de uitbreiding van de Liefde en de lieflijkheid van God, zo volmaakt
als Zijn Schepper en in vrede met Hem” (T11.IV.7:5); maar, om een bekende
zin uit het Werkboek te citeren, “…nergens
eindigt de Vader en begint de Zoon als iets afzonderlijk van Hem”
(WdI.132.12:4). Christus is geen wezen apart van de Vader. De
Heilige Geest wordt in Een cursus in
wonderen metaforisch beschreven als Gods Antwoord op de afscheiding, maar er
staat geen gedetailleerde uitleg in over de oorsprong van de Heilige Geest. Enkele
beschrijvingen die gegeven worden luiden als volgt: “De Heilige Geest is het
enige deel van de Heilige Drie-eenheid met een symbolische functie… de Genezer,
de Trooster en de Gids” (T5.I.4:1,2). “De Heilige Geest is de
Christus-Denkgeest die zich bewust is van de kennis die voorbij de waarneming
ligt” (T5.I.5:1). “Hij maakt deel uit van de Heilige Drie-eenheid, want Zijn
Denkgeest is deels die van jou en ook deels die van God. Dit vraagt om een
verduidelijking, niet door een verklaring maar door ervaring” (T5.III.1:4,5). Het
lijkt daarom alsof er alleen van de Heilige Geest gesproken wordt in relatie
tot de afscheiding, waarvan we weten dat die illusoir is en nooit heeft
plaatsgevonden. Maar Jezus leert ook dat de Heilige Geest terugkeert “naar
de eeuwige vormloosheid van God” (VvT6.5:8), wanneer de droom van
afscheiding voorbij is. Als je probeert de hiaten
op te vullen en zelfs een theologie te formuleren, is het belangrijk om in
gedachten te houden hoe de Cursus taal gebruikt, en - daaraan gerelateerd - dat
het zijn intentie is om een correctie te bieden voor wat hij ziet als de
vergissingen van het traditionele Christendom. Zoals je waarschijnlijk al
gemerkt hebt in de antwoorden van deze Vraag- en antwoordservice, verwijzen we studenten
graag naar hoofdstuk 2 van Kenneth’s boek: Few
Choose to Listen (deel twee van The
Message of “A Course in Miracles”), waar je een uitgebreide uitleg vindt van
het gebruik van woorden en termen in de Cursus. Net zo belangrijk is - je
zinspeelt er zelf al op - dat we met geen mogelijkheid de Godheid of de Hemel
kunnen begrijpen, zolang we er nog voor kiezen om ons ervan afgescheiden te
houden, door te geloven dat we hier werkelijk bestaan als afzonderlijke individuen.
Een voorbeeld van de vele keren dat dit in de Cursus wordt onderkend: “Door middel van onze scheppingen breiden
wij onze liefde uit, en vermeerderen zo de vreugde van de Heilige Drie-eenheid.
Jij begrijpt dit niet, want jij die Gods eigen schat bent, beschouwt jezelf als
niet waardevol. Uitgaande van die overtuiging kun jij helemaal niets begrijpen…
De waarheid kan alleen worden ervaren. Ze kan niet worden beschreven en niet
worden uitgelegd. Ik kan jou van de voorwaarden die tot de waarheid leiden
bewust maken, maar de ervaring komt van God. Samen kunnen we aan de voorwaarden
ervoor voldoen, maar de waarheid zal uit zichzelf in jou dagen” (T8.VI.8:9-11;
9:8-11). |