|
V#1158: De Cursus en reïncarnatie. Wat is het
standpunt van Een cursus in wonderen over
reïncarnatie? Wordt dit beschouwd als een illusie? Wat gebeurt er wanneer je
sterft terwijl je nog niet volledig ‘losgebroken’ bent van de illusies en
verdedigingen, en dus nog niet een denkstaat hebt bereikt die de Hemel
weerspiegelt of in de Hemel kan blijven? A: De Cursus onderwijst
dat er geen leven buiten de Hemel is, en maakt er dan ook geen groot punt van
of reïncarnatie wel of niet het geval is: “Er
is geen leven buiten de Hemel. In elke toestand die losstaat van de Hemel is
leven een illusie. Op zijn best lijkt het op leven, op zijn slechts op de dood.
Toch zijn dat allebei oordelen over wat het leven niet is, even onjuist en even
zinledig” (T23.II.19:1-5). Gebaseerd op dit
basisprincipe van de Cursus, beantwoordt het Handboek de vraag van reïncarnatie
als volgt: “In uiteindelijke zin is
reïncarnatie onmogelijk. Er is geen verleden of toekomst, en het idee van
geboorte in een lichaam heeft geen betekenis, noch één keer, noch meerdere
keren. Reïncarnatie kan dan ook in geen enkele werkelijke zin waar zijn”
(H24.1:1-3). Het idee van reïncarnatie is dus een onderdeel van het
illusoire denksysteem van het ego. De denkgeest die voor de illusie kiest,
kiest er tevens voor zich te identificeren met een lichaam dat leeft en sterft,
eenmalig of vaker, dat doet er niet toe. Belangrijker om bij stil te staan is
de keuze van de denkgeest om liever in illusie te geloven dan in de waarheid.
Die keuze wordt buiten tijd en ruimte gemaakt. Deze keuze gaat vooraf aan de
geboorte van het lichaam en wordt niet beïnvloed door de dood ervan. Het
lichaam is de projectie van het geloof in afscheiding door de denkgeest. Dus is
het enige wat het lichaam ‘werkelijk’ maakt, is het gegeven dat de denkgeest
steeds maar in afscheiding blijft geloven. De denkgeest kiest voor het lichaam
als identiteit, en overtuigt zichzelf er vervolgens van
dat het lichaam onafhankelijk handelt, in een lineair proces van ‘losbreken’
dat uiteindelijk een uitwerking heeft op de denkgeest. Dat is onmogelijk. De
denkgeest verwart oorzaak en gevolg als een verdediging tegen zijn eigen macht
om de waarheid boven de illusie te verkiezen. De enige uitweg uit de
illusie van het dilemma van leven en dood is dat de denkgeest leert om de
pijnlijke gevolgen van zijn keuze te herkennen, die doorgaan totdat de
denkgeest ondubbelzinnig voor de waarheid kiest. Tot hij op die manier ontwaakt
uit de nachtmerrie van afscheiding. blijft de
denkgeest gewoon doorgaan met dromen. Hij droomt dat hij een lichaam is,
avonturen beleeft, sterft en opnieuw geboren wordt. Net zoals jouw slapende
lichaam in je bed blijft, of je nu een lange avontuurlijke, nachtelijke droom
droomt die van het ene land naar het andere springt, of een eenvoudige droom van
een blauwe kat, zo is het ook met de denkgeest die de droom van afscheiding
droomt. De denkgeest gaat niet buiten zichzelf. Aldus is de droom van de
denkgeest over het leven in een lichaam net zo min werkelijk als de nachtelijke
avonturen van de blauwe kat. Er gebeurt niets wanneer je sterft omdat er niets
gebeurt wanneer je leeft, zolang de ‘jij’ het lichaam is. Iedere keer dat de
denkgeest bereid is zichzelf te herkennen als oorzaak, verzwakt het zijn geloof
in het lichaam. Zolang het zich aangetrokken voelt tot de afscheidingsgedachte,
bevestigt het de ‘werkelijkheid’ van het lichaam, geboorte, dood en
wedergeboorte. Zolang de denkgeest doorgaat met dromen, blijft hij kiezen. Dat
is alles wat hij ooit doet en dat is alles wat er ooit gebeurt. Door de bereidheid
om de rampzalige gevolgen van zijn keuze voor afscheiding niet langer te
ontkennen, zal de denkgeest uiteindelijk tégen de afscheiding kiezen. Vergeving
blijft dan ook het enige pad dat leidt naar ontwaken en de beëindiging van de
cirkel van illusoire levens. Het is het alternatief voor reïncarnatie. Zie ook: V#24, V#91a, V#94, V#97, V#153, en V#291. |