|
V#1155: Kan
een glimp van de Hemel angst teweegbrengen? Mijn vraag
gaat over iets wat ik heb ervaren, wat een korte blik in de diepere betekenis
van Een cursus in wonderen leek te
zijn. Ik scheen de wereld vanaf een heel ander vlak te zien, met als essentie
dat ik mij bewust was van het feit dat niets in deze wereld iets betekent. Het
was allemaal niet meer dan een knipplaatje van bordkarton. Een hele
eigenaardige beschrijving die in mij opkwam, was dat er absoluut geen verschil
is tussen het plaatsen van mijn teen op de grond en de oorlog in Irak (of waar
dan ook). Alles, mijzelf inbegrepen, bestond uitsluitend door de speciaalheid
die eraan wordt toegekend. Het bewustzijn dat dit alles bespeurde lag niet in bed,
maar toch was ik het. Op de een of andere manier was ik in staat om heen en
weer te gaan tussen dit bewustzijn en de ‘ik’ die ik kende. Ik geloofde niet
langer in het leven dat ik kende en voelde een grote duisternis over me komen.
Er kwam geen alternatief inzicht in wat werkelijk was. Op dat moment nam ik een
bewuste beslissing om de kartonnen wereld te verkiezen die ik kende, omdat de
angst voor het onbekende overweldigend was. Ik had me altijd voorgesteld dat
een ervaring van deze omvang gepaard zou gaan met een groot gevoel van liefde
en vreugde, waarbij je wordt getoond wat jouw werkelijkheid is. Maar ik ervoer niets
van dat alles. Bestaat er een angst-blokkade waar we simpelweg doorheen moeten
gaan door te vertrouwen? En klinkt dit als een ervaring van ‘visie’ of waren
het slechts omzwervingen van het ego? A: Dit is het soort ervaring dat
besproken wordt in de paragraaf in het Tekstboek getiteld: “Licht in de
droom” (T18.III) (en ook op andere plaatsen). “Wanneer het licht
dichterbij komt zul je de duisternis insnellen omdat jij terugdeinst voor de
waarheid, waarbij je soms je toevlucht neemt tot lichtere vormen van angst, en
soms tot heviger paniek… Als je wist Wie er aan jouw zijde wandelt op de weg
die jij gekozen hebt, zou angst onmogelijk zijn. Je weet dat niet, want de reis
door de duisternis was lang en bar, en jij bent er diep ingegaan. Een lichte
knippering van je oogleden, die zolang gesloten zijn geweest, was nog niet
voldoende om jou vertrouwen te schenken in jezelf, zolang veracht. Jij bent
onderweg naar liefde terwijl je haar nog steeds haat, en vreselijk bang bent
voor haar oordeel over jou. En je beseft niet dat jij niet bang bent voor de
liefde, maar alleen voor wat jij van haar hebt gemaakt” (T18.III.2:1; 3:2-6). Het
proces van de Cursus is beslist zachtaardig, maar het kan toch tot een gevoel
van desoriëntatie leiden wanneer we een radicale omslag maken in ons perspectief
op de werkelijkheid. Jezus legt dit uit en stelt ons gerust: “Tijdens deze
overgang is er een periode van verwarring, waarin een gevoel van daadwerkelijke
desoriëntatie kan optreden. Vrees dit echter niet, want het betekent alleen dat
je bereid bent geweest je greep los te laten op het verwrongen referentiekader
dat jouw wereld bij elkaar leek te houden… Vrees niet dat je opeens zult worden
opgetild en de werkelijkheid in geslingerd. De tijd is mild, en als je hem ten
behoeve van de werkelijkheid benut zal hij bij jouw overgang zachtjes gelijke
tred met je houden” (T16.VI.7:4,5; 8:1,2). Het
bevragen van jouw werkelijkheid en die van de wereld is een noodzakelijke stap
in de richting van het totaal opgeven van het ego. Een deel van jou (het egodeel,
vanzelfsprekend) is hier doodsbang voor. “Toch”, zegt Jezus, “wordt
in dit leren verlossing geboren. En wat jij bent zal jou over Zichzelf
vertellen” (T31.V.17:8,9). Wanneer je op een rustige manier beseft dat je
hele bestaan in de wereld door jou (de keuzemaker in de denkgeest) werd vervaardigd
als een verdediging tegen de waarheid, dan begrijp je ook dat het ontmantelen
van deze machtige verdediging de overweldigende angst blootlegt die jou in
eerste aanleg motiveerde om hem op te bouwen. In dit stadium van het proces komen
we de meeste angst tegen, zonder de oorzaak ervan te beseffen. Dit wordt nogal aanschouwelijk
beschreven in de paragraaf: “De twee werelden” in Hoofdstuk 18 van het Tekstboek.
Daar spreekt Jezus over de bereidheid die nodig is: “ …de Heilige Geest door
schijnbare verschrikking heen te volgen, en erop [te vertrouwen] dat Hij je
niet in de steek laat en jou daar achterlaat. Want het is niet Zijn bedoeling –
maar alleen de jouwe – om jou angst aan te jagen. Jij komt ernstig in de
verleiding Hem in de buitenste kring van de angst in de steek te laten, maar
Hij wil je er veilig doorheen en ver aan voorbij leiden” (T18.IX.3:7,8). Jezus is zich dus bewust
van de angst en paniek in onze denkgeest, maar hij wil een troostende
aanwezigheid voor ons zijn terwijl we dit proces doorlopen, omdat hij weet dat
onze angst en paniek niet gerechtvaardigd zijn. Hij wil ons helpen datzelfde
besef te bereiken, maar dat houdt in dat wij geduldig en zachtmoedig met
onszelf moeten omgaan en onszelf net zoveel tijd gunnen als we nodig hebben om
de overgang te maken. Het scheelt enorm als we van het proces geen al te groot
probleem maken; tenslotte maken we alleen ongedaan wat illusoir is, en brengen we
slechts in ons bewustzijn terug wat daar thuishoort en wat natuurlijk is. Als
we aan dit proces beginnen is de angst voor verlies verschrikkelijk bedreigend,
maar het enige wat we ‘verliezen’ is onze schuld, woede, angst en haat. We zullen
vriendelijker worden, vergevingsgezinder, mededogender en vreedzamer. Dat is
niet iets om angstig voor te zijn, maar om te verwelkomen. En dat zullen we ook
doen, als we ons herinneren Wie er met ons meegaat. Nog een laatste punt. Terwijl
het – binnen de illusie – waar is dat er geen verschil is tussen je teen op de
grond zetten en de oorlog in Irak, is dat alleen waar als je samen met Jezus “boven
het slagveld” staat (van illusies, zie: T23.IV-vert).
Wanneer je dit onderscheid over het hoofd ziet, kan dat leiden tot het
ontkennen van je ervaringen in de wereld, waar verschillen moeten worden
gerespecteerd. Dit cruciale onderscheid is de basis van wat Jezus onderwijst in
werkboekles 187. Daar legt hij uit dat “…je
alleen geeft aan jezelf” en iedereen die dit werkelijk begrijpt “ …moet lachen om het idee van offers
brengen. Hij lacht eveneens om pijn en verlies, om ziekte en verdriet, om
armoede, honger en de dood. Hij ziet in dat offeren het ene idee blijft dat
achter dit alles staat, en in zijn milde lachen wordt alles genezen”
(WdI.187.6:1,2,4,5). Als je ze uit de context haalt waarin Jezus deze les
presenteert, dan kunnen zijn uitspraken wreed en ongevoelig klinken. Het is
daarom essentieel om te begrijpen dat zijn referentiepunt, evenals dat van jou tijdens
de ervaring die je had, de denkgeest is die - boven het slagveld - met zijn
denkgeest verbonden is. |