|
Ik ben 50 jaar en in de overgang. Ik ervaar allerlei
lichamelijke en hormonale veranderingen en mijn emoties zijn intenser dan ooit.
Ik ben al meerdere jaren student van Een
cursus in wonderen en ik had naar mijn gevoel een bepaald niveau van vrede
en begrip bereikt. Maar nu voel ik mij slachtoffer van mijn lichaam en
krankzinniger dan ooit. Is dit alleen maar een ander niveau van “het
ontwikkelen van vertrouwen” en gaat zelfs de overgang over schuld? A: Het antwoord op je vraag ligt in
het begrijpen van het lichaam en de rol die het speelt in het egodenksysteem.
Hoewel ons in het Werkboek herhaaldelijk wordt gezegd: “Ik ben niet een
lichaam” (WdI.84.1:4), is het een feit dat we wel degelijk geloven dat we
een lichaam zijn. We hebben allerlei aandoeningen of lichaamstoestanden zoals
de menopauze om dit te bewijzen. Het ego is duidelijk de auteur van dit geloof.
Het vertelt ons dat we op de een of andere manier, buiten onze schuld, in dit
lichaam terecht zijn gekomen en nu gedoemd zijn slachtoffer te worden van
allerlei kwalen, tot we uiteindelijk vervallen, sterven en ontbinden. Deze
boodschap van het ego is doelgericht. Het is zijn plan om ons ervan te
overtuigen dat het lichaam werkelijk is, en de denkgeest illusie: “Het ego
gebruikt het lichaam om samen te spannen tegen je denkgeest ... Het ego dat niet werkelijk is
probeert de denkgeest die wel werkelijk
is, ervan te overtuigen dat de denkgeest het leermiddel van het ego is; en
voorts, dat het lichaam meer werkelijkheid bezit dan de denkgeest” (T6.IV.5:1,3). Het ego heeft het lichaam eerst gebruikt om
de schuld voor de afscheiding van God te huisvesten. Daarom is schuld ingebouwd
in alle aspecten van hoe het lichaam functioneert, en dat geldt ook voor de
overgang. Vervolgens heeft het ego het lichaam zo geprogrammeerd dat het zorgt
voor een eindeloze reeks fysieke, emotionele en psychologische behoeften, die heel
succesvol dienen als afleiding en overtuigend bewijzen dat het lichaam echt is.
Het onvermijdelijke resultaat is dat we ons slachtoffer voelen en zelfs
aangevallen door het lichaam. Deze waanzin karakteriseert onze relatie met het
lichaam, maar alleen wanneer we ervoor gekozen hebben ons ermee te
identificeren. We identificeren ons ermee als we onszelf
als afgescheiden willen zien en geloof hechten aan de leugens van het ego over
wie we zijn. Als je steeds meer innerlijke vrede begon te ervaren, is het
begrijpelijk dat het ego in de overgang een prachtige gelegenheid ziet om
opnieuw toe te slaan. Dit is niets om je zorgen over te maken en zeker niet
iets om je schuldig over te voelen. En realiseer je daarbij dat het niet
behulpzaam is om de vervelende symptomen van de overgang te ontkennen en dat
het in orde is om passende en professionele ondersteuning te zoeken van een
arts of op een andere manier. Terwijl je op weg bent om je denkgeest te laten
genezen, kan het een troostrijke gedachte zijn dat de overgang eens voorbij gaat.
Er staat een prachtige passage in Het
lied van het gebed, die bijzonder van toepassing is
voor vrouwen in de overgang: “Het universum wacht op jouw verlossing, want
het is de zijne. Wees mild daarvoor en voor jezelf, en wees dan mild voor Mij.
Ik vraag niet meer dan dit: dat jij troost vindt en niet langer leeft in
doodsangst en in pijn. Wijs de Liefde niet af. Onthoud dit: wat je ook over
jezelf denkt, wat je ook over de wereld denkt, jouw Vader heeft jou nodig en
zal je roepen tot jij ten langen leste in vrede tot
hem komt” (L3.IV.10:3-7). De Cursus biedt een alternatief voor hoe het ego het
lichaam gebruikt en tevens een alternatief voor onze definitie van onszelf. En dit
heeft inderdaad te maken met ‘het ontwikkelen van vertrouwen’. Terwijl je
duidelijk de trucs van het ego ziet, kun je ervoor kiezen om anders naar de
overgang te kijken. Je kunt besluiten te geloven dat
wat de Cursus onderwijst waar is en dat je dit kunt vertrouwen. Alle overgangsklachten,
net als alle andere lichamelijke toestanden, kunnen gebruikt worden als een
kans om een vraagteken te zetten bij de interpretatie die het ego hiervan geeft.
Je proces om met de overgang om te gaan houdt in dat je je tot de denkgeest wendt
voor ware genezing. Je observeert alle gedachten die opkomen,
zoals die welke je noemt in je vraag, en geeft ze aan de Heilige Geest zodat
Hij ze opnieuw kan interpreteren: “Zoals
altijd neemt de Heilige Geest wat jij gemaakt hebt en zet het om in een
leermiddel. En eveneens zoals altijd geeft Hij aan wat het ego als argument voor de afscheiding gebruikt de nieuwe
interpretatie van een bewijs ertegen. Als de denkgeest wel het lichaam, maar
het lichaam niet de denkgeest kan genezen, moet de
denkgeest wel sterker zijn dan het lichaam. Ieder wonder toont dit aan”
(T6.V.A.2:4-7) |