|
V#1146: Zijn lucide dromen behulpzaam bij het bestuderen van
de Cursus? Dit gaat
over lucide dromen, de vaardigheid om terwijl je droomt je ervan bewust te zijn
dat alles wat gebeurt slechts een droom is. Je kunt dan je droom besturen; de
droom bestuurt jou niet meer. Ik heb dit fenomeen ervaren en geleerd om het
naar believen tot stand te brengen. Hoe kan dit soort dromen me helpen met Een cursus in wonderen en het doel van
de Heilige Geest? A: Het kan zeer behulpzaam zijn. Het
is een hoofddoel van Jezus’ trainingsprogramma om ons te helpen lucide dromers
te worden, wat betekent dat we ons ervan bewust worden dat wat ons als
werkelijkheid toeschijnt, niet werkelijk is – we dromen slechts van onszelf als
individuen in een fysieke wereld: “Jij bent thuis in God en droomt van
ballingschap, maar je bent volmaakt in staat te ontwaken tot de werkelijkheid”
(T10.I.2:1). Jezus verwijst niet naar onze nachtelijke dromen, maar naar onze
ervaringen in het dagelijkse leven. Toch zegt hij ook dat er geen inhoudelijk
verschil is tussen een waakdroom en een slaapdroom: “Al jouw tijd wordt
doorgebracht met dromen. Je slaapdromen en je waakdromen hebben verschillende
vormen, meer niet. Hun inhoud is dezelfde. Ze vormen jouw protest tegen de
werkelijkheid, en jouw waanzinnige idee-fixe dat je die kunt veranderen”
(T18.II.5:12-15). Als lucide dromer kun je waarschijnlijk
de besprekingen van Jezus over dromen goed begrijpen. Het is een belangrijk
thema in de Cursus, maar er zijn een paar paragrafen die zich specifiek op de
aard en het doel van de droom concentreren: vier paragrafen in Hoofdstuk 18: I, II, III, IV en twee in Hoofdstuk 27:
VII, VIII. Doel is het sleutelwoord, en daar draait ons werk om als student. Houden
we in ons leven het egodoel in ere of het doel van de Heilige Geest? Het ego
wil ons slapende houden en ervoor zorgen dat we blijven dromen, zonder dat we
ons ooit realiseren dat ons leven dáárop neerkomt. De Heilige Geest wil dat we ons
ervan bewust zijn dat we alleen maar dromen dat we afgescheiden zijn, maar dat
dat niet de werkelijkheid is. Zo zegt Jezus over het wonder: “Het wonder doet je niet ontwaken, maar laat
jou alleen zien wie de dromer is… Het wonder stelt vast dat je een droom droomt
waarvan de inhoud niet waar is” (T28.II.4:2;7:1). We kunnen beginnen met het
proces van ontwaken door het doel van de Heilige Geest te aanvaarden: leren inzien
dat we allemaal eenzelfde belang hebben – dat we allemaal pijn lijden omdat we
ons liefdevolle thuis in de Hemel hebben verlaten en dat we allemaal verschrikkelijk
hopen dat er een weg terug is die geen eeuwige straf behelst. De Heilige Geest
vertegenwoordigt aldus het Verzoeningsprincipe, de vervulling van onze hoop dat
wat ons wacht alleen liefde is, want we zijn nooit echt weggegaan. Dit is de
droom waar Jezus naar verwijst, die voorafgaat aan ons uiteindelijke ontwaken, “een vriendelijker droom waarin zijn lijden
is genezen en zijn broeder zijn vriend is” (T27.VII.13:4). |