|
V#114
Hoe kan ik ‘niets doen’ als iemand lijdt? Ik heb twee vragen
over ware inleving en valse inleving. Ik geloof dat ik begrijp hoe de Cursus
het verschil hiertussen beschrijft, maar wat ik niet begrijp is hoe je
liefdevol, meelevend en vriendelijk naar je broeder kunt zijn, zonder in de
valkuil van het ego te trappen. De tweede vraag is dat, naar ik begrijp, Jezus
zegt ‘niets te doen’ als een broeder ziek is of zijn baan of geliefde verliest.
Dat vind ik moeilijk. Als ik wel iets zeg of doe, verbind ik mij met het ego.
Hoe kan ik hier anders naar kijken? A: Ware inleving komt
voort uit de juist gerichte denkgeest, wat betekent dat je je met Jezus of de
Heilige Geest verbonden hebt. Op dat ogenblik ben je voorbij het ego en zal
alles wat je doet liefdevol zijn. Je kunt niet in de valkuil van het ego
trappen wanneer je één bent met de liefde van Jezus in een heilig ogenblik,
omdat deze verbinding de beslissing tégen het ego is. Deze twee denkstaten
sluiten elkaar uit. Natuurlijk schieten we meestal meteen weer terug in onze
onjuist gerichte denkgeest en in de valkuil van het ego door de dwaling tot
werkelijkheid te maken. Wanneer Jezus zegt dat we niets hoeven doen, bedoelt hij
dat we niets op eigen houtje moeten doen. Het betekent niet dat hij passiviteit
aanbeveelt. Hij onderwijst dat we vrijwel zeker in de valkuil van het ego
zullen trappen, als we geen hulp vragen aan hem of de Heilige Geest. Met onze
onjuist gerichte waarneming zullen we de ander immers als een ongelukkig
slachtoffer zien. We denken dat het vriendelijk en liefdevol is om een helpende
hand toe te steken en het probleem op te lossen, zodat de ander zich beter gaat
voelen. In die waarneming hebben we het zicht op de waarheid over onze broeder
en onszelf totaal verloren. We zijn dan in de valkuil van het
ego getrapt door onze broeder niet als een denkgeest te zien, wat betekent dat
we hem noch onszelf zien als denkgeesten die gekozen hebben om onze ware
Identiteit als Christus af te wijzen en vervolgens de verantwoordelijkheid voor
die keuze te projecteren. Waarneming vanuit de onjuist gerichte
denkgeest ziet altijd slachtoffers en daders, in plaats van denkgeesten die de
macht hebben om verkeerde keuzen ongedaan te maken en de liefde, die eerder was
weggeduwd, opnieuw in het bewustzijn te aanvaarden. Als ik jou op die manier
waarneem kan ik niet werkelijk behulpzaam zijn, zelfs niet als ik voor de
uiterlijke situatie een oplossing vind en ervoor zorg dat jij je beter voelt.
Feitelijk heb ik jou en mezelf dan aangevallen, doordat ik de boodschap geef
dat ik iets heb wat jij niet hebt en dat jij hulpeloos bent. Ik
heb ons als afgescheiden van elkaar gezien en me ingeleefd in jouw
zwakte. En daarmee bevestig ik hoe het ego jou ziet, in plaats van hoe Jezus
jou ziet. De correctie van deze
foutieve waarneming komt wanneer we hulp vragen om met de ogen van Jezus te
kijken of om de waarneming van de Heilige Geest te delen. Zo brengen we onze
waarneming van slachtofferschap naar Jezus of de Heilige Geest, want als ik jou
als slachtoffer zie ben ik degene die genezing nodig heeft. Mijn eigen
waarneming moet worden gecorrigeerd voordat ik behulpzaam kan zijn. Nu hebben
we het niet over wat de ogen van mijn lichaam zien. Objectief bekeken kan het
zijn dat jij je baan of een geliefde verloren hebt, maar de conclusie dat je
dan ook een slachtoffer bent is een interpretatie. Dat is waar mijn vergissing
zit. Wanneer ik jou eenmaal als slachtoffer zie, impliceert dat dat er ook een
dader is en dat jij niet verantwoordelijk bent voor jouw toestand. Dat is de
egovalkuil waar ik dan in trap. Zogauw ik mij ervan bewust word dat ik jou als
slachtoffer zie, moet ik meteen een time-out nemen om hulp te vragen om de
situatie anders te zien. Dan kan ik hulp vragen om mijn inleving te richten op
de kracht van Christus in jou, in plaats van op de zwakte van het ego in jou.
Als ik die omslag maak van mijn onjuist gerichte denkgeest naar mijn juist
gerichte denkgeest, word ik automatisch geleid om datgene te doen wat het meest
liefdevol is in die omstandigheden. Dat kan betekenen dat ik wel of niet iets
doe, of wel of niet iets zeg. Wat het meest behulpzaam is zal vanzelf gebeuren,
zonder dat ik erover hoef na te denken en zonder investering in een bepaalde
uitkomst. |