|
V#1138: Is
het lijden van anderen echt of bestaat het alleen in mijn denkgeest? Al een
tijdje vraag ik me het volgende af met betrekking tot de metafysica van Een cursus in wonderen: hoe echt is het
lijden van andere mensen? Zijn er buiten mij mensen met hun eigen waarneming
van lijden (verdriet, pijn enz.) of bestaan deze waarnemingen ‘alleen maar’ in
mijn denkgeest? Concreter gezegd: het houdt me bezig als ik zie dat andere
mensen – bijv. mijn ex-vrouw – allerlei problemen hebben (natuurlijk weet ik
dat ik op een praktisch niveau altijd moet helpen voor zover in mijn vermogen
ligt). Maar zijn dat, bekeken vanuit een metafysisch kader, dan ‘slechts’
waarnemingen van lijden in mijn denkgeest en niet van ‘werkelijk lijden buiten
mij’ in die andere mensen? A: Ja, lijden bestaat niet werkelijk ‘buiten’ ons, omdat
niets echt buiten ons is. Alles wat in de droom van afscheiding wordt
waargenomen, is een weerspiegeling van de keuze van de denkgeest om te
luisteren naar het ego of naar de Heilige Geest. Een cursus in wonderen onderwijst dat alle lijden wordt
veroorzaakt door het geloof dat de eenheid die God deelt met Zijn Zoon kan
worden verbrijzelt door de droom van
afscheiding. Afgescheiden zijn is lijden, dus iedereen die in afscheiding
gelooft lijdt, of het lijden nu wel of niet als zodanig in vorm verschijnt.
Zelfs de ‘vreugde’ van het ego is een camouflage voor het lijden, een misleidende
truc om de denkgeest ervan te weerhouden zich de pijnlijke impact te realiseren
van het voortdurende geloof in de illusie van afscheiding. Vóór alles moeten we
daarom in gedachten houden, dat alle afgescheidenen lijden aan de verwoestende
gevolgen van het geloof dat de denkgeest van het Zoonschap, door God als één
met Hem geschapen, ingeperkt kan worden in een leven in een lichaam, in een
stoffelijk universum gevuld met pijn. De ups en downs van het leven, lief en
leed, zijn onderdeel van het gemene spelletje van het ego om de pijnlijke
gevolgen van het aanvaarden van zijn gedachtesysteem buiten ons bewustzijn te
houden. Daarom is een belangrijk deel van het leerproces van de Cursus om voeling
te krijgen met de ellende die ten grondslag ligt aan de ervaring van leven in
een lichaam. Wat dit betreft neemt Jezus geen blad voor de mond: “Jij die je met huid en haar hebt
overgeleverd aan ellende [afscheiding],
dient eerst in te zien dat je ellendig
en niet gelukkig bent. Zonder dit contrast kan de Heilige Geest niet
onderwijzen, want jij gelooft dat ellende [afscheiding] geluk is” (T14.II.1:2,3). Dus kunnen we wel ophouden
met al onze inspanningen om ‘geluk’ te vinden in deze wereld als lichamen. De
beslissing van de denkgeest om afgescheiden te zijn en zich met een lichaam te
identificeren is een pijnlijke vervorming van de waarheid; een leugen die
alleen tot pijn kan leiden. Daarin ligt de bron van alle lijden, inclusief de verontrusting
die ogenschijnlijk wordt veroorzaakt door het waarnemen van pijn bij iemand
anders. Je hebt dus gelijk; wanneer je van streek bent door de pijn van iemand
anders, dan weerspiegelt dat je eigen pijn. Dit betekent niet dat je
onverschillig moet zijn voor de pijn van anderen. Ware inleving, zoals de
Cursus onderwijst, begint met het besef dat van streek zijn door de pijn van
een ander betekent dat je zelf net zoveel pijn hebt als die andere persoon. Beiden
heb je dezelfde vergissing begaan (de keuze je te identificeren met het ego) en
beiden heb je een denkgeest die anders kan kiezen. Door op deze manier te
denken identificeer je de ware bron van pijn en kan de denkgeest zich openen
voor ware genezing. Tegelijkertijd is het wenselijk om op het niveau van de
vorm alles te doen wat behulpzaam is om jezelf of een ander te ondersteunen. Het
uiteindelijke doel van de Cursus is om ons te leiden naar de bevrijding van
alle pijn en lijden doordat we ontwaken uit de droom van afscheiding. Dit wordt
bereikt als schuld ongedaan wordt gemaakt door het proces van vergeving. Als het
geloof in illusies zwakker wordt, neemt de schuld af, en daardoor wordt de pijn
minder. Elk moment van vergeving zorgt ervoor dat de genezing van de denkgeest -
van het geloof in afscheiding - in gang wordt gezet. De meest meedogende reactie
op lijden van jezelf of anderen is dan ook de bereidheid om de genezende werking
van vergeving toe te laten en je waarneming te laten transformeren: “Een
stervende wereld vraagt alleen dat jij je een ogenblik rust gunt van de aanval
op jezelf, zodat ze kan worden genezen” (T27.V.5:5). |