|
V#1125:
Gaan ‘mediums’ samen met het denksysteem van de Cursus? Wat
onderwijst Een cursus in wonderen over
geestelijke verbale communicatie via mediums? Wie spreekt tot ons in deze vorm
van communicatie? In het Kardec Centrum in Brazilië ‘ontvangen’ mensen boodschappen
die, zo zeggen ze, doorgegeven worden door ‘geesten’ die zichzelf bekend maken
met hun echte naam, of een naam die ze aannemen. Er zijn in Brazilië heel veel
boeken gepubliceerd over wat ze te zeggen hebben. Ik ben geen Kardecist en ben
dat nooit geweest, maar Kardec en zijn boeken zijn in de hele wereld bekend. A: Aangezien we allemaal
slechts afgesplitste delen zijn van het ene ego-zelf, spreken we altijd
uitsluitend tot onszelf, ongeacht wie er lijkt te spreken. En omdat dit zelf
illusoir is, zijn alle gesprekken, of ze nu lijken plaats te vinden met andere
lichamen of met stemmen zonder lichaam, simpelweg hallucinaties. Maar hoewel
dit antwoord de waarheid is, is het niet erg bevredigend vanuit het perspectief
van waar we lijken te zijn. De Cursus stelt de kwestie
van mediumschap niet specifiek aan de orde, maar het bestaan van het boek zou
op zichzelf al beschouwd moeten worden als ondersteuning voor de geldigheid en
behulpzaamheid van het proces. Immers Helen Schucman zag Jezus, en niet
zichzelf, als de bron van het materiaal dat ze opschreef. Maar ze begreep ook
dat Jezus niet bestond als een entiteit buiten haarzelf, maar als een
aanwezigheid in haar denkgeest die altijd voor haar beschikbaar was, of zij nu
wel of niet voor hém beschikbaar wilde zijn! Een punt ter
verduidelijking: de Cursus gebruikt het woord geest anders dan we gewend zijn, en zoals het gebruikt wordt in het
mediumschap dat Kardec onderzocht in de negentiende eeuw. In de Cursus verwijst
het woord ‘geest’ naar onze werkelijkheid als Christus in de Denkgeest van God,
voorbij de gespleten denkgeest van het ego en voorbij alle betekenissen van
individuele identiteit (T3.V.7:3,4;
VvT1:1-4). De Cursus leert dat de denkgeest nooit in het lichaam is (bijv.T28.II.2:8; T29.I.5; WdI.96.4:4; WdI.167.6;
WdI.199.7:2). Dat houdt in dat het woord ‘geest’ zoals het gewoonlijk wordt
gebruikt, vanuit het perspectief van de Cursus betekent: ieder ogenschijnlijk afgescheiden
fragment van de ego-denkgeest, of het nu wel of niet gelooft dat het momenteel
geïncarneerd is in een lichaam. En dus vindt alle communicatie alleen tussen
denkgeesten plaats, en niet tussen lichamen, hoewel onze ervaring het tegenovergestelde
lijkt te zeggen (zie V#1122 voor een
meer diepgaande bespreking). Als dit begrepen is, wordt
duidelijk dat het feit dat een boodschap van een stem zonder lichaam lijkt te
komen, op geen enkele manier garandeert dat de boodschap een hoger of meer
genezen perspectief weerspiegelt. En tegelijkertijd sluit identificatie met een
fysiek lichaam niet noodzakelijkerwijs uit dat er sprake is van een
vergevorderd begrip van de ware aard van de werkelijkheid en de middelen om zich
die te herinneren. Het is behulpzaam om in te zien dat, op het niveau van
inhoud, er slechts twee mogelijke bronnen zijn voor elke boodschap die we
ontvangen – het ego of de Heilige Geest – ongeacht waar die in de wereld van
vorm vandaan lijkt te komen. Vanuit het perspectief van de Cursus is het zo dat
wanneer erg de nadruk wordt gelegd op specifieke zaken en verschillen, dat een
waarschuwingssignaal is dat het ego waarschijnlijk de bron is, of op zijn minst
een filter die de boodschap kleurt en vervormt. Van boodschappen die ons helpen
herinneren ons los te maken van onze eigen oordelen, en ons laten zien wat we
samen delen, is het aannemelijk dat ze de Heilige Geest als Bron hebben. In het laatste deel van de
Cursus spreekt Jezus over de ene bron achter alle boodschappen van genezing,
ongeacht de verschillende vormen waardoor ze schijnbaar worden uitgedrukt. En hij
verklaart ook waarom we het nodig hebben het medium of hulpmiddel als specifiek
te ervaren: “Waarom is de illusie dat er velen zijn
noodzakelijk? Alleen omdat de werkelijkheid voor hen die in waan verkeren niet
te begrijpen is. Slechts zeer weinigen kunnen Gods Stem überhaupt horen, en
zelfs zij kunnen Zijn boodschappen niet rechtsreeks communiceren via de Geest,
die ze gegeven heeft. Ze hebben een hulpmiddel [Engels: medium] nodig
waardoor communicatie mogelijk wordt met degenen die niet beseffen dat ze geest
zijn. Een lichaam kunnen ze zien. Een stem verstaan ze en daarnaar luisteren
ze, zonder de angst waarop de waarheid in hen zou stuiten. Vergeet niet dat de
waarheid alleen daar kan komen waar ze zonder angst verwelkomd wordt. Daarom
hebben Gods leraren een lichaam nodig, want hun eenheid kan niet rechtstreeks
worden herkend” (H12.3). Een behulpzaam perspectief
bij de hele kwestie van mediumschap en channelen is dat we allemaal medium zijn
en voortdurend channelen – we dienen óf als kanaal voor het ego óf voor de
Heilige Geest. Daardoor worden verschillen geminimaliseerd en het gevoel van
speciaalheid, dat het ego graag aan het proces wil toekennen, opgeheven. Hier
wordt verder op ingegaan in de audio-tapes
The Inner Voice*, door Kenneth Wapnick. *Deze audio-tapes van
Kenneth Wapnick zijn te bestellen via de stichting Miracles In Contact:
www.miraclesincontact.nl |