|
V#1124: Hoe
kan ik een aanval zien met de ogen van de Heilige Geest? Ik heb je
horen zeggen dat het belangrijk is om trouw te zijn aan het klaslokaal dat we
voor onszelf hebben gekozen. Ik begrijp dat dit betekent dat we relaties die we
aanvankelijk kozen om ons schuldig en verward te laten voelen, nu kunnen gebruiken
voor het doel van de Heilige Geest: vergeving. We hoeven alleen maar in deze
rol ons best te doen. Maar in V#225
en V#405 zeg je dat als we ons ego
een ogenblik kunnen loslaten, alles wat we met de Heilige Geest doen het juiste
zal zijn. Dat begrijp ik niet. Bijvoorbeeld: wanneer ik me door iemand laat
aanvallen, bedoel je dan dat het misplaatst is en ik geen verantwoordelijkheid
neem voor het klaslokaal dat ik gekozen heb? Maar aan de andere kant, als ik
die persoon toesta mij aan te vallen, moet ik het dan toelaten, zolang ik maar de
Heilige Geest als Leraar heb gekozen? In V#3
zeg je dat het belangrijk is om in ons klaslokaal ons uiterste best te doen;
toch zeg je ook dat het uiteindelijk niets uitmaakt wat je doet. Het enige wat
telt is met wie je het doet. Dat klinkt als eerst zeggen dat iets belangrijk is
en dan zeggen dat het niet zo is. Ik vind het een geruststelling te weten dat
ongeacht wat je doet, het de juiste keuze is zolang je voor de Heilige Geest
kiest en tegen schuld. Wat is nu het juiste antwoord? A: Jouw verwarring komt
veel voor bij studenten van Een cursus in
wonderen. De betekenis van het principe dat, wanneer je verbonden bent met
de Heilige Geest, alles wat je doet liefdevol is, wordt niet goed begrepen en verkeerd
toegepast. Vaak met tragische gevolgen, zoals beschreven in de eerdere vragen
waarnaar je verwijst. Wanneer de Heilige Geest je Leraar is, dan is jouw
waarneming dezelfde als die van Hem. Dat betekent dat je alleen door de ogen
van liefde kijkt, en dat je gedrag voortvloeit uit liefde. Dat betekent
automatisch dat je nooit iets zou doen dat jouzelf of iemand anders schade
berokkent op welk niveau dan ook. Jezelf toestaan
aangevallen te worden, betekent ervoor kiezen
om aangevallen te worden. Het is moeilijk voor te stellen dat die keuze uit
liefde voortvloeit, omdat zowel jij als de aanvaller worden geschaad. In
extreme gevallen zou de keuze uit liefde kunnen voortkomen, maar het zou dan niet
ervaren worden als een aanval. Hiernaar
verwijst Jezus als hij spreekt over de kruisiging: “Wil je misschien bedenken dat ik naar het oordeel van de wereld werd
vervolgd, en deze beoordeling zelf niet deelde. En omdat ik die niet deelde,
heb ik die niet versterkt” (T6.I.5:3,4). Hij probeert ons te verheffen tot dit
spiritueel vergevorderde niveau, door
middel van zijn onderwijs en de oefeningen voor het trainen van de denkgeest.
Maar dat is een ego-vrij niveau aan de top van de spirituele ladder, waar er geen
enkele identificatie met het lichaam meer is. Totdat we ons niet meer met het
lichaam identificeren, is het haast onmogelijk te vermijden aanvallen
persoonlijk op te vatten: als aanvallen. Om dit beter te kunnen
begrijpen zou je het kunnen vergelijken met de alledaagse ervaring van ouders
die omgaan met de aanval van een boos kind. Als mijn kind een driftbui heeft en
mij begint te schoppen en te krabben, zou ik hem tegenhouden, omdat het niet
liefdevol voor hem is om hem door te
laten gaan met aanvallen. Ik zou als ouder onverantwoordelijk zijn als ik hem
zou toestaan mij alles aan te doen wat hij maar wil. Als ik de Heilige Geest
heb gekozen als mijn Leraar, zal ik het gedrag van mijn kind niet waarnemen als
een aanval en het dus niet persoonlijk opvatten. Dat ik hem in bedwang houd zal
dus niet ingegeven zijn door woede, angst of wraakzucht. Mijn vastberaden houding
tegenover hem is het meest liefdevolle voor ons beiden, en weerspiegelt mijn keuze om me te verbinden met de
Heilige Geest. Nu zou ik gekozen kunnen
hebben om een ouder te worden om ego-redenen, maar als ik het ego verruil voor de
Heilige Geest als mijn Leraar, zal Hij precies dezelfde rol gebruiken om mij andere
lessen te onderwijzen. In plaats van het geschenk van speciaalheid van het ego,
waartoe ik me misschien aanvankelijk voelde aangetrokken, kan ik nu het
geschenk van eenheid van de Heilige Geest aanvaarden. Dat betekent dat het mijn
doel nu is mijn rol als ouder te gebruiken om te leren dat mijn kind en ik
dezelfde belangen delen. We hebben beiden een juist gerichte denkgeest, een
onjuist gerichte denkgeest, en een keuzemakend vermogen om hiertussen te
kiezen. Zowel mijn kind als ik (als denkgeesten) geloven we dat we ons van God
afgescheiden hebben en proberen het hoofd te bieden aan de daaruit voortkomende
kwelling en pijn van zonde, schuld en angst. Dat is de constante inhoud. In
vorm zijn we overduidelijk verschillend, en dat moet ik respecteren en
overeenkomstig hiernaar handelen. Dus zelfs wanneer ik gehoorzaamheid afdwing,
kan ik tegelijkertijd leren dat mijn kind en ik dezelfde belangen delen
(inhoud). Ik ben trouw aan mijn klaslokaal – het ouderschap – maar ik ben van
leraar veranderd en leer daarom andere lessen. Je kunt deze principes
uitbreiden naar de relatie van leraar-student, baas-ondergeschikte, of iedere
andere relatie waarin autoriteit een rol speelt. Opvoeden is niet eenvoudig.
Iedereen zal het daarover eens zijn, vooral ouders van tegendraadse tieners!
Maar de benadering is altijd dezelfde: je relatie als een klaslokaal zien met
de Heilige Geest als je Leraar Die je helpt bij het leren dichten van de kloof
van afscheiding die je waarneemt tussen jou en je puberzoon of - dochter. Dat
is de inhoud en die verandert nooit; en dat is het enige belangrijke in de
relatie – in iedere relatie. Het gedrag
is niet van primair belang, maar gedrag moet ook niet genegeerd worden. Gezond
verstand is een noodzakelijke component in het hele proces. De ervaring van de meeste
ouders is dat het helemaal niet zo duidelijk is wat het meest liefdevolle en zinvolle
is om te doen met een tiener. Op zo’n
moment gaat het erom dat je je ego uit de weg haalt – door jezelf te vergeven
dat je het niet perfect doet (T18.IV.2:3-5)
– en vervolgens doet wat goed lijkt. Misschien blijkt dat niet zinvol te zijn en de situatie nog erger
te maken, of het kan juist heel nuttig blijken te zijn. Maar dat is niet waar
het om gaat; waar het om gaat is dat je ervoor koos te luisteren naar de Stem van
Liefde in plaats naar die van het ego. Dat geneest je denkgeest en neemt geleidelijk
alle verstoringen en weerstanden tegen jouw onvoorwaardelijke aanvaarding van
liefde weg. Jouw denkgeest wordt genezen en die genezing breidt zich uit in het
gehele Zoonschap (WdI.137). Er is
geen andere reden waarom we hier zijn (T24.VI.4).
Dit als enige doel in gedachten houden zal je daadwerkelijk helpen effectiever
te functioneren in je klaslokaal, welke dat ook mag zijn. Want je zult meer en
meer vrij worden van innerlijke conflicten, met als resultaat dat je in staat
bent met de mensen in je persoonlijke wereld om te gaan zonder de gebruikelijke
egoverstoringen. |