|
V#1120:
Waarom moet het loslaten van schuld gevolgd worden door een “terugtrekken in
angst”? Jezus zegt
in Psychotherapie: Doel, proces en
praktijk dat het proces van het opgeven van onze schuld niet doorlopen kan
worden “zonder enige pijn” en dat de genaderijke aard van dit loslaten gevolgd
kan worden door een “diep terugtrekken in angst, enz.” Recentelijk heb ik een
grote hobbel genomen op mijn pad en werk met de Cursus en beslist ervaren wat
Jezus in deze passages beschrijft. Maar waarom moeten we hier doorheen? Is er
een manier om dit pijnlijke proces te omzeilen? Door de heilige ogenblikken die
ik bereik ben ik gemotiveerd om door te gaan, maar ik ben bang voor het proces,
hoewel ik verstandelijk weet dat het zal werken. Is er een manier om dit hele
proces te omzeilen? Ik weet niet hoeveel ik nog aankan. Kan ik geen deal
sluiten met mijn ego om me met rust te laten? A: Het sluiten van een
deal met het ego heeft ons, om te beginnen, juist in de problemen gebracht.
Bovendien werkte het niet. Het ego zei ons dat het ons met rust zou laten zolang
we maar weg zouden blijven uit de denkgeest en naar vrede en geluk zoeken in
zijn beloofde land: de wereld. Volgens dit plan zou het lichaam aan al onze
behoeften voldoen. Het blijkt echter dat deze overeenkomst met het ego niet
alleen de schuld veroorzaakte, maar ook het pijnlijke proces om die los te
laten. De enige uitweg is van alle deals af te zien en te besluiten vast
te houden aan het alternatief dat Jezus in Een
cursus in wonderen onderwijst: vergeving. Wat
het proces van vergeving zo pijnlijk maakt is weerstand. In feite kunnen we de woorden
die je citeert uit Psychotherapie als
volgt herformuleren: het opgeven van schuld kan niet gedaan worden “zonder
enige weerstand”, wat nog zwak is uitgedrukt. Aangezien het lichaam
het thuis van schuld is, vindt de denkgeest die zich met het lichaam identificeert,
het uitermate pijnlijk om de schuld ongedaan te maken, omdat hij denkt dat hijzelf ongedaan zal worden gemaakt. De
toepassing van vergeving berust op het feit dat de denkgeest, en niet het
lichaam, de keuzemaker is. En zoals Jezus ons in het Handboek voor leraren
zegt: “De weerstand om dit te erkennen is enorm [en daarom pijnlijk],
omdat het bestaan van de wereld zoals jij die waarneemt, afhangt van het
lichaam als keuzemaker” (H5.II.1:7) Het is duidelijk dat we pijn/weerstand
niet kunnen voorkomen, aangezien de bron ervan de denkgeest is die blijft
kiezen zich te identificeren met de koppelverkoop van het ego: lichaam en
schuld. Voor het geval dat nog niet genoeg is, geeft het ego nog een andere valstrik
op de koop toe door ons te vertellen dat kiezen voor God beangstigend is en ons
op de een of andere manier pijn zal doen. De denkgeest staat nu tussen twee
vuren in, en dit dilemma doet hem onvermijdelijk duizelen, net zoals bij het
lichaam-identiteit-dilemma dat beschreven wordt in het Tekstboek (T4.V.4). De pijn en verwarring van de
egovalstrik werken prima om zijn doel te bereiken: doen voorkomen alsof de
Verzoening onbereikbaar is. Missie volbracht. Het vriendelijke en zachtaardige
advies dat Jezus ons met betrekking tot weerstand geeft in “Regels voor beslissingen”,
geldt voor alle weerstand: “Vecht niet
tegen jezelf” (T30.I.1:7). Proberen het ego uit te hongeren of op afstand
te houden werkt niet, omdat het is binnengenood en nu doet alsof het thuis is.
In feite denkt het dat het nu de baas in huis is. En de denkgeest die vergeten
is dat het in eerste instantie zijn eigen beslissing was om deze vreemdeling
binnen te laten, heeft zichzelf onderworpen aan zijn heerschappij. Om de
waanzin van deze regeling nog te verergeren, beslist de denkgeest dat alles wat
de heerschappij van het ego bedreigt pijnlijk is, terwijl geluk wordt gevonden
in de bescherming van de mythe van het ego van zonde, schuld en angst door middel
van speciaalheid. Aldus beetgenomen door de “pijnlijke genoegens en… droevige geneugten” (W131.7:1) van de
wereld, weten we niet langer wat goed voor ons is en zijn we volledig in
verwarring over vreugde en pijn. Echte bevrijding is alleen te vinden wanneer
de denkgeest een nieuwe overeenkomst met zichzelf
sluit door de aanvaarding van zijn identiteit als denkgeest met de macht om
te kiezen: “Hij alleen beslist of wat
gezien wordt werkelijk is of illusoir, wenselijk of onwenselijk, aangenaam of
pijnlijk” (H8.3:11). Geen enkele andere deal zal werken. De definitieve uitweg
is om de uiterst eenvoudige en directe kernboodschap van de Cursus te
aanvaarden: “Het geheim van de
verlossing is slechts dit: dat jij dit jezelf aandoet… Wat ook de oorzaak lijkt
van enig leed of lijden dat je voelt, dit is nog steeds waar” (T27.VIII.10:1,4).
Het ‘geheim’ ligt in het inzicht dat we ieder moment kiezen tussen het ego en z’n
pijn, of de Heilige Geest en Zijn vrede. Dit bederft het plan van het ego om ons
weg te houden uit de denkgeest, door ons terug te voeren naar de bron, waardoor
pijn verminderd wordt en de Verzoening, die uiteindelijk alle pijn zal
beëindigen, binnen ons bereik komt. |