|
V#1114: Wat is
de betekenis van ”Ideeën verlaten hun bron niet”? Kun je alsjeblieft uitleggen
wat bedoeld wordt met: “Ideeën verlaten
hun bron niet” (T26.VII.4:7). In de Cursus staat vaak dat we onszelf en
onze wereld schiepen, maar we lezen even vaak dat God ons schiep. A: “Ideeën verlaten hun bron
niet”(T.26.VII.4:7) is de hoeksteen van het onderwijs van de Cursus. Hierop
berust elk ander principe van zijn denksysteem. Deze meest fundamentele wet
over de aard van de denkgeest betekent dat niets bestaat buiten de Denkgeest
van God, en daarom is de afscheiding onmogelijk. Op gelijke wijze bestaat niets
buiten de denkgeest van het Zoonschap, en daarom is de wereld een illusie. De
wereld en het lichaam zijn projecties van de denkgeest; in werkelijkheid bestaan
ze niet. Wij zien en ervaren ze als werkelijk omdat we ervoor gekozen hebben ze
te geloven - als de uitdrukking in vorm van de keuze van de denkgeest voor
afscheiding. De wereld en het lichaam worden dus ‘gemaakt’ door het geloof van
de denkgeest erin. Dat is wat de Cursus bedoelt als hij zegt dat wij ze gemaakt
hebben of, meer specifiek, ze ‘bedacht’ hebben: “Maar wat als je inzag dat
deze wereld een hallucinatie is? En wat als je werkelijk begreep dat jij haar
hebt bedacht? Wat als je besefte dat degenen die erin lijken rond te lopen om
te zondigen en te sterven, aan te vallen en te moorden en zichzelf te
vernietigen, totaal onwerkelijk zijn? Zou je vertrouwen kunnen hebben in
hetgeen je ziet, als je dit aanvaardde? En zou je het dan zien?” (T20.VIII.7:3-7)
Zie ook V#610 |